jac

HOME JAC
 

 

 

Jongeren in de actualiteit ... artikels uit de krant

 

 

Nieuwe website rond geld ! En hoe ermee om te gaan...

 

Effect van alcohol en koffie op je hersenen?

 
Wat gebeurt er in je hersenen als je koffie of alcohol drinkt? Heel wat, zo blijkt uit schokkende hersenscans, verschenen in een opmerkelijk boek 'Change Your Brain, Change Your Life'? De gevolgen van alcohol, koffie en sigaretten zijn na langdurig en intensief gebruik vaak net zo schadelijk als het gebruik van drugs als cannabis of cocaïne. Op de scans zijn schadelijke hersengaten te zien, vergelijkbaar met de ziekte van Alzheimer.

Hersenscans
In de afgelopen 15 jaar kan de hersenactiviteit steeds beter worden afgelezen door scannings. Deze worden gebruikt bij mensen met 'psychische problemen'. Gedrag wordt immers gerelateerd aan de manier waarop bepaalde gebieden in de hersenen werken. Neuropsychiator Daniel G. Amen vertelt erover in zijn boek, dat intussen een bestseller is geworden in de VS.

Schadelijke stoffen
Wat deze scans hebben aangetoond, is dat deze problemen vaak geen psychologische, maar eerder een biologische oorsprong kennen. Soms kan deze 'storing' worden toegeschreven aan stoffen die daadwerkelijk de bloedtoevoer naar bepaalde delen van de hersenen, afsluiten.

Cafeïne
Cafeïne wordt gezien als relatief onschuldig, maar de beelden tonen duidelijk het tegenovergestelde. In vergelijking met de gezonde scan, met glad hersenoppervlak, zijn er duidelijke kuilen en verstoringen te zien. Deze duiden op een verstoring in de bloedstroom en die schade brengen we zelf aan. Volgens de wetenschapper verminderen deze stoffen de activiteit in bepaalde gebieden. Afhankelijk van het getroffen gebied, kan ook het gedrag van de patiënt sterk veranderen. Zo beweert de neuroloog dat cafeïne en nicotine je energie- en concentratiepeil sterk kunnen aantasten.

Depressie
De hersenen van de zware cafeïne en sigarettengebruiker zien er zelfs in een nog slechtere staat uit dan de drugsgebruikers en zware drinkers. Cafeïne en sigaretten zijn stimulantia op korte termijn, maar op lange termijn versmallen ze de bloedvaten in je hersenen. Dit vermindert de hersenenactiviteit, vooral in de vitale pre-frontale cortex en temporele kwabben. Op de scan zijn duidelijk twee grote zwarte gaten aan de bovenkant van de hersenen in de prefrontale cortex, net onder het voorhoofd, te zien. Daar bevindt zich het brein van de directiekamer. De schade hier, maakt je kwetsbaar voor depressie. De vervormde temporele kwabben, de grote lacunes in het midden, zijn gekoppeld aan slecht geheugen.

Deze patiënt, die als chief executive van een bedrijf staat, klaagde al langer over het gebrek aan energie en moeilijke concentratie. Dr. Amen adviseerde hem niet meer dan drie kopjes koffie per dag te drinken, thee, frisdranken en chocolade te beperken én te stoppen met roken.

Aanbevolen hoeveelheid
"Hoe groot de hersenbeschadiging van koffie of alcohol wordt, is bij elk individu anders", stelt Amen. "Sommige mensen kunnen omgaan met een heleboel van deze stoffen, anderen zijn veel meer kwetsbaar. Eén kopje koffie per dag of een paar glazen wijn per week, is geen probleem. Acht kopjes of twee glazen per dag is te veel voor de meeste mensen. "

De man zelf vermijdt het gebruik van elk stimulerend middel. "Nu ik weet wat ik gezien heb, kom ik zelfs niet meer aan koffie of frisdrank, omdat die ook cafeïne bevatten".

Alcohol
" Wanneer deze patiënt zag waartoe zijn alcoholdrang leidde, barstte hij in tranen uit", vertelt dr. Amen. "Tot dan weigerde hij zijn probleem te erkennen. Grote hoeveelheden alcohol dichtbij de bloedvaten in de hersenen, doen de cellen afsterven. Vooral in de prefrontale cortex, zie je alweer twee kraters. De prefrontale cortex leidt je gedrag. Schade hieraan kan leiden tot slechte beslissingen, zwakke beheersing van impulsen en een verhoogd risico op depressie. Alcohol heeft schrikwekkend snel invloed op de temporele kwabben in de hersenen. Dit middenstuk kan taal, muziek, herinneringen en stemmingen aantasten. Te veel of te weinig activiteit in deze gebieden, maakt je onvoorspelbaar en humeurig, net het gedrag dat vaak terugkeert bij alcoholisten".

Jongeren en drugs
Dr. Amen trekt met de scans naar scholen om al van jonsaf kinderen bewust te maken op wat recreatieve drugs met hen kan doen. "Vaak geloven ze de gevolgen niet, tot ze de beelden zien. Meestal is dat genoeg reden om te stoppen".

Stoppen helpt
Wanhopen is echter niet de boodschap, er valt nog iets te veranderen. Als het gaat om cafeïne, nicotine en alcohol, herstellen de hersenen zich zodra gestopt wordt met deze stoffen. (lvl)

bron : het laatste nieuws : 06/05/09 11u02
 

Zelfverminking bij jongeren wordt steeds ernstiger

 

De angst voor het volwassen worden zorgt ervoor dat zelfverminking bij jongeren steeds ernstigere vormen aanneemt. Meer tieners rammen nu paperclips, nietjes, potloden en andere objecten in de huid. Dat melden verschillende Amerikaanse artsen.

Stress uiten
"De stress van de adolescentie is zo groot dat jongeren naar nieuwe manieren zoeken om stress te uiten, waardoor het probleem van zelfverminking steeds groter wordt. Achter deze stoornis schuilen duidelijk nog tal van anderen problemen, 90 procent van de zelfverminkers kampt met zelfmoordgedachten", aldus arts William E. Shiels

Voorwerpen
Vaak voorkomende vormen van zelfverminking zijn: snijden in de huid in, brandwonden aanbrengen, kneuzingen of breuken veroorzaken, haar uittrekken en giftige stoffen inslikken. Maar steeds meer ontdekken artsen nog ernstigere vormen. Een stijgend aantal jongeren duwt voorwerpen in de huid, soms laten ze deze erin zitten zodat ze zwellingen en ontstekingen veroorzaken. De artsen bestudeerden 9 tienermeisjes van 15 tot 18 jaar. Samen hadden ze 50 voorwerpen in hun lichaam aangebracht, sommigen deden het in hun enkels en voeten, eentje in haar handen. Ze verstopten naalden, nietjes, paperclips, glas, hout, plastic, loodjes van een potlood, waskrijt en stenen.

Hoeveel?
Er zijn geen cijfers bekend van hoeveel tieners er aan zelfverminking doen. Maar volgens de artsen is het wel duidelijk dat het vaak gedaan wordt, zeker bij tienermeisjes. Recent onderzoek bij studenten van het middelbare onderwijs in Amerika en Canada toont aan dat 13 tot 24 procent zichzelf opzettelijk pijnigde.

Andere stoornissen
Zelfverminkers kampen vaak ook met andere psychologische stoornissen. De tieners in de studie kregen ook de diagnose van een depressie, een bipolaire stoornis, een dwangstoornis, ADHD en posttraumatische stress. Als ouder is het belangrijk de vicieuze cirkel van zelfverminking te doorbreken. Volwassenen onderschatten vaak de emotionele problemen waarmee jongeren kampen, zeker bij meisjes. Het is aan de opvoeders om de problemen te herkennen en hun kind zo snel mogelijk professionele hulp te bezorgen. (ep)
Bron : HLN : 03/12/08 17u20
 

Meer depressie bij internetverslaafden


 
Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat internetverslaafden eenzamer zijn, meer depressieve klachten hebben en minder zelfvertrouwen hebben.

Jongeren
Uit het onderzoek blijkt ook dat ruim dertienduizend Nederlandse jongeren van 13 tot 14 jaar verslaafd zijn aan het internet. Het totale percentage internetverslaafde jongeren blijft wel dalen. In 2006 ging 4,2 procent van de jongeren dwangmatig om met het internet, nu is dat nog maar 3,2 procent.

Gemiddeld zijn jongeren van 13 of 14 jaar zo'n veertien uur per week online. Ze gebruiken het internet vooral als communicatiemiddel. Vooral e-mailprogramma's, MSN en netwerksites zijn populair. Nagenoeg alle ondervraagde jongeren hebben thuis toegang tot het internet en maken er dagelijks gebruik van.

Gamen
Hoewel dwangmatig internetgebruik betrekking kan hebben op verschillende toepassingen van het internet, blijkt een duidelijke relatie met het spelen van online games. 5,4 procent van de jonge spelers zou dwangmatig gamen. Zij besteden bijna veertig uur per week aan een online game.

Ook blijkt dat online gamen voor veruit de meeste spelers geen negatieve psychologische gevolgen heeft. Met jongeren die dagelijks gamen, maar dat niet dwangmatig doen, gaat het psychosociaal beter dan hun leeftijdsgenoten.

Onderzoek
Het wetenschappelijk bureau IVO voert het onderzoek Internet en Jongeren jaarlijks uit. Het onderzoek volgt het internetgebruik van jongeren van 11 tot 16 jaar. Ruim 4.500 jongeren vulden de vragenlijst in. (novum/sam)
25/11/08 20u37
Bron : Het Laatste Nieuws 


 

 

Bijna helft jongeren slachtoffer van cyberpesten

Heel wat jongeren minimaliseren het fenomeen van cyberpesten. Een op de tien jongeren gaf zelf aan dat hij of zij op het internet gepest werd, maar uit impliciete vragen leidden de onderzoekers af dat zowat de helft slachtoffer was. Dat blijkt vandaag uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (VUB).

 

Ermee omgaan
 

Volgens de onderzoekers minimaliseren de slachtoffers het cyberpesten mogelijk als strategie om ermee te kunnen omgaan, als 'copingstrategie'. Getuigen zouden de hardheid van het cyberpesten een stuk zwaarder inschatten. "Ze grijpen vaak in, maar toch blijft een groot aantal jongeren die getuige zijn van cyberpesten, ook passief aan de zijlijn staan", zegt de VUB.

Vier op tien zondigt
 

Ook de daders zouden niet altijd bewust zijn van hun pestgedrag. Een op twintig gaf aan zelf dader te zijn, terwijl uit impliciete vragen bleek dat vier op tien zich eraan bezondigden. "Hun motief is in het gros van de gevallen wraak, wat uiteindelijk kan leiden tot een negatieve spiraal zonder einde."

 

Gedragsproblemen
 

De onderzoekers vinden dat jongeren moeten leren inzien dat anderen viseren met negatieve berichten via internet of gsm, wel degelijk een vorm van pesten is. Ze stelden vast dat slachtoffers van cyberpesten opvallend vaker emotionele symptomen, gedragsproblemen, hyperactiviteit, aandachtsproblemen en problemen met leeftijdsgenoten vertoonden. Maar ook de andere betrokkenen, daders en getuigen van cyberpesten, vertoonden meer gedragsproblemen. Een kwart van de jongeren gaf aan dat hij of zij al met cyberpesten in aanraking was gekomen, hetzij als getuige, hetzij als dader of slachtoffer.

 

Herhaaldelijk
 

Het onderzoek werd uitgevoerd bij 1022 jongeren uit de eerste graad van het secundair onderwijs, verspreid over vijf Vlaamse scholen. Er wordt gesproken van cyberpesten als iemand gedurende een periode herhaaldelijk via elektronische media gepest wordt. Dat kan zowel verbaal als fysiek het geval zijn. In dat laatste geval worden computers beschadigd door programma's te hacken of virussen te versturen. (belga/ep)
02/12/08 13u38     Bron : Het Laatste Nieuws

 

 

 

 

Games maken sommige jongeren wel degelijk agressiever
 
Videospelletjes maken sommige jongeren wel degelijk agressiever, beweert een nieuw onderzoek van communicatiewetenschappers van de Amsterdamse Vrije Universiteit. Vooral laagopgeleide jongens die graag met gewelddadige helden spelen en in het echte leven ook graag de held zijn, gedragen zich aanzienlijk agressiever na het spelen van videogames dan andere jongens, meldt de Telegraaf.
lees meer

 

Jongeren willen meer seksuele voorlichting op school
 

Jongeren willen meer en betere relationele en seksuele voorlichting op school. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Gent bij meer dan duizend leerlingen uit het vierde, vijfde en zesde jaar van het secundair onderwijs. De resultaten van het onderzoek staan in het aprilnummer van het jongerenblad 'Maks!', dat deze week verschijnt.

Uit het onderzoek blijkt dat een meerderheid van de jongeren al ooit les heeft gekregen over anticonceptie (69 procent) en soa (67 procent) op school. Toch geeft nog een tiende van de jongeren aan nog nooit les te hebben gehad over deze onderwerpen. Zo'n 62 procent van de jongeren wil dat de school meer tijd vrijmaakt om over anticonceptie te praten in de klas, vooral dan in het tso en bso. Ook zijn ze vragende partij voor meer info op school rond tienerzwangerschap, seksuele activiteit, zwangerschapsbeëindiging en gevoelens rond seksualiteit.

Biologieleerkracht
Voor heel wat scholieren blijkt de biologieleerkracht overigens de belangrijkste informatiebron voor vragen over anticonceptie (45 procent) en seksueel overdraagbare aandoeningen (51 procent). Jongeren gaan ook te rade bij vrienden van hetzelfde geslacht (35 procent voor vragen over anticonceptie, 20 procent voor vragen over soa) en hun moeder (33 procent en 20 procent).

Internet is eveneens erg belangrijk. Ongeveer een vierde van de jongeren geeft aan dat dit een van de belangrijkste informatiebronnen is voor anticonceptie (24 procent) en soa (22 procent). Jongens geven daarnaast meer de voorkeur aan anonieme informatiebronnen, terwijl meisjes iets meer persoonlijke informatiebronnen (face-to-face contact) prefereren.

Huisarts en moeder
De huisarts en de moeder zijn de belangrijkste adviesbronnen voor seksuele problemen, vragen of onzekerheden. Toch kent bijna de helft van de jongeren geen dienst of persoon waar ze terecht kunnen voor hulp in verband met voorbehoedmiddelen, soa's of zwangerschap. Bij medische hulp verkiezen de meeste jongeren om een eigen huisarts te raadplegen voor anticonceptie (38 procent) of bij vermoeden van een soa (40 procent). Toch zou 8 procent geen enkele arts raadplegen als ze anticonceptie willen bekomen en durft 12 tot 13 procent niet naar de dokter bij vermoeden van een soa, aldus de onderzoekers. (belga/mvdb)

 

Bijzondere jeugdzorg staakt tegen lange wachtlijsten


De hulpverleners en consulenten uit de Vlaamse bijzondere jeugdzorg leggen op dinsdag 29 januari twee uur het werk neer uit protest tegen de crisis in de sector. Zo zijn er volgens de vakbonden ACV en ACOD te lange wachtlijsten en kampt het personeel met hoge werkdruk. "Op die manier creëert de overheid bijna een voedingsbodem voor criminaliteit en armoede", luidt het.

"Schrijnende situaties"
Volgens de vakbonden neemt de crisis in de sector hallucinante vormen aan. "De lange wachtlijsten en de te hoge werklast leiden tot schrijnende situaties. De werkelijkheid tart alle verbeelding. Meer dan duizend jongeren in problematische situaties moeten veel te lang wachten op geschikte hulpverlening. Sommigen vallen gewoon uit de boot."

Voedingsbron voor armoede
ACV en ACOD stellen dat de overheid zo bijna een voedingsbodem maakt voor criminaliteit en armoede. "Naast onnoemelijk menselijk leed is de meerkost voor de samenleving op termijn niet in cijfers uit te drukken. Dubbel jammer, want de kwaliteit van de hulpverlening is de laatste jaren sterk gestegen."

"Problemen onderschat"
De Vlaamse overheid luistert volgens de bonden onvoldoende naar hulpverleners die al jaren in het veld staan. "De ernst van de aangemelde problemen wordt ook nog eens zwaar onderschat. De situatie van de jeugdhulpverlening in Vlaanderen is een schandvlek voor de Vlaamse overheid."

"Plan ontoereikend"
Volgens de vakbonden is een uitbreiding van alle vormen van hulp nodig. "De toezeggingen en het globaal plan van de minister zijn totaal ontoereikend. Het gemeenschappelijk vakbondsfront wil op korte termijn een ingrijpend plan zien en niet enkel aanpassingen of aanvullingen in de marge", aldus nog de bonden. (belga/svm)

 

 

Seks op vakantie:

 

Onderhandelen met een vakantielief over condoomgebruik, inschatten of soa op de reisbestemming vaak voorkomt en je eigen grenzen duidelijk stellen. Dat zijn 3 belangrijke thema’s die jongvolwassenen moeten nagaan alvorens op vakantie seks te hebben. “Men vertrekt vaak niet met de intentie om seks te hebben op reis”, aldus Boris Cruyssaert van Sensoa. “Nochtans heeft 25% tot 50% seks met een nieuwe partner op vakantie.”

Jongvolwassenen en seks. Cruyssaert kan enigszins begrijpen waarom jongeren vaker onbezonnen met seks omspringen. En dit is onterecht.

Aan de ene kant verwacht de maatschappij van deze groep jonge mensen niet onmiddellijk een engagement zoals dat voor volwassenen het geval is. Dit laat heel wat ruimte om te experimenteren met leefgewoonten (appartement sharing, apart wonen), stijlen (wisselende looks in wonen, uiterlijk), jobs en relatievormen… en ook met seks.

“Eigen aan jongvolwassenen is hun heel eigen risico-inschatting: zij erkennen dat heel wat van hun leeftijdsgenoten risico’s lopen, behalve zijzelf”, aldus Cruyssaert. Bij de vakantiesfeer horen vaak ook drugs en alcohol waardoor mensen het niet meer zo nauw nemen met veilig vrijen.

De cijfers liegen er nochtans niet om:

De zon, de zee, muziek tot in de vroege uurtjes, gespierde lichamen en korte topjes doen bij meer dan één vakantieganger de hormonen trillen. In het heetst van de strijd gooien jongvolwassenen een aantal principes op vakantie overboord.

Zo laat 50% en meer het gebruik van een condoom bij een nieuwe partner achterwege. Vooral vrouwen vinden het moeilijk om daarover te onderhandelen.

Mannen die seks zonder condoom hebben lopen vooral besmettingen op met syfilis, genitale wratten of chlamydia. Opvallend is dat 2 op de 3 mannen dacht geen risico te lopen toen hij aan zijn avontuur begon. Vrouwen lopen dan weer een groter gevaar voor besmetting met chlamydia, genitale wratten en herpes.

Het zijn vooral heteroseksuele volwassenen (69%) die een soa-besmetting oplopen. Slechts zestien procent van de mannen had die vermoedelijk opgelopen door seksuele contacten met een prostituee.

Tips voor wie op vakantie vertrekt.

1. Ga op voorhand na of op je vakantiebestemming veelvuldig soa’s voorkomen. In sommige tropische streken komen een aantal soa’s (zoals syfilis) meer voor dan bij ons. Volgens Sensoa lopen vakantiegangers beduidend meer risico in landen met een hoog aantal besmettingen bij de lokale bevolking.

2. Neem condooms mee en gebruik ze ook: vrouwen verkiezen in 40% van de gevallen een partner met andere nationaliteit, bij mannen is dit 20%. Hou er rekening mee dat mensen met een andere culturele achtergrond anders over condoomgebruik kunnen denken.

3. Stel je grenzen. Maak van in het begin duidelijk wat je leuk en niet leuk vindt.

Meer info:
Sensoa, Vlaamse service- en expertisecentrum voor seksuele gezondheid en hiv - Kipdorpvest 48a - 2000 Antwerpen – tel: 03-238 68 68.
http://www.sensoa.be

 

 

Zelfdoding bij studenten: een teveel aan stress

 

De examentijd is vaak een moeilijke periode. Uit cijfers van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid blijkt dat bij scholieren en studenten meer zelfdodingen gebeuren tijdens de 'stressmomenten' in het schooljaar zoals de rapportmomenten, de bloktijd en de examenperiode. In de meer rustige maanden (juli en bij scholieren ook augustus en september) zijn er juist minder zelfmoorden dan verwacht.

Toch hebben de zelfmoordgedachten of het zelfmoordgedrag niet louter te maken met een slecht examen of rapport, of een te hoge studiedruk. Het blijkt vooral af te hangen van hoe iemand deze gebeurtenissen of periode ervaart.

Grieke Forceville van het Centrum ter Preventie van Zelfmoord: “Sommige mensen zijn kwetsbaarder omdat ze een laag zelfbeeld hebben en perfectionistisch zijn. Anderen hebben een grote faalangst of hebben op hun jonge leeftijd al te veel negatieve levenservaringen gehad. Vandaar dat ook jongeren met prima schoolresultaten maar met bijvoorbeeld veel faalangst, in zo’n periode van stress de pedalen kunnen verliezen”. Niet zelden is er sprake van een onderliggende depressie, waardoor er een groter risico is op suïcidaal gedrag.

Ook jongeren die een beroep doen op de Zelfmoordlijn brengen in deze periode studiedruk of studieproblemen meer ter sprake dan doorheen het jaar. Forceville: “Voor suïcidale jongeren is doodgaan een oplossing voor de onhoudbare stress. Jongeren zijn impulsiever en zullen in periodes van zware druk sneller grijpen naar slechte probleemoplossers zoals zelfdoding. Ze staan onder een hoge druk en slagen er niet in om op hun eentje de zaak te relativeren”. Door vrij over hun zelfmoordgedachten te praten, kunnen de jonge oproepers alles eens rustig op een rijtje zetten. Eens de jongere rustiger is geworden, kan de beantwoorder van de Zelfmoordlijn samen met hem op zoek gaan naar andere oplossingen.

Meermaals wordt aan het eind van een gesprek de jongere doorverwezen, maar dit is geen evidentie. Forceville: “Onderwijsinstellingen beschikken vaak over een eigen netwerk aan opvang, maar de drempel om hulp te zoeken is hoog. Jongeren zien een doorverwijzing al gauw als een afwijzing en staan vaak wantrouwig tegenover de aangereikte hulpverlening. Daarom proberen we aan de Zelfmoordlijn de jongere niet te vroeg in het gesprek door te verwijzen en geven we heel concrete info over wat ze er wel en wat ze niet van kunnen verwachten. Op die manier is de kans op opvolging door de jongere groter.”

Meer info: De Zelfmoordlijn: 02 649 95 55 (gratis, 24/24) of chat www.zelfmoordlijn.be (di- en do-avond van 19.00 – 21.30 uur).
http://www.zelfmoordlijn.be 

 

 

De eerste keer vrijt helft van meisjes onveilig

 

De helft van de meisjes in België gebruikt geen anticonceptie bij hun eerste seksuele ervaring. Ons land is hiermee net niet de slechtste van de klas in Europa. Dat blijkt uit een onderzoek van Bayer naar aanleiding van de lancering van hun nieuwe anticonceptiepil Yasminelle.


Gemiddeld worden meisjes in België seksueel actief op 17 jaar. Maar wanneer ze de eerste keer seks hebben, gebruikt de helft van hen geen enkele bescherming. In de andere veertien onderzochte landen in Europa vrijen de meisjes heel wat veiliger. Slechts 30% van de meisjes uit het Europese onderzoek gebruikt geen anticonceptie, met als beste leerling Duitsland. Daar hebben 'maar' 21% van de meisjes onbeschermde seks tijdens hun eerste keer. Behalve in België wordt ook in Rusland (63%) en Tsjechië (55%) onveilig gevrijd.

De redenen waarom meisjes voor hun eerste keer zonder bescherming in bed duiken, zijn niet duidelijk. Ann Verhoeven van het Centrum voor Relatievorming en Zwangerschapsproblemen (CRZ): 'De preventie is goed want we hebben op dat vlak in ons land een goede traditie. Het heeft vooral te maken met het moment van die eerste keer. Jongeren leven minder gestructureerd en zo'n ontmaagding wordt niet vaak gepland. Het overrompelt hen een beetje.'

Pil is eerste keuze

De pil blijft het populairste anticonceptiemiddel. 25 miljoen vrouwen in Europa gebruiken de pil, van wie een miljoen Belgische vrouwen. In ons land hebben bijna alle vrouwen (91%) ooit de pil gebruikt. In bijna alle landen is de pil de eerste keuze. Toen de anticonceptiepil op de markt kwam, verwachtte de vrouw alleen een betrouwbare pil. Later kwamen daar eisen bij zoals: geen bijwerkingen, geen gewichtstoename en een lage dosering. De jongste jaren willen vrouwen dat een pil ook geen acne of vettige huid oplevert en makkelijk is in gebruik. Producenten komen hen daar ook steeds meer in tegemoet.

Toch zijn er nog steeds vrouwen die besluiten om een andere of geen anticonceptiemethode te gebruiken. Een op de drie vrouwen neemt geen enkele veiligheidsmaatregel en 14% gebruikt enkel een condoom, hoewel dat nog steeds wordt beschouwd als een onbetrouwbaar anticonceptiemiddel. Specialisten raden daarom aan om het condoom altijd te gebruiken in combinatie met andere betrouwbare middelen, zoals de pil, een hormonenspiraal of een hormonenimplantaat.

Angst voor bijwerkingen

Waarom kiest één op de drie vrouwen dan niet voor de pil? De hoofdreden is nog steeds de angst voor bijwerkingen. Vooral de premenstruele pijn maar ook esthetische redenen spelen een belangrijke rol. Pilgbruik veroorzaakt immers nog vaak gewichtstoename, ongewenste haargroei, acne en vettig haar.

Volgens Bayer, een belangrijke producent van anticonceptiepillen, schakelt haar nieuwe pil Yasminelle die bijwerkingen uit dankzij het bestanddeel drospirenone (DRSP). De pil bestaat altijd uit twee componenten: een vaste dosis oestrogeen en een variabele dosis progesteron. DRSP bootst het natuurlijke vrouwelijke hormoon progesteron beter na en verhindert extra vocht- en zoutopname. DRSP wordt nu voor de eerste keer gebruikt in een laag gedoseerde pil. Buiten Yasminelle bestaat er maar één andere pil met drospirenone en dat is het hoger gedoseerde Yasmine. Bayer beweert dat Yasminelle ook als een feel good-pil kan worden omschreven omdat ze minder op het humeur inwerkt.

bron : artikel Tessa Coeckelberghs; mei 2007

De DrugLijn (078 15 10 20) heeft net de analyse afgerond van de vragen die in 2004 door de lijn beantwoord werden.
Het aantal vragen dat de lijn beantwoordde (5.749) bleef stabiel ten opzichte van 2003. Toch deed zich voor het tweede jaar op rij een duidelijke stijging voor in het aantal vragen over cocaïne. In tegenstelling tot wat velen zouden vermoeden is, na cannabis en alcohol, niet XTC maar cocaïne uitgegroeid tot de derde meest vermelde drug bij de lijn. Bovendien valt op dat -in vergelijking tot andere drugs - die vragen vaker afkomstig zijn van mensen tussen 25 tot 35 jaar oud en dat ze vaker van partners en vrienden komen.
Via een nieuwe folder wil de DrugLijn tegemoetkomen aan de vragen die over cocaïnegebruik leven.

Lees meer via www.druglijn.be

 

 

80 procent studenten slikt medicatie tijdens examenss

Negen op tien studenten kampen met stress. 

Negen op tien studenten kampen met stress.

 


Ouders
"Zo geschokt over het hoge aantal studenten die medicatie nemen om de examens te doorworstelen, ben ik niet", verklaart Galle. "Wat me vooral verbaast, is dat de ouders dergelijk aandeel hebben in het medicatiegebruik van hun kinderen." Dat is onrustwekkend", reageert Guido Galle, directeur onderwijs en studentenbeleid van de Arteveldehogeschool. Hij roept op om een integraal gezondheidsbeleid door te voeren.

Geen huisartss
Volgens de studie komt meer dan de helft van de studenten in aanraking met de middelen via de ouders. Zestig procent blokt tijdens de examenperiode overigens thuis. Drie op de tien studenten lopen langs de apotheek en 15 procent bevoorraadt zich bij vrienden. De huisarts komt er vrijwel nooit aan te pas.

"Het is een algemene trend dat deze generatie studenten steeds vaker naar medicatie grijpt. Ouders leiden een heel druk leven en medicatie is een gemakkelijk hulpmiddel", aldus Galle. "Bovendien kopiëren veel studenten ook het gedrag van de peergroup."

Verschillende redenenn
Studenten nemen om verschillende redenen medicijnen: om de stress te verminderen, hun prestaties te verhogen of om hun zenuwen de baas te kunnen. Opvallend is dat vrouwen meer naar slaap- en kalmeermiddelen grijpen en de mannelijke studenten meer hun toevlucht zoeken tot stimulerende of pepmiddelen. Alarmerend is nog dat 17 procent van de ondervraagden ook buiten de examenperiode heil zoekt bij medicatie.


Momenteel biedt het studieadviescentrum trainingen aan voor studenten die kampen met faalangst. "Er wordt al veel gebruik gemaakt van het adviescentrum. We richten er trainingen in rond bijvoorbeeld examenstress, planning en het spreken voor een groep. Dergelijke trainingen zijn al een onderdeel van de preventie en zijn beter dan medicatie", aldus Galle.

Verschillende factoren
Volgens Galle liggen er verschillende factoren aan de basis van het hoge medicatiegebruik. "Studenten nemen niet enkel het gedrag van hun ouders en studiegenoten over, maar ook het nieuwe semestersysteem zorgt voor een extra druk. De jongeren ervaren een meer constante studiedruk waarbij ze meer geëvalueerd worden."

Daarnaast is het aantal jongeren dat het studeren met werken combineert ontzettend gestegen. "Jongeren houden er nu een bepaalde levensstijl op na die bekostigd moet worden. Een studentenjob brengt het studeren in de verdrukking, waardoor de stressfactor opnieuw stijgt", besluit Galle.

(BRON : belga/tdb/edp : DECEMBER 2007))

 

 

"Meisjes die vaak surfen zijn depressiever"

 

Meisjes die vaak surfen vertonen meer symptomen van depressie dan jongens.

Meisjes die vaak surfen zijn depressiever dan andere. Internetgebruik op zich maakt echter niet depressief. Er gaat zelfs een positieve invloed van uit op het psychosociale welzijn. Dat stelt Eef Vervecken in haar eindverhandeling aan de studierichting communicatiewetenschappen van de K.U.Leuven. Ze ondervroeg hierbij 329 leerlingen uit de twee laatste jaren uit het Algemeen Secundair Onderwijs (ASO).

Meisjes depressief
Uit sommige studies blijkt dat internetgebruik meer depressief maakt. Mensen die internetten kunnen immers geen tijd besteden aan sociale interacties met vrienden of familie. Zwakke online contacten zouden hierdoor duurzame en sterke offline relaties vervangen. In haar onderzoek stelde Vervecken enkel een verband met depressie vast voor meisjes. 30,1 procent van de regelmatige vrouwelijke internetters zou depressieve symptomen vertonen, tegenover slechts 16,7 procent bij de jongens.

Laag zelfbeeld
Dat de depressieve gevoelens het internetgebruik voorafgaan en niet omgekeerd leidt Vervecken af uit het feit dat enkel voor het opzoeken van online informatie een verband kan vastgesteld worden. De betrokkenen hadden een laag zelfbeeld en/of veel levensstress. "Het lijkt aannemelijker dat deze meisjes deze info opzoeken om hun negatieve gevoelens te verzachten, dan dat ze hierdoor neurotisch en depressief worden". Vervecken wijst hierbij ook op het feit dat er geen relatie werd vastgesteld tussen internetgebruik en depressie voor mannelijke respondenten.

Internet hulpmiddel
De ondervraagden stelden bovendien dat het internet hen geholpen heeft om socialer te worden en meer nieuwe mensen te ontmoeten omdat ze in de virtuele wereld makkelijker kunnen converseren en hun ware zelf kunnen uiten. "Het digitale netwerk helpt dus eenzame en introverte meisjes om de muren van hun sociaal isolement te slopen. We vonden geen bewijzen voor de stelling dat duurzame offline relaties worden vervangen door oppervakkige online contacten vermits er vooral gecommuniceerd wordt met bestaande vrienden", aldus Vervecken.

Virtuele steun
"De vrees voor sociale isolatie en negatieve gevoelens voor het psychosociale welzijn van internetgebruikers kan hierdoor voorzichtig worden opgeborgen. Via sociale interacties en online informatie kunnen mensen zoals introverten, eenzamen, depressieven, neuroten, mensen met een laag zelfbeeld, gestressten... de nodige raad en sociale steun terugvinden in de virtuele wereld. Deze studie geeft dat dit vooral bij meisjes het geval is. Toch denken we dat ook jongens wel eens naar het internet grijpen om zich van negatieve gevoelens te verlossen", aldus Vervecken. (bron : belga/hln)

Vragenlijsten zijn tegenwoordig alomtegenwoordig. Het is daardoor ook moeilijk geworden om als initiatiefnemer een goede respons te krijgen op deze enquëtes.  Toch konden we rekenen op een een grote medewerking vanwege de scholen in ons werkingsgebied van Roeselare – Izegem – Tielt.

Dit is iets waarvoor we de scholen en hun medewerkers hartelijk willen danken! De vraag is nu…. Wat hebben we er uit geleerd en wat gaan we ermee doen ? Wel, vanaf nu kan je het allemaal nalezen via deze link

 

 

Kind uit echtscheiding scheidt later vaker zelf

 

 
Volwassenen die als kind de scheiding van hun ouders meemaakten, lopen dubbel zoveel kans zelf te scheiden. Ze zijn ook vaker depressief. Dat blijkt uit een studie van de universiteit Gent. Kinderen ondervinden de zware negatieve gevolgen van een scheiding van hun ouders dus tot in de volwassen leeftijd.

Socioloog Piet Bracke van de Universiteit Gent ondervroeg bijna 5.000 mannen en vrouwen van rond de veertig jaar, van wie de ouders gemiddeld zo'n twintig jaar geleden uit elkaar gingen. Of ze nu gehuwd zijn of samenwonend, de kinderen hebben minder stabiele relaties en riskeren twee keer zoveel als anderen dat de relatie afbreekt.

Andere bevinding is dat kinderen van gescheiden ouders 25 tot 35 procent meer kans lopen een depressie te krijgen. De onstabiele relatie en/of de eigen scheiding maken ongelukkig. Daarnaast blijft ook de pijn van de ouderlijke scheiding nazinderen. Daarenboven hebben kinderen uit gebroken gezinnen later een lager inkomen, wat ook invloed heeft op hun gemoedstoestand. (belga)

   

Kwart van hulpzoekende druggebruikers verslaafd aan weed
Problemen doen zich vaak voor bij jongeren die op heel jonge leeftijd cannabis zijn beginnen gebruiken.

Bijna een op de vier jonge drugsgebruikers die professionele hulp zoeken, doet dat voor een problematisch cannabisgebruik. Zeven jaar geleden was dat nog maar een op de tien. De cijfers komen van de Vlaamse Vereniging van Behandelingscentra Verslaafdenzorg (VVBV), die 21 centra overkoepelt waar drugsverslaafden worden opgevangen.

Jonge gebruikers
"De grootste groep van problematische cannabisgebruikers zijn 20- tot 30-jarigen, die al op (zeer) jonge leeftijd met cannabis begonnen zijn", zegt Dirk Vandevelde van de VVBV.

Problemen in relatie, op school of werk
"De gebruikers die bij ons komen, geven aan dat ze niet meer normaal kunnen functioneren in hun relatie, op school of op hun werk. Ze hebben elke dag verschillende joints nodig om zich goed te voelen. Een jointje is voor hen niet langer een pretsigaret, maar een noodzaak."

Aantal gebruikers stijgt niet
Het aantal jongeren dat cannabis gebruikt, is volgens recent onderzoek niet gestegen. Verontrustend is dat steeds meer jonge gebruikers er problematischer lijken mee om te gaan.

Gedoogbeleid hypocriet
Het gedoogbeleid is volgens Vandevelde hypocriet en vol ongerijmdheden. "Het resultaat is dat veel jongeren denken dat cannabis ongevaarlijk is en daardoor misschien sneller in de problemen komen". Een deel van de verklaring van de toenemende problemen met cannabisverslaving schuilt in het gestegen THC-gehalte van de aangeboden weed. THC is het werkzame bestanddeel van de cannabisplant.

(bron: belga/hln; mei 2007)

 

Minder zuippartijen voor wie gematigd leert drinken thuis
Tieners die onder toezicht van hun ouders gematigd leren drinken, hebben minder kans om zich over te geven aan echte zuippartijen. Ouders die niet willen dat kinderen achter hun rug drinken, zouden het zakgeld moeten beperken tot 15 euro per week. Dat blijkt uit een studie, georganiseerd door de universiteit van Liverpool, bij tienduizend 15- en 16-jarigen.

Zelf kopen
Negentig procent van deze tieners drinkt alcohol, waarvan 38 procent zich regelmatig overgaven aan zuippartijen. Nog eens 24 procent zegt regelmatig te drinken, de helft doet dat ook in het openbaar. Eén op de drie respondenten koopt zelf alcohol. Deze groep heeft zes keer meer kans op drinken in het openbaar en twee keer meer kans op zuippartijen dan de groep waarvoor alcohol gekocht werd.

Stiekem of thuis?
Driekwart van de veertienjarigen gaf aan al alcohol geprobeerd te hebben. Volgens onderzoeksleider Mark Bellis hoeft dit niet noodzakelijk een probleem te zijn: “De vraag is: leren ze drinken in een sociaal verantwoorde omgeving of doen ze het stiekem, in het park, zonder dat ze er met hun ouders over kunnen praten? Dat tweede geval leidt meer tot problematisch drinkgedrag dan het eerste. Het is belangrijk dat kinderen leren drinken en dat ze dat met mate doen.”

Frank Soodeen, die de campagne over alcohol leidt, volgt die redenering maar gedeeltelijk. “Ouders hebben een belangrijke rol te spelen in het aanleren van sociaal drinkgedrag maar we blijven erbij dat te jonge kinderen niet zouden moeten worden aangemoedigd om alcohol te consumeren.”

Hersenen aangetast
De discussie is ook in ons land actueel. Nederland besliste eerder deze week dat jongeren onder de 18 jaar geen alcohol meer mogen kopen. In België is dat 16 jaar, in Groot-Brittannië 15 jaar. Experten waren het er over eens dat de leeftijdsgrens verhogen geen optie is, maar ook zij wezen er op dat de leeftijd waarop Belgische kinderen hun eerste drankje werden aangeboden (bij de plechtige communie) te laag is. “Bij kinderen worden de hersenen nog volop gevormd. Alcohol verstoort dat proces, dus is het belangrijk kinderen niet té vroeg te leren drinken,” luidde het toen.

(bron : Het Laatste Nieuws; mei 2007 )

 

Nederlandse jongeren mogen geen alcohol meer kopen
Ook de populaire alcopops zoals Bacardi Breezer mogen niet meer aan Nederlandse jongeren verkocht worden.
Nederlandse jongeren onder de 18 jaar mogen geen drank meer kopen. Dat heeft de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst gezegd in Zwolle. Daar begon een proef om drinkende jongeren harder aan te pakken. Verder wil Ter Horst dat supermarkten geen drank meer verkopen. Ze overlegt woensdag met haar collega van Volksgezondheid Ab Klink, die later dit jaar nog komt met nieuwe maatregelen om drankgebruik onder jongeren terug te dringen.

Breezers
Klinks voorganger Hans Hoogervorst had al een wetsvoorstel gemaakt waarin staat dat ook te jeugdige kopers van drank strafbaar zijn. Nu geldt dat alleen voor verkopers die bier slijten aan klanten jonger dan zestien jaar en verkopers van sterke drank aan jongeren die nog geen achttien zijn. In de wet die onderweg is naar de Kamer staat ook dat supermarkten geen breezers meer mogen verkopen. Verder zouden niet alleen inspecteurs van de Voedsel- en Warenautoriteit maar ook gemeentelijke opsporingsambtenaren eventueel op overtreding van de drankregels mogen controleren.

(bron : Het Laatste Nieuws; mei 2007 )

 

 

 

 

Acht op de tien jongeren voelen zich onveilig

Bijna zes op de tien jongeren kregen al te maken met geweld. Dat blijkt uit een enquête van deze Jongerenkrant. Meer dan acht op de tien voelen zich soms of geregeld onveilig. Tieners 'wapenen' zich dan ook steeds vaker, figuurlijk maar soms ook letterlijk. Bijna twintig procent van de jongeren geeft toe soms met een wapen op zak te lopen.


De dood van leeftijdsgenoten als Annick, Joe en Bart raakt jongeren meer dan we soms denken. Vaak beleven ze het geweld zelfs aan den lijve: een enquête bij 550 scholieren leert dat 57procent ooit zelf slachtoffer was of op z'n minst iemand kent die het mikpunt van brutaliteiten was. 81,7 procent van de ondervraagden voelt zich soms of geregeld onveilig. Jongeren grijpen dan ook steeds vaker naar verdedigingstechnieken. Zo heeft 17,8procent soms of bijna altijd een wapen (zoals een zakmes of pepperspray) op zak en leert één op de tien jongeren een gevechtssport om zich te kunnen verdedigen.

Jeugdcriminoloog Jan Deklerck verklaart het onveiligheidsgevoel door een sterk doorgedreven mediatisering. 'Terwijl je vroeger in West-Vlaanderen niets hoorde over een moord in Turnhout, lees je nu zelfs over moorden die 5.000 kilometer verder plaatsvinden.' Dat 69,6procent van de ondervraagde jongeren zwaardere straffen voor criminelen wil, gelooft professor Deklerck niet. 'Ze hebben geantwoord vanuit een inhumaan beeld, puur gebaseerd op angst: ik ben bang dus ik roep dat de criminelen zo streng mogelijk gestraft moeten worden.

Bron : Het Nieuwsblad; mei 2007

 

Alcohol stimuleert groei tumoren
Als je weet dat je kanker hebt, drink je best geen alcohol meer. Dat doet de tumoren namelijk sneller groeien, zo ontdekten Amerikaanse wetenschappers. Dat alcohol een rol speelt in het ontwikkelen van kankers was al langer bekend, maar het effect van alcohol eens je met kanker gediagnosticeerd bent, is minder bestudeerd.

Bloedtoevoer
Een team onderzoekers aan de Universiteit van Mississippi boog zich over de vraag. Ze gaven een stel muizen het equivalent van twee tot vier alcoholische drankjes per dag. Na vier weken bleken de tumoren dubbel zo groot, dan de controlegroep. Die kreeg dezelfde kankergenen ingespoten maar die muizen werd geen alcohol voorgeschoteld. De reden zou zijn dat alcohol de aders van de tumor doet groeien, waardoor de tumor meer bloed krijgt en dus sneller groeit.

Proteïne
Deze studie ondersteunt eerdere bevindingen die aantoonden dat alcohol het proteïne VEGF stimuleert. VEGF zorgt voor de ontwikkeling van bloedbanen in kankercellen, zodat deze blijven bestaan. Onderzoeksleider Jian-Wei Gu kon toen aantonen dat een grote meerderheid van de tumoren ontstaat door dit eiwit.

Het immuunsysteem kan kleine tumoren nog kapot maken, maar eens ze te groot zijn lukt dit niet meer. Het lichaam bevecht trouwens dagelijks kankercellen. (hln)

Bron : Het Laatste Nieuws; mei 2007

 

 

Steeds minder kandidaat-chauffeurs slagen voor rijexamen

 

BRUSSEL - Steeds meer kandidaat-bestuurders zakken voor het praktische rijexamen. Van de kandidaten die leren rijden via vrije begeleiding (60 procent van alle kandidaten), slaagt zelfs minder dan vier op de tien kandidaten bij hun eerste praktische rijproef. Dat stelt automobilistenorganisatie VAB. De organisatie noemt de cijfers alarmerend en legt de schuld bij de vernieuwde rijopleiding.

Voor de hervorming van het rijexamen lag het gemiddelde slaagpercentage op 56 procent (BIVV-studie uit 2000). In december 2006 was dat cijfer al gezakt tot 43 procent. Dat ging toen samen met de start van het vernieuwde rijexamen. Sinds 1 december wordt het rijexamen - ook de maneuvers die werden uitgevoerd op privé-terrein - volledig uitgevoerd op de openbare weg. Daardoor duurt het praktijkexamen ook 40 minuten langer dan vroeger.

In maart zou het slaagpercentage voor een grote groep kandidaten tot 38 procent gezakt zijn, meent VAB. Het gaat met name om de kandidaten die enkel het systeem van de vrije begeleiding hebben gevolgd, zeg maar de groep bestuurders die enkel met de ouders heeft geoefend. ,,Het gaat om een groeiende groep kandidaten die steeds slechter presteren op het examen'', aldus Maarten Matienko van VAB. Kandidaten die de vrije begeleiding combineren met een professionele begeleiding, scoren met een slaagpercentage van 47 procent opmerkelijk beter. Het slaagpercentage van de kandidaten die 20 uur rijschool hebben gevolgd, ligt weer wat lager, tussen de 38 en 47 procent.

Nieuwe opleiding

Volgens de VAB ligt het probleem bij de vernieuwde rijopleiding die werd ingevoerd in september 2006. Die opleiding mikt te weinig op rijervaring. ,,Onze nieuwe rijopleiding behaalt op dit moment niet het verhoopte resultaat: jongeren opleiden tot betere chauffeurs'', luidt het.

VAB meent dat de slaagkansen kunnen verhoogd worden door het volgen van een gecombineerde rijopleiding. Daarbij worden de basistechnieken aangeleerd door een rij-instructeur en wordt nadien rijervaring opgedaan onder begeleiding van een vrije begeleider. Ook het invoeren van een proefexamen tijdens de opleiding zou de slaagpercentages kunnen opkrikken, meent VAB nog. (bron: Het Volk; april 2007)

 

 

Jongeren leren niet uit negatieve drankervaring

 

Vijfenzestig procent van de jongeren gaat niet minder drinken als ze door alcohol in het ziekenhuis zijn beland. Sterker nog, ze vinden de meeste negatieve ervaringen met alcohol 'grappig' of 'cool'. Ouders onthouden zich vaak van commentaar als hun kind een negatieve ervaring heeft gehad. Dat staat in een onderzoek dat de Universiteit Twente uitvoerde voor de Stichting Alcoholpreventie.

Volgens de onderzoeker is ruzie ten gevolge van overmatig alcoholgebruik voor jongeren nooit een reden om te stoppen met drinken. Een ongeluk of letsel zou in 88 procent van de gevallen ook geen reden zijn om minder diep in het glas te kijken. Ziek worden 'helpt' dan weer wel. Van de jongeren die ziek werden door alcohol, zegt 29 procent minder te zijn gaan drinken. Nog eens 29 procent heeft een poging daartoe gedaan.

Dat jongeren door vervelende ervaringen met drank niet minder drinken, komt volgens de onderzoeker doordat ze de ervaringen niet als vervelend beschouwen. Zo vertelt een meisje in het rapport over haar vriend die in een dronken bui na een weddenschap van een rijdende auto viel en naar het ziekenhuis moest om een wonde te laten hechten. ,,Het was een hele grappige avond. Misschien is het dom dat hij van die auto is gevallen enzo, maar het was gewoon heel leuk.''

De meeste scholieren leren dus niet uit een kritieke ervaring. Het benadrukken van zulke ervaringen in voorlichting voor jongeren zou volgens de onderzoeker dan ook weinig effect hebben. ,,Zeker niet omdat deze ervaringen door jongeren vaak als positief worden ervaren.''

Bijna de helft van de jongeren beweert dat zijn of haar ouders niets of verdraaide versies te horen krijgen over hun ervaringen met alcohol. Van de ouders die wel wat te horen krijgen, zou zestig procent het gedrag goedkeuren of er niets van zeggen. (bron: Het volk, april 2007)

 

 

Een derde chattende meisjes heeft last van seksvragen

 

35 procent van de meisjes wordt tijdens het chatten op het internet lastiggevallen met seksueel getinte vragen. 12 procent heeft het voorbije jaar zelfs de vraag gekregen zich uit te kleden voor de webcam.
Dat alles blijkt uit een enquête van het onderzoeksbureau TNS Media in opdracht van Het Nieuwsblad en het VRT-programma Koppen. 547 jongeren tussen 12 en 18jaar werden daarbij telefonisch bevraagd over wat ze tijdens het chatten op het internet allemaal meemaken.
26 procent van de chattende tieners geeft toe dat ze het voorbije jaar seksueel getinte vragen hebben gekregen . Bij meisjes loopt dat aantal op tot 35 procent. 83 procent van de meisjes voegt daaraan toe dat ze helemaal niet blij waren met die vragen. Slechts 2procent vond de vraag 'tof'.
Sommige vragen gingen nog veel verder. 12 procent van de chattende meisjes -en 5 procent van de jongens- kreeg het voorbije jaar de vraag zich uit te kleden of om zichzelf te bevredigen voor de webcam. In de overgrote meerderheid van de gevallen kwam die vraag van een onbekende. Uit de enquête blijkt ook dat jongeren tijdens chatsessies opvallend openhartig zijn en snel vertrouwen hebben in hun chatpartners.

 

 

Roken op speelplaats verboden vanaf volgend schooljaar

 

Vanaf 1 september 2008 komt er een algemeen rookverbod in alle Vlaamse scholen. Dat delen de Vlaams ministers van Onderwijs Frank Vandenbroucke en Volksgezondheid Inge Vervotte mee. Er zal niet langer gerookt kunnen worden op de speelplaats en ook de rokerslokalen voor leerkrachten moeten weg.

Volgend schooljaar komen er middelen voor rookpreventie en rookstopbegeleiding in scholen. Roken in de schoolgebouwen is al langer verboden. Of er op de speelplaats gerookt mag worden, hangt van de scholen zelf af. Een algemeen rookverbod daar is er nu nog niet.

De discussie over een algemeen rookverbod op de speelplaats laaide begin dit jaar op nadat een vader uit Oostende er over klaagde dat er op de speelplaats van de school van zijn dochter gerookt mocht worden. Minister Vandenbroucke pleitte toen voor een rookverbod op de speelplaats.

De Vlaamse Onderwijsraad, waarin de onderwijsnetten en vakbonden zitten, adviseert nu om een rookverbod in te voeren vanaf september 2008. Minister Vandenbroucke volgt dit advies en zal het verbod in een decreet gieten. Naast een rookverbod op de speelplaats zal een rokerslokaal voor leerkrachten niet meer mogelijk zijn.

Minister van Welzijn Inge Vervotte trekt vanaf volgend schooljaar 150.000 euro uit voor rookpreventie in het onderwijs. (bron : belga/hln; maart 2007)

 

 

 

 

De meerderheid van de Vlaamse jongeren heeft een positief zelfbeeld, een goede relatie met hun ouders en neemt uitgebreid deel aan het verenigingsleven. Dat is de belangrijkste conclusie van de Vlaamse Jeugdmonitor, die door het Steunpunt Beleidsrelevant Onderzoek en het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) werd voorgesteld aan Vlaams minister van Jeugd Bert Anciaux.

Vierjaarlijkse bevraging
Het onderzoek in opdracht van minister Anciaux belicht de Vlaamse jeugd aan de hand van een bevraging van 2.503 jongeren. De bevraging zal elke vier jaar worden herhaald en heeft betrekking op de 14- tot 25-jarigen. Zij maken 14 procent van de bevolking van het Vlaamse Gewest uit.

Positieve ouderrelatie
De grote meerderheid van de 14- tot 25-jarigen woont nog thuis. De relatie met de ouders wordt als positief ervaren. Een groot deel van de respondenten verlaat het ouderlijke huis tussen de leeftijd van 22 en 25 jaar.

Vertrouwensrelaties
Van de groep die niet studeert, is het grootste deel aan het werk, overwegend in voltijdse betrekkingen. Meer dan de helft heeft een contract van onbepaalde duur. De 14- tot 25-jarigen volgen in hun vrije tijd vaak nog bijkomende lessen en cursussen. Bijna de helft van de ondervraagden heeft geen vaste relatie. De jongeren hebben gemiddeld 3,85 "beste vrienden of vriendinnen". Jongeren zien vriendschap vooral als een vertrouwensrelatie.

Weinig politieke interesse
Uit de studie blijkt ook dat jongeren weinig geïnteresseerd zijn in politiek. De politieke betrokkenheid neemt toe met de leeftijd.

Verenigingsleven
De overgrote meerderheid van de respondenten neemt deel aan het verenigingsleven, waarbij vooral sportverenigingen populair zijn. Ook jeugdbewegingen doen het nog altijd goed. Vanaf 16 jaar kiezen jongeren vaker voor verenigingen waarin een eigen inbreng een grote rol speelt.

Minderheid

De verantwoordelijken voor de Jeugdmonitor wijzen er wel op dat het beschreven beeld de meerderheid van de jongeren betreft. "Er is dus een minderheid voor wie al deze aspecten er minder goed uitzien. Een kleine groep jongeren leeft in conflict met zijn ouders, gaat niet graag naar school, is werkloos en voelt zich niet goed in zijn vel", luidt het in een mededeling. (belga/hln; april 2007)

 

 

Jongeren roken en drinken minder en gebruiken minder drugs

 

In het schooljaar 2005-2006 is het aantal Vlaamse leerlingen dat rookt, drinkt of cannabis gebruikt, gedaald tegenover de voorgaande zes schooljaren. Er zijn vooral minder heel jonge gebruikers, zo blijkt uit een studie van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugsproblemen vzw (VAD). Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Inge Vervotte wil nog meer middelen vrijmaken voor preventie.

In het schooljaar 2000-2001 dronk 79 procent van de 12- tot 14-jarigen ooit alcohol, in 2005-2006 daalde dit tot 71 procent. Het recente alcoholgebruik, in het jaar voor de peiling, daalde in diezelfde leeftijdsgroep van 54 procent naar 47 procent.

Het roken van tabak is de afgelopen zes jaar gedaald van 34 procent naar 21 procent. Vooral bij de -16-jarigen daalde het laatstejaarsgebruik van 25 procent tot 13 procent. Het gebruik van cannabis nam eveneens af in de laatste zes jaar. Vooral in de leeftijdscategorie 15-16 jaar is de daling significant. In het schooljaar 2005-2006 rookten ongeveer 24 procent van de Vlaamse leerlingen regelmatig, terwijl 12,4 procent regelmatig alcohol drinkt en 2,7 procent regelmatig cannabis nuttigt.

Jonge drinkers
Zowat 63 procent van de Vlaamse jongeren nipte al eens van een alcoholisch drankje voor ze in het secundair onderwijs terecht kwamen. "Dat is ontzettend veel, aangezien de wettelijke leeftijd waarop alcohol geschonken mag worden aan jongeren 16 jaar is", zo luidt het bij VAD. Tussen de leeftijd van 13 en 14 jaar stijgt het alcoholgebruik met meer dan 25 procent.

Verband tussen roken en cannabis
Ongeveer 4 op de 10 leerlingen hebben ooit tabak gerookt. Van de 18-jarigen is dat 71 procentt, waarbij 43 procent het voorbije jaar ook rookte. Er bestaat ook een verband tussen roken en cannabisgebruik. Ongeveer 35 procent van de rokers gebruikt ook cannabis, terwijl slechts 1,5 procent van de niet-rokers dat doet. Tussen de leeftijd van 14 en 18 jaar stijgt het percentage van leerlingen dat ooit cannabis gebruikte van 1 op 9 naar bijna 1 op 2. De scharnierleeftijd is hierbij 16 jaar.

Jongens en meisjes
Het regelmatige alcoholgebruik ligt bij jongens dubbel zo hoog als bij meisjes. Ook opvallend meer jongens dan meisjes gebruiken cannabis: het regelmatig gebruik ligt bij jongens driemaal hoger, terwijl het gewoon gebruik dubbel zo hoog is. Op het vlak van roken zijn er nauwelijks geslachtsverschillen.

Scharnierleeftijden
De VAD wijst er op dat voor alle psychoactieve middelen geldt dat hoe vroeger iemand ze gebruikt, hoe groter de kans is dat dat gebruik problematisch wordt. "Om latere problemen te voorkomen, is het daarom voor alle middelen, alcohol, tabak en cannabis, essentieel om niet-gebruik aan te moedigen en de beginleeftijd uit te stellen", aldus VAD. Preventie moet dan ook afgestemd worden op de scharnierleeftijden waarop jongeren met verschillende middelen beginnen te experimenteren.

Actieplan
Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Inge Vervotte werkt op dit moment een actieplan inzake verslavende middelen uit. "Ik ga daar ook extra middelen voor vrijmaken, want gestructureerde preventie loont. Vanuit het gezondheidsstandpunt spreekt het bovendien voor zich dat een deel van de geheven accijnzen en taksen worden geïnvesteerd in preventie", aldus Vervotte. Toch betreurt de minister dat de gemeenschappen de huidige heffingen niet rechtstreeks kunnen ontvangen. (bron: belga/hln; 27 februari 2007)

 

 

Jongeren en alcohol: reclamemakers weten waarom!

 

Het gedrag van de jongeren op het gebied van de alcoholconsumptie is al enkele jaren aan het veranderen. Jongeren drinken alcohol op alsmaar jongere leeftijd en de alcoholconsumptie vervrouwelijkt. Het 'bingedrinking' (trend om te drinken tot men dronken is) neemt sterk toe. De marketingstrategieën van de alcoholproducenten, onder andere die welke op de jongeren gericht zijn, dragen ruimschoots bij aan die evoluties. Het Oivo ging na hoe reclamemakers jongeren proberen te overtuigen om te drinken en bracht er een nieuwe brochure over uit

Het eerste contact van het kind met alcohol vindt over het algemeen plaats in familiekring. Een vinger dopen in het glas van papa of mama, een eerste glas drinken ter gelegenheid van een familiefeest... De groep van kameraden op school, de jeugdbewegingen, de sportclub, het hoger onderwijs nemen het daarna over. De jongeren drinken om te doen zoals de anderen, een feestje te bouwen en plezier te maken, hun gedachten te verzetten, zich te ontspannen, minder verlegen te zijn, en voor sommigen om hun grenzen te verleggen.

Als we dat fenomeen van dichterbij bekijken, zien we twee nieuwe trends: de verjonging van de alcoholconsumptie en de toename van het 'bingedrinking' (d.i. drinken louter om dronken te worden).

De marketingstrategieën van de alcoholproducenten die specifiek op de jongeren mikken, dragen ruimschoots bij aan deze evoluties. Alcopops met aantrekkelijke kleuren en met limonadesmaken, de voetbalcompetitie die naar een bier genoemd wordt, agressieve marketing in studentenmilieus, alsmaar meer reclame op het internet en in de bioscoop... Voeg daar nog een vorm van banaliseren bij, van het normaal vinden door de maatschappij en door de jongeren zelf en de omvang van het fenomeen wordt pas echt goed duidelijk. Kijk maar eens naar het indrukwekkende aantal blogs waarin jongeren zichzelf en anderen - blijkbaar met enige trots - in dronken toestand afbeelden.

De opvoedingssector probeert om een verantwoordelijke en minder risicovolle consumptie te promoten, zonder het alcoholgebruik te demoniseren of te banaliseren. Echter, om deze evoluties te begrijpen en te proberen afremmen, blijkt het ook noodzakelijk om de schijnwerpers even te richten op de producenten en niet alleen op de jonge consumenten. De sector van de alcoholproducenten heeft een verantwoordelijkheid op te nemen.

Het is duidelijk dat de sector van de alcoholproducenten op het gebied van reclame en marketing nieuwe commerciële praktijken ontwikkelt die meer agressief en meer gericht zijn. De draaggroep 'Les jeunes et l'alcool' heeft daarom een Observatorium voor de commerciële praktijken in het leven geroepen, om deze praktijken objectief te bekijken, de kritische kijk te verscherpen en de politieke wereld te interpelleren.

De sector heeft immers binnen zijn eigen gebied een overeenkomst afgesloten die de reclame reglementeert, maar we moeten vaststellen dat dit mechanisme ontoereikend is om de jonge consument te beschermen. Nieuwe producten 'op maat van de jongeren' (met aantrekkelijke kleuren, gesuikerd, met cool imago) overspoelen de markt. De alcoholproducenten zijn talrijk en opvallend aanwezig op het internet. De filmzalen blijven niet gevrijwaard met enkel hun 'No kids'-aanpak die de minderjarige niet efficiënt beschermt. Ook de sportwereld wordt fel begeerd door de alcoholproducenten.

Dat draagt allemaal bij aan het banaliseren van de excessieve consumptie van alcohol. De persoonlijke blogs van de jongeren zijn daarvan de weerspiegeling. We vinden er duidelijke tekenen van het banaliseren van ongepast gedrag en een massale aanwezigheid van de 'alcoholcultuur'.

Kortom, de uitspattingen zijn talrijk en velerlei. Het is tijd om te reageren, om de jongeren op te voeden en deze praktijken beter te reguleren. De overheid alsook de consumenten moeten in deze regulering betrokken partij zijn en wel voor alle handelspraktijken. De jonge consument moet beschermd worden.

Média Animation geeft, in partnerschap met negen verenigingen die lid zijn van de Groep 'Les jeunes et l'alcool' en het OIVO, de brochure 'Reclamemakers weten waarom' uit, een instrument voor sensibilisatie aangaande de commerciële praktijken van de alcoholproducenten.

De preventie moet op de jongere geconcentreerd worden, maar ze moet ook structureel zijn. De brochure 'Reclamemakers weten waarom' werkt mee aan de realisatie van die twee doelstellingen. Ze is een educatief instrument dat op de jongere is afgestemd via de educatieve tussenpersonen en een instrument voor politieke bewustmaking aangaande een betere en transparante overheidsregulering van deze soms twijfelachtige praktijken.

bron en meer info: OIVO, Paapsemlaan 20 - 1070 Brussel - 19 maart 2007

.

 

 

Twee op drie leerlingen zien gevaar in internet

 

Drie kwart van de Vlaamse leerlingen gebruikt minstens een keer per week het internet. Eén op de zes voelt zich daarbij soms onveilig of bedreigd. Vier op de tien ondervraagden werden al gechoqueerd door wat op het scherm verscheen en volgens twee op drie kan internet gevaarlijk zijn.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Gent en Action Innocence bij 1.700 9 tot 14-jarigen uit 79 Vlaamse scholen. De resultaten van het onderzoek verschijnen deze week in het onderwijsblad Klasse en zijn vandaag te lezen op de website van het blad. In totaal gebruikt 40 procent van de Vlaamse leerlingen tussen 9 en 14 jaar elke dag het internet, slechts 4 procent nooit. Ruim de helft van de leerlingen surft voor schoolwerk, om informatie op te zoeken en te downloaden en om te e-mailen. Ongeveer 60 procent speelt spelletjes of chat.

 

 

Special Abnormal :“ Je bent vlugger ZOT dan NORMAAL”: een krantje over pesten

 

Hoe onschuldig pesten voor de pestkoppen ook lijkt, voor hun slachtoffers heeft de dolle pret ernstige gevolgen. Treiteren, kleineren en ander pestgedrag maken wonden die zelden helemaal helen. 3 slachtoffers van pesten zeggen het volgende:

Linne:  “ Ik denkt dat de aanleiding gewoon verveling was, en misschien ook wel angst voor het onbekende, omdat ik een klein, onbekend, mager meisje was “

Koen:  “ Ik zou sneller hulp inroepen. Ik denk dat dat de enige manier is om het te doen stoppen ”

Silvy: “ Het verschil tussen plagen en pesten is dat plagen ophoudt maar pesten blijft duren!”

Anti-pest TIPS voor als je zelf gepest wordt:

·     Praat erover met een vertrouwenspersoon! Als jij het aan niemand vertelt, kan ook niemand jou helpen om het pesten te laten ophouden.

·     *Negeer de pester!  De pester zoekt vaak aandacht, als je hem/haar negeert bereiken ze dus niet hun doel.

·     Vertrouw in jezelf! Leer jezelf graag zien! Als de pester ziet dat jij niet onder het pesten lijdt, vindt hij het waarschijnlijk niet meer zo leuk.

·     Misschien helpt het om te weten dat je niet de enige bent, er worden heel veel jongeren gepest in Vlaanderen. Bovendien zijn pesters meestal ook jongeren die niet goed in hun vel zitten, of die zelf vroeger slachtoffer zijn geweest. Geef vooral nooit jezelf de schuld!

Zoek je informatie of hulp rond pesten? Hier enkele interessante sites en adresjes:

www.pesten.net: een website met veel informatie over pesten

www.pestforum.nl: is een groot forum tegen pesten in Nederland

www.inpetto-jeugddienst.be/ned/SA0.htm : pagina van onderzoek van het krantje

De cel leerlingenbegeleiding en het CLB van je eigen school hebben vaak een eigen strategie om het pesten tegen te gaan. Je kan er ook zeker terecht voor een luisterend oor.

Special Abnormal: Is een interessant tijdschriftje rond pesten en rond ‘anders’ zijn. Met heel wat getuigenissen van jongeren die gepest worden, met een handicap leven, holebiseksueel zijn, een ander kleurtje hebben,… Verder lees je over cyperpesten, vooroordelen, geloofsovertuigingen, discriminatie en krijg je een pak tips voor een anti-pestplan!! Je kan het tijdschrift gratis afhalen op het JAC of aan de JIP-zuil in de bibliotheek.

 

 

Cijfers afhakende jongeren op school "zorgwekkend"

 

"Rampzalig en zorgwekkend". Zo noemt Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke de cijfers over het aantal jongeren dat zonder einddiploma het middelbaar onderwijs verlaat. De sp.a-bewindsman wil hier iets aan doen door onder meer te werken op de studiekeuze van jongeren en door scholen meer aandacht te laten besteden aan hun problemen. Vandenbroucke wijst erop dat de cijfers de voorbije vijf jaar schommelden tussen 10 en 11 procent. Nu ligt het op iets meer dan 12 procent. "Dat is zeker geen daling en misschien erger dan een stabilisatie", zei hij in de marge van het sp.a-congres. In elk geval wil hij de strijd aanbinden tegen het fenomeen.

Evenwicht sterk en warm
Dat kan onder meer door een betere begeleiding van de studiekeuze van de jongeren. "Soms maken ze een foute keuze, door bijvoorbeeld te kiezen voor het ASO, terwijl de jongeren soms meer talenten hebben voor het TSO of BSO. We moeten hen beter begeleiden om te vermijden dat ze ontmoedigd raken en mislukken", verklaarde de onderwijsminister. Daarnaast wil de minister dat de scholen meer aandacht besteden aan de begeleiding van probleemjongeren. "Wij moeten zorgen voor een warm klimaat, door een luisterend oor aan te bieden, de jongeren aan te moedigen. Tegelijkertijd moeten we kordaat optreden voor wie niet van goede wil is, zoals de spijbelaars. We moeten dus een evenwicht vinden tussen sterk zijn én warm zijn", dixit Vandenbroucke.

Jojo-projecten
Het sp.a-regeringslid heeft de Centra voor Leerlingenbegeleid gevraagd om samen met de scholen de afspraken rond spijbelen op punt te zetten. "De scholen moeten weten wat hen te wachten staat", klonk het. Tot slot is Vandenbroucke van plan om 200 extra plaatsen te creëren in de zogenaamde jojo-projecten (jongeren voor jongeren). Het gaat om jongeren die geen diploma behaalden en die op een school een contract krijgen om probleemjongeren weer mee op het goede pad te helpen. Daarvoor bestaan nu 180 plaatsen, maar het initiatief heeft zoveel succes dat het dringend dient te worden uitgebreid.

bron : HLN

 

 

Cyberpesten neemt toe in Vlaanderen

 

Cyberpesten neemt hand over hand toe in Vlaanderen. Meer dan 60 procent van de jongeren zegt ooit gepest te zijn via sms, mail, of op het internet. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Antwerpen in opdracht van de Vlaamse overheid. Pesters komen vaak uit het technisch of beroepssecundair onderwijs en zijn gemiddeld 15 jaar oud. Jongens maken zich er vaker aan schuldig dan meisjes. Niet minder dan 62 procent zegt ooit slachtoffer van pesterijen geweest te zijn.

bron : HLN

 

 

Twee op drie leerlingen zien gevaar in internet

 

Drie kwart van de Vlaamse leerlingen gebruikt minstens een keer per week het internet. Eén op de zes voelt zich daarbij soms onveilig of bedreigd. Vier op de tien ondervraagden werden al gechoqueerd door wat op het scherm verscheen en volgens twee op drie kan internet gevaarlijk zijn.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Gent en Action Innocence bij 1.700 9 tot 14-jarigen uit 79 Vlaamse scholen. De resultaten van het onderzoek verschijnen deze week in het onderwijsblad Klasse en zijn vandaag te lezen op de website van het blad. In totaal gebruikt 40 procent van de Vlaamse leerlingen tussen 9 en 14 jaar elke dag het internet, slechts 4 procent nooit. Ruim de helft van de leerlingen surft voor schoolwerk, om informatie op te zoeken en te downloaden en om te e-mailen. Ongeveer 60 procent speelt spelletjes of chat.

 

 

Jonge verkeersdeelnemer kent wegcode amper (op naar de verkeersschool)

 

jonge, actieve verkeersdeelnemers kennen de wegcode nauwelijks en kunnen het risico van hun verkeersgedrag onvoldoende inschatten. Dat concludeert de VAB uit een analyse van vragen, opmerkingen en suggesties die de vereniging ontving omtrent het verkeersgedrag van jonge verkeersdeelnemers. Van die jonge verkeersdeelnemers fietst 38 procent, gaat 8 procent te voet en gebruikt 3 procent de bromfiets.

,,De verkeerscode is complex en daarom niet altijd gemakkelijk begrijpbaar voor jonge verkeersdeelnemers'', stelt Maarten Matienko van de VAB. Zo rijden heel wat jonge fietsers zowel binnen als buiten de bebouwde kom met twee of meer naast elkaar, terwijl dat enkel binnen de bebouwde kom is toegelaten, behalve wanneer het kruisen niet mogelijk is.

Uit de praktijk blijkt ook dat racefietsen of mountainbikes systematisch niet voorzien zijn van de verplichte reflectoren en/of verlichting. Het licht vooraan en achteraan, de reflectoren vooraan en achteraan, op de pedalen en zijdelings zijn niet verplicht voor kinderfietsen, koersfietsen en mountainbikes. Maar fietsers 'vergeten' dat die vrijstelling enkel geldt onder bepaalde voorwaarden.
Verkeersopvoeding

Ook de betekenis en signalisatie van het opstelvak en de afslagstrook voor fietsers zijn onvoldoende gekend. Daarom vindt de VAB dat een minimumpakket met elementaire bepalingen uit de wegcode verplichte leerstof moet worden voor leerlingen uit het lager en secundair onderwijs. Dit pakket kan dan in functie van de behoefte van de leerling (bijvoorbeeld afhankelijk van het gebruikte vervoermiddel) worden uitgebreid.

Voorts is de VAB van mening dat de huidige verkeerscode geëvalueerd en bijgestuurd moet worden in functie van de begrijpbaarheid door jongeren. ,,Bovendien mag verkeersopvoeding niet beperkt blijven tot het theoretisch aanleren van de wegcode. Begeleiding van jongeren in het verkeer onder meer voor het aanscherpen van hun verkeersinzichten, het leren herkennen en omgaan met gevaarlijke verkeerssituaties zijn allemaal wezenlijke onderdelen van een totaalpakket verkeersopvoeding'', luidt het.

,,De scholen zijn niet in staat volledig zelfstandig dergelijke kennis op te bouwen en moeten daarom bijgestaan worden door deskundigen en middelen krijgen uit het Veiligheidsfonds (met daarin de inkomsten van de verkeersboetes) om het nodige didactische materiaal aan te schaffen'', aldus nog de VAB.

Meer lezen via www.hetvolk.be/Article/Detail.aspx?articleID=DMF05092005_017

 

 

1 jongere op 6 gebruikt geweld tegen ouders

 

Bijna één op zes jongeren uit het technisch en beroeps secundair onderwijs geeft aan geweld te gebruiken tegenover zijn ouders. Emotionele mishandeling is de meest voorkomende vorm van geweld. Dat blijkt uit een enquête van Kim Van Langenhove, die 479 jongeren ondervroeg voor haar thesis klinische psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. In 2004 gaf een soortgelijk onderzoek aan dat het percentage bij leerlingen uit het ASO even hoog ligt.

Vooral emotionele mishandeling
Van Langenhove legde 479 jongeren (13-19 jaar) uit het TSO- en BSO-onderwijs een vragenlijst voor met uitspraken over emotionele chantage en emotioneel en fysiek geweld tegenover hun ouders. Ongeveer vijftien procent gaf aan geweld te gebruiken tegenover zijn ouders, waarbij emotionele mishandeling de meest voorkomende vorm van geweld is (ongeveer dertien procent). Aan fysieke mishandeling of emotionele chantage maakt iets minder dan vier procent van de jongeren zich schuldig.

Verwijten of scheldpartijen
"Bij emotionele mishandeling gaat het bijvoorbeeld om verwijten of scheldpartijen om de ouders doelbewust te kwetsen", aldus Van Langenhove. "Emotionele chantage houdt bijvoorbeeld in dat de jongere gaat dreigen om iets te verkrijgen. Zo gebeurt het bijvoorbeeld dat zoon of dochter dreigt naar de politie te stappen met de melding mishandeld te worden als hij of zij niet naar een fuif mag."

Mishandeling wordt manier van communiceren
"Oudermishandeling wijst er meestal op dat er een probleem is binnen het gezin als samenlevingsvorm en dat het niet enkel gaat om een individueel probleem van de jongere", zegt de pas afgestudeerde klinisch psychologe. "Zo kan het gebeuren dat er te weinig gepraat wordt in het gezin en de mishandeling een manier van communiceren wordt. Een ander voorbeeld is een situatie waarin de vader vaak afwezig is en de moeder teveel steun bij haar kinderen gaat zoeken waardoor die overbevraagd worden."

Alle lagen van de bevolking
Oudermishandeling blijkt voor te komen in alle lagen van de bevolking en alle soorten gezinnen, vooral intacte gezinnen. Al geeft Van Langenhove toe dat daar zeker nog verder onderzoek moet naar gebeuren. Ook is het fenomeen verspreid over de leeftijdscategorieën en maken meisjes er zich evenzeer schuldig aan als jongens. Wel zijn moeders vaker het slachtoffer. Het lijkt minder voor te komen bij islamitische gezinnen.

Doodgezwegen uit schaamte
Mishandelde ouders durven er meestal niet mee naar buiten te komen uit schaamte. En wanneer ze er over praten, stuiten ze vaak op onbegrip en wordt de verantwoordelijkheid aan henzelf toegewezen. "Het is dus belangrijk dat het taboe over deze vorm van geweld wordt doorbroken. Dat is een eerste stap. Ouders zullen dan vlugger geneigd zijn hulp te zoeken", besluit Van Langenhove. (belga)

lees meer via : www.hln.be/hln/cch/det/art_113047.html

 

Ouders slechts op zesde plaats als infobron over seksualiteit :

 

Telidja Klaï promoveerde aan de Vrije Universiteit Brussel met haar doctoraal proefschrift “Intergenerationeel onderzoek naar de communicatie over seksualiteit: een studie bij ouders en jongeren tussen 15 en 21 jaar.”
Belangrijkste conclusie is dat relationele en seksuele vorming binnen gezinscontext niet evident is, jongeren halen in de eerste plaats informatie buiten het gezin. Binnen het gezin nemen moeders voornamelijk deze rol op zich, al blijken de vaders vandaag toch aan een inhaalbeweging bezig in vergelijking met hun vader. Nog opmerkelijk is dat dochters meer dan zonen de ouders, en dan vooral de moeder, als informatiebron gebruiken. In de communicatie blijken technisch-biologische thema's en relationele onderwerpen het meest voor de hand te liggen. Communicatie over aids, seksueel overdraagbare aandoeningen, seksueel geweld en perversiteiten ligt een pak moeilijker. Daarnaast zijn er rechtstreekse verbanden tussen de communicatie en de kwaliteit van de ouder-kind relatie, de seksuele activiteit van de ouders en het seksueel leven van het kind.

Enkele cijfers
4339 jongeren namen deel aan het onderzoek, waarvan 1900 mannelijke (43.8%) en 2435 vrouwelijke respondenten (56.2%), waarvan de meerderheid tussen de 17 en 19 jaar was. De ouders waren tussen de 37 en 64 jaar en er was een overwicht van de moeders (64,6%) op de vaders (34,7%).
Uit de cijfers blijkt dat jongeren voornamelijk informatie halen bij hun vrienden (95,6%), gevolgd door klasgenoten (91,7%), al beschouwen zij elkaar niet als experts. Op de derde plaats staan de media (89,6%), gevolgd door het al doende leren (85,9%) in een ex aequo met de les biologie (85,9%). Net voor de moeder (84,2%) komt nog de film (85,8%). Dit wijst er op dat seksualiteit binnen het gezin nog steeds een taboegehalte heeft. Jongeren voelen zich blijkbaar niet comfortabel genoeg en/of ouders zijn niet open genoeg om met elkaar over seksualiteit te praten. Meisjes consulteren daarbij meer informatiebronnen en ook meer persoonlijke informatiebronnen (moeder, andere familieleden, leerkrachten…) dan jongens, die onpersoonlijke informatiebronnen (media, films, computer) verkiezen.

Met hun moeder praten jongeren over relaties (88.2%), verliefd zijn (84.6%), lichamelijke veranderingen (84.3%) en voorbehoedsmiddelen (78.6%). Twee derden van de jongeren praat met hun moeder over aids (71.8%), vrijen (69.2%), ongeplande zwangerschap (66.4%), samenlevingsvormen (65.9%) en man/vrouw taakverdeling (65%). Iets meer dan de helft heeft met moeder gesprekken over andere seksueel overdraagbare aandoeningen (54%) en homoseksualiteit (53.5%). De onderwerpen die het minst aan bod komen binnen de gesprekken tussen moeder en kind zijn seksueel geweld (49.4%), perversiteiten (45.5%), genot (39.5%), masturberen (24.1%) en orale en anale seks (22.7%).

Ook de resultaten met betrekking tot de communicatie met vader liggen in dezelfde lijn. Wel valt op te merken dat vaders het, met uitzondering van homoseksualiteit (53.5%), voornamelijk houden bij de relationele aspecten van seksualiteit en anticonceptie. De vraag stelt zich of ouders met hun stilzwijgen over de andere onderwerpen hun kinderen willen behoeden voor gevaren. Een andere verklaring is dat ouders zelf omtrent deze topics niet de nodige bagage hebben om hun kinderen er over in te lichten. Zelf werden ze over deze onderwerpen nauwelijks tot nooit ingelicht. Er was ook zeer weinig informatie beschikbaar, slechts een tien- tot vijftiental jaar geleden maakte men werk van gedegen en toegankelijk voorlichtingsmateriaal omtrent deze onderwerpen. Mogelijk komt dit materiaal niet tot bij de ouders, waardoor ze zelf niet genoeg achtergrondkennis hebben om hun kinderen in te lichten.

Praten over seks
Of ouders nu wel of niet met hun kinderen over seksualiteit praten, houdt verband met de kwaliteit van de ouder-kindrelatie. Wanneer ouders en kinderen goed met elkaar kunnen praten, stimuleert dit het praten over een gevoelig onderwerp als seksualiteit. Niet enkel de gezinsrelaties, maar ook de individuele kenmerken van de ouders hebben invloed op de communicatie met de dochter(s) over seksualiteit.
Ouders die een seksueel actief leven hebben, staan duidelijk meer open om over seksualiteit te praten. Dr. Telidja Klaï merkt op dat een hoge frequentie van communicatie gepaard gaat met meer seksuele ervaring. Een mogelijke verklaring is dat, ongeacht het soort gezin waarin men vertoeft, de frequentie van de communicatie opgedreven wordt eens ouders merken dat hun adolescente kinderen seksuele ervaring opdoen.

Over het algemeen zijn ouders en kinderen tevreden over de gesprekken die ze met elkaar hebben. Daarenboven hebben ze beiden behoefte om meer met elkaar over seksualiteit te praten. Toch blijken er grote verschillen te zijn in de perceptie van de frequentie van communicatie. Ouders geven een frequentere communicatie weer, jongeren rapporteren dit minder. Dr. Telidja Klaï vermoedt dat ouders de indruk hebben dat ze heel wat naar hun kinderen toe communiceren terwijl jongeren deze boodschappen niet ontvangen. Daarnaast is het wellicht moeilijk voor jongeren om over dit domein van hun ontwikkeling te praten, en dan voornamelijk met hun ouders. Jongeren voelen zich onbehaaglijk wanneer ze met hen over seksualiteit praten. We vermoeden dat de inspanningen die ouders, of meer specifiek moeders, leveren om met hun kinderen een gesprek aan te gaan, letterlijk ‘ondergaan' worden. Ten slotte zijn ouders zeer betrokken bij het adolescente leven van hun kinderen, terwijl diezelfde kinderen tijdens hun adolescentie andere horizonten verkennen. Op het moment dat de seksuele ontwikkeling haar hoogtepunt kent, start voor adolescenten het losmakingsproces tegenover de ouders. Uit dit alles kan men concluderen dat het voor ouders geen gemakkelijke opdracht lijkt om hun kinderen te begeleiden in hun seksuele ontwikkeling.

Conclusies
Dit onderzoek maakt het mogelijk via achtergrondkenmerken en gezinsdynamieken die gezinnen te identificeren waar jongeren niet terechtkunnen voor de begeleiding van hun seksuele ontwikkeling. Vanuit preventief oogpunt is dit een belangrijk gegeven. Niet alleen preventie-organisaties maar ook de overheid dient via de verscheidene sectoren, zoals het jeugdwerk, het onderwijs en de sociaal-culturele sector, relationele en seksuele vorming op maat te organiseren. In plaats van één vormingspakket voor alle jongeren samen te stellen, bewijst het onderzoek dat een gedifferentieerde aanpak onontbeerlijk is. Het toegankelijk maken van preventie-activiteiten voor alle jongeren, rekeninghoudend met hun gezinscontext en achtergrond, wordt dankzij dit onderzoek mogelijk.

Als ouders en kinderen goed met elkaar kunnen praten, zullen zij dit ook gemakkelijker over seksualiteit doen. Oog voor het aanleren van algemene communicatieve vaardigheden voor zowel jongeren als ouders kan dus een uitdaging zijn voor het preventiewerk.

Ook de media kunnen hun rol waar maken. Jongeren geven zelf aan dat zij in de eerste plaats een beroep doen op de media om informatie omtrent seksualiteit op te zoeken. Vermits de media vele jongeren, onafhankelijk van hun achtergrond bereiken, pleit Dr. Telidja Klaï dan ook voor een gerichtere aanpak binnen deze media. Het uitbouwen van media als informatiekanaal voor jongeren (en hun ouders) is een belangrijke uitdaging. In de eerste plaats kunnen televisie en film hieraan meewerken. Via deze informatiekanalen kunnen educatieve boodschappen op grote schaal verspreid worden. De productie van een educatief kinder- of jongerenprogramma over seksualiteit toegankelijk voor alle kinderen of jongeren en hun ouders, uitgezonden op een kindvriendelijke of jongerenvriendelijke zender, zou een stap in de goede richting zijn. Daarnaast kunnen de bestaande mediakanalen, die zich reeds richten naar de seksuele en relationele vorming van jongeren, zoals bestaande jongerenwebsites, rondreizende tentoonstellingen en jongerenmagazines meer promotie gebruiken.

on: sensoa: lees hier meer

 

 

kinderen in scheidingssituaties: dossier opgesteld door KRC.

 

In haar uniek dossier ‘kinderen en scheiding’ brengt het Kinderrechtencommissariaat de problemen van minderjarigen in de verschillende momenten van het scheidingsproces in beeld. Dat proces start soms lang voor de gerechtelijke procedure en heeft brede uitlopers daarna.Zo hebben kinderen moeilijk toegang tot duidelijke informatie over hun positie als hun ouders uit elkaar gaan. Er is geen laagdrempelige dienst beschikbaar die zich expliciet profileert als laagdrempelig informatiepunt.Kinderen hebben er belang bij dat het conflict tussen hun ouders niet escaleert. Niet de fysieke scheiding, maar conflicten tussen ouders vormt een risico voor problemen bij kinderen. Bemiddeling als conflictpreventie tussen hun ouders kan voor kinderen daarom een belangrijk gegeven zijn.  Bemiddelaars richten zich echter hoofdzakelijk tot ouders. Kinderen willen ook gehoord worden door bemiddelaars. Kinderen willen ook meepraten over een verblijfs- en omgangsregeling, liefst zonder daarom keuzes te moeten maken. Dat lukt vaak niet. Kinderen moeten de opgelegde omgangsregeling volgen ook als hun sociale leven verandert. Het kind heeft hier geen enkel initiatiefrecht. In 2003 leefden ongeveer 150.000 minderjarigen in Vlaanderen in een nieuw samengesteld gezin. Vorig jaar leefde ongeveer eenzelfde aantal in een eenoudergezin. Kinderen hebben vooral in de overgangsperiode van het kerngezin naar deze nieuwe situatie behoefte aan steun. Een scheiding veroorzaakt economische verarming. In veel scheidingssituaties ontstaan vroeg of laat perikelen rond de betaling van de alimentatie, wat vaak rechtstreeks de levensstandaard raakt, en dus ook de ontwikkelingskansen van het kind. De gerechtelijke scheidingsprocedure heeft een grote impact op het verdere leven van kinderen. In die procedure hebben kinderen nog steeds een zwakke positie. Veel klachten van kinderen gaan over het spreekrecht. Kinderen beklagen zich bijvoorbeeld over de vorm van de gesprekken of voelen de dwang om zich uit te spreken over iets waarover ze zich niet willen uitspreken. Heel wat kinderen worden ook direct geconfronteerd met de onmogelijkheid om zelfstandig via een gerechtelijke procedure de wijziging van de omgangsregeling aan de rechter te kunnen voorleggen.

BRON: persartikel Kindercommissariaat: lees het dossier

 

 

DrugLijn in 2004: aantal vragen over cocaïne blijft toenemen

 

De DrugLijn (078 15 10 20) heeft net de analyse afgerond van de vragen die in 2004 door de lijn beantwoord werden.
Het aantal vragen dat de lijn beantwoordde (5.749) bleef stabiel ten opzichte van 2003. Toch deed zich voor het tweede jaar op rij een duidelijke stijging voor in het aantal vragen over cocaïne. In tegenstelling tot wat velen zouden vermoeden is, na cannabis en alcohol, niet XTC maar cocaïne uitgegroeid tot de derde meest vermelde drug bij de lijn. Bovendien valt op dat -in vergelijking tot andere drugs - die vragen vaker afkomstig zijn van mensen tussen 25 tot 35 jaar oud en dat ze vaker van partners en vrienden komen.
Via een nieuwe folder wil de DrugLijn tegemoetkomen aan de vragen die over cocaïnegebruik leven.

Lees meer via www.druglijn.be

 

 

Belgische jongeren geven jaarlijks 14 miljard euro uit

 

De Vlaamse en Waalse jongeren tussen twaalf en dertig jaar verwerven samen negentien miljard euro per jaar, waarvan veertien miljard euro aan lopende uitgaven zoals het dagelijkse leven en ontspanning wordt besteed. Dat blijkt uit 'Time for Youth 2005', een studie van TNS-media in opdracht van RMB Marketing en in samenwerking met de Waalse radio- en televisie-omroepen NRJ, mcm en RTBF. De twee belangrijkste inkomstenbronnen voor jongeren zijn loon en zakgeld. Dan volgen de tijdelijke en de regelmatige studentenjob.

BRON: LAATSTE NIEUWS... lees hier meer

 

 

Zelfverminking bij jongeren mag niet onderschat worden


,,'s Avonds nam ik het breekmes en kerfde mijn arm vol. Tot het bloedde, dan werd ik rustig." Lies (18) verwondde zichzelf zes maanden aan een stuk. Ook Kaat (19) sneed in haar lichaam: ,,Jarenlang, met alles wat scherp was". In een klas van twintig zitten gemiddeld twee leerlingen die zichzelf opzettelijk verminken, leert Brits onderzoek. Maar ook bij ons zijn Lies en Kaat geen uitzondering.

Kaat was dertien toen ze de eerste keer een mes in haar arm zette. Ze had ruzie met haar ouders en kon 's nachts niet slapen. ,,In een vlaag van waanzin nam ik een breekmes en sneed mezelf in de arm. Zes kerven van zes centimeter," glimlacht Kaat. Ook Lies deed het 's avonds, het werd een avondritueel: vlak voor het slapen gaan nam ze haar breekmes en kraste ze minimum tien keer in haar arm. De eerste keer op haar veertiende.

Lies had een manisch-depressieve vader: ,,Leven met zo'n pa was niet gemakkelijk. Ik sneed mezelf een paar keer per jaar. Pas na de dood van mijn opa, zo'n acht maanden geleden, deed ik het elke dag. De problemen met mijn vader en dat er nog eens bovenop werden me te veel. Als je aan het kerven bent, denk je aan niets. Dat was het enige echt rustige moment van de dag. Dan viel alle druk van mijn schouders en vergat ik alles. Pas daarna kon ik goed slapen, anders niet. De volgende morgen was ik er niet meer mee bezig. Maar als het dan weer avond werd, kwam de drang weer op. Het is een verslaving, net als drugs of alcohol. Ik kon er niet mee stoppen."

Kaat werd geslagen en had heel vaak hevige ruzies thuis. ,,Door te kerven werd ik gevoelloos, ik leefde als een robot. Ik deed het ook af en toe overdag, in de schooltoiletten, in de tuin of op mijn kamer. Alle spanningen verdwenen dan uit mijn lichaam. Soms wilde ik mijn polsen oversnijden, maar dat durfde ik niet."

Alles wat scherp is

Lies kerfde met een breekmes of een schaar. ,,Soms prikte ik met speldenkopjes in mijn wonden", zegt ze. ,,Ik had altijd iets bij om te krassen, er zat zelfs een stukje van mijn breekmes tussen mijn gsm." Kaat sloeg dan weer toe met alles wat ze vond: ,, Een passerpunt is heel handig, daarmee kon je je hele bovenhuid kapot maken. Maar een mes of een glasscherf waren ook goed." Ze had altijd een zakmes bij zich, maar vreemd genoeg gebruikte ze dat niet: ,,Nee, ik gebruikte mijn zakmes om een takje scherp te maken en me daarmee te verwonden, maar het zakmes zelf was me veel te dierbaar om daarmee in mijn lichaam te kerven." Haar lichaam was minder belangrijk dan haar zakmes.

De meisjes hebben nu een hoge pijndrempel gekregen. Tenzij ze zich per ongeluk verwonden, door in een stukje glas te trappen bijvoorbeeld. Kaat: ,,Dat doet wél pijn, maar als je het zelf doet niet. Gek hé".

Viel dat dan niet op? Had niemand dat dan door? En wat met die littekens?

Kaat: ,, Ik droeg altijd lange mouwen, in de turnles was dat gemakkelijk: de sportzaal werd niet genoeg verwarmd en ik was dus niet de enige met lange mouwen. Als het te veel begon op te vallen, sneed ik in mijn bekken, dat kon niemand zien. Ik was ook redelijk stil in de klas, men vond mij maar een 'rare'. Echte vriendinnen had ik niet. Uiteindelijk zag een lerares Frans dat er iets scheelde. Ik heb het haar langzaamaan opgebiecht."

Je ben een freak

Ook Lies zorgde ervoor dat haar wonden niet opvielen: ,,Als het te erg werd in mijn arm deed ik het op mijn bovenbeen, dat valt minder op. Ik had vaak een uitvlucht klaar: de kat heeft me meerdere malen gekrabd... (glimlacht) Je vertelt dit ook niet zomaar aan een vriendin hoor, het is en blijft een groot taboe. Je bent een freak hé. Uiteindelijk ben ik zelf naar een leerlingenbegeleider gestapt en zo zijn mijn ouders ook op de hoogte gebracht."

Kaat is nu een jaar gestopt: ,,Ik ben in therapie geweest, heb drieënhalve maand in de psychiatrie gezeten en nog twee jaar in een jongereninstelling gewoond. Ik voel me goed nu. Ik heb geen contact meer met mijn ouders, de ruzies zijn weg. Ik ben weer gelukkig."

Lies is pas twee maanden gestopt: ,,Na die helse periode van zes maanden wilde ik helemaal opnieuw beginnen. Ik ben van school af en heb nu een interimjob. Alles gaat goed. Voorlopig toch. Maar wat als ik weer een tegenslag heb? Weet je, ik ben nog altijd bang voor mezelf. Heel bang. Ik wil dit nooit meer."
 

Wat te doen als je tiener zich verwondt

Wel

1. Vragen naar de boodschap achter het krassen: 'Gaat het niet goed met jou?'

2. Vragen of ze willen opschrijven wat ze denken of voelen.

3. Geen geheimhouding beloven, overleggen welke stappen je kan en gaat zetten.

4. Samen een alternatief zoeken: intens sporten, tv-kijken, afspreken met vrienden...

5. Samen op zoek gaan naar het 'waarom' en proberen daar samen iets aan te doen.

Niet

1. Niet onmiddellijk beginnen preken.

2. Niet te veel focussen op de wonden, wat kan aanzetten tot nog meer krassen.

3. De tiener niet als een probleem bekijken, beschuldigen maakt het alleen maar erger.

4. Negeren. Zelfverwonding is vaak een vraag om hulp, een poging om te communiceren.

5. Denken dat je er alleen voor staat. Het JAC, een Centrum voor Leerlingenbegeleiding, huisarts of psychiater kunnen veel hulp bieden.

(bron: Het Volk, 2005)

 

 

Kwart tieners woont niet bij beide ouders

 

Een kwart van alle Vlaamse tieners woont niet meer bij beide ouders. Meestal zijn die uit elkaar en vond de scheiding plaats voor het kind twaalf jaar werd. Dat blijkt uit een analyse van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudies. Het proces versnelt aan een hoog tempo: van alle huwelijken uit de jaren negentig is al één op vijf ontbonden. Dat is evenveel als van de dertig jaar eerder gesloten huwelijken uit de jaren zestig.

Ruim een half miljoen Vlamingen, of 14 procent, heeft ervaring met echtscheiding. Negen procent is op dit moment gescheiden. 280.000 Vlamingen zijn al drie of meer keer veranderd van burgerlijke staat: ze zijn getrouwd, gescheiden en hertrouwd. Ruim 43.000 personen zijn minstens tweemaal uit de echt gescheiden.

 

 

Website wil jongeren doen praten over alcoholproblemen

 

De Vereniging voor Alcohol- en andere Drugsproblemen (VAD) lanceert samen met de DrugLijn een nieuwe campagne om het taboe over alcoholproblemen thuis te doorbreken. Vandaag werd een website voorgesteld die de jongeren moet informeren en aanzetten tot communiceren. "Ongeveer een op de tien kinderen heeft een ouder die te veel alcohol drinkt. Alcoholproblemen in het gezin zijn problematisch voor kinderen. Daarnaast vormen kinderen van ouders die te veel alcohol drinken een risicogroep om later zelf met het probleem te kampen te krijgen", zegt Gilles Geeraerts, stafmedewerker van de VAD. Op de site Bekijk het eens nuchter van de VAD en de DrugLijn is informatie te vinden over alcohol en alcoholproblemen. "Maar we willen de jongeren ook stimuleren om over die problemen te praten", aldus Geeraerts. "Erover praten helpt de kinderen al een stap vooruit." (belga) http://www.bekijkheteensnuchter.be

 

 

,Wie kinderen mishandelt verdient er geen''

 

Ouders die hun kinderen mishandelen, kunnen beter geen kinderen meer krijgen. Uit de assisenzaak over Xena, de Mechelse baby die mishandeld werd tot de dood, worden harde lessen getrokken. ,,Opgelegde anticonceptie is in sommige gevallen wenselijk'', zegt VLD-senator Patrik Vankrunkelsven. 

Het lot van baby Xena roept veel vragen op. De drugsverslaving van de ouders was bekend. Verpleegkundigen van Kind&Gezin stonden minstens tien keer voor een gesloten deur bij het gezin Buelens-Croon, maar er gebeurde niet op tijd iets méér. Het oudere zusje van Xena was al een keer uit het gezin gehaald vanwege mishandeling. Waarom Xena niet?

,,Als wij jeugdrechters een zaak krijgen waarrond een zweem van mishandeling hangt, nemen we normaal geen risico'', zegt jeugdrechter Heleen Martens. ,,Zelfs al is het onderzoek nog niet afgerond, toch beslissen we dan vaak om het kind te plaatsen. Alleen: soms moeten we kinderen terug laten keren naar een thuis met een dronken vader of een moeder die coke ligt te snuiven. Gewoon omdat er niet genoeg opvangplaatsen zijn.''

Er zijn in België 7.000 jongeren geplaatst in instellingen en pleeggezinnen. In 20 procent van de gevallen gaat het om jonge criminelen die naar een instelling gaan, maar 80 procent van hen zijn kinderen met een problematische situatie thuis.

VLD-senator Patrik Vankrunkelsven vindt in België een debat nodig over mensen die kinderen willen, maar die zwaar verslaafd zijn, of die hun kinderen mishandelen. ,,We mogen onze ogen niet sluiten voor wantoestanden. Ik vind het beter dat sommige mensen géén kinderen krijgen. Sterilisatie is geen optie, dat is verminking. Maar er zijn andere mogelijkheden, zoals de prikpil of een spiraaltje. Rechters moeten dat kunnen verplichten.''
CD&V vindt vruchtbaarheid echter een recht van elke mens.

 

 

Pubers die cannabis roken hebben meer kans om later ook heroïne of cocaïne te gebruiken dan andere jongeren.

 

Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam. Jongeren die voor hun achttiende verjaardag al cannabis gebruikt hebben, lopen meer kans om later verslaafd te worden aan andere drugs dan jongeren die niet blowen. ,,De kans is zelfs zes tot zeven keer hoger'', zegt onderzoekster Jacqueline Vink van de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze selecteerde meer dan tweehonderd tweelingen waarvan de ene wel cannabis had gebruikt voor de achttiende verjaardag en de andere niet. Het blowende deel van de tweelingen bleek op latere leeftijd veel hoger te scoren op allerlei vlakken van drugsgebruik. Ze grepen vaker naar partydrugs als XTC en naar harddrugs als cocaïne en heroïne.

Drugspreventie nodig

,,Door te werken met tweelingen zijn we er zeker van dat de proefpersonen in dezelfde omgeving opgegroeid zijn en - bij de eeneiïge tweelingen - zelfs hetzelfde genetisch materiaal hebben'', zegt Vink. ,,Natuurlijk blijven ook tweelingen eigen vrienden en eigen ervaringen hebben, en die kunnen ook een rol spelen bij later drugsgebruik. Maar op basis van ons onderzoek is het aannemelijker dat er een verband is tussen het vroege cannabisgebruik en het latere drugsgebruik.''

De onderzoekers waren zelf verrast door de resultaten. ,,Gelijkaardig onderzoek met tweelingen in Australië had al gelijkaardige resultaten opgeleverd. Maar in Australië is cannabis illegaal. We dachten dat er in Nederland een grotere kloof zou zijn tussen het gebruik van cannabis en het gebruik van andere drugs omdat cannabis hier bij wet is toegelaten. Dat bleek een vergissing.''

Op basis van hun resultaten raden de onderzoekers aan veel aandacht te besteden aan drugspreventie bij jongeren, om zo te voorkomen dat die blowende jongeren later naar harddrugs zouden grijpen.

Bij de Vereniging voor Alcohol en andere Drugsproblemen in Vlaanderen ondersteunen ze die conclusie. ,,Wij zijn er al lang van overtuigd dat jongeren die snel beginnen met cannabis vaker in de problemen komen en ook vaker problematische gebruikers worden'', zegt Marijs Geirnaert. ,,We moeten de jongeren aanraden om niet te gebruiken, of om hun eerste ervaring met cannabis zo lang mogelijk uit te stellen.''

bron : HLN

 

 

Sociaal leven van jongeren lijdt niet onder mediagebruik

 

Zowat 13 procent van de jongeren zegt dat hun sociaal leven zich hoofdzakelijk afspeelt op de pc en/of op de gsm. Toch heeft het toenemende gebruik van media over het algemeen geen negatieve gevolgen op relaties met vrienden. Dat blijkt uit een onderzoek over de invloed van nieuwe media op de identiteitsvorming bij jongeren door Graffiti Jeugddienst en UGent.

Conversatiestof
Media verdringen de relaties met vrienden niet, maar leveren conversatiestof op en versterken zo de relaties door een groepsidentiteit op te bouwen, aldus het onderzoek, dat werd gepubliceerd door de federale overheidsdienst (FOD) Economie - Algemene Statistiek.

Uit de resultaten blijkt dat maar liefst 67 procent van de 18- tot 20-jarigen een eigen pc heeft, tegenover 43 procent van de 12- tot 17-jarigen. Een goede 60 procent van de onderzochte jongeren verklaart niet meer zonder hun pc te kunnen. Een kleine 20 procent zou dit wel kunnen. Heel wat jongeren geven aan dat ze een weekje zonder pc, gsm of internet wel zouden zien zitten.

Chatten
Daarnaast zeggen zowat alle jongeren het chatprogramma MSN te kennen. Het fenomeen blogs - online dagboeken - doet bij 57 procent een belletje rinkelen. Wel blijkt dat jongens meer blogs gebruiken dan meisjes. Voice over IP of internetbellen, met bijvoorbeeld Skype, is gekend door 54 procent. Podcasting - het aanbieden op en verspreiden over het internet van uitzendingen, meestal in mp3-formaat - is met 30 procent het minst gekende van de vier onderzochte fenomenen.

Voor het onderzoek werden in totaal 721 jongeren tussen 12 en 20 jaar - waarvan 311 jongens en 410 meisjes - ondervraagd.

bron: HLN

 

 

Gothic-zijn beschermt jongeren

 

Het Britse wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal komt in zijn nieuwe uitgave tot een opmerkelijke conclusie: gothic muziek bescherrmt kwetsbare tieners. De studie toont aan dat ongeveer de helft van de tienergoths zichzelf opzettelijk pijn doet of een zelfmoordpoging achter de rug heeft. Deel uitmaken van de gothic-subcultuur zou de kwetsbare tieners en kinderen eerder beschermen dan dat ze er nog gewelddadiger door worden, zoals wel eens wordt beweerd.

Vaker
Voor de studie werden 1258 jongeren geïnterviewd op 11, 13, 15 en 19-jarige leeftijd. Van de jongeren die zichzelf als goths beschouwen, deed ongeveer de helft aan zelfverminking (53 procent) of had een zelfmoordpoging achter de rug (47 procent). De cijfer bij Britse jongeren zijn respectievelijk gemiddeld 7 tot 14 procent en 6 procent. Goths verminken zichzelf dus wel significant vaker en ze plegen ook vaker een zelfmoordpoging.

Zelfverminking
Zelfverminking is onder andere zichzelf snijden (automutilatie) en zichzelf brandwonden toebrengen (bijvoorbeeld met een brandende sigaret). Over het algemeen wordt aangenomen dat jongeren het gebruiken om met hun negatieve emoties om te gaan. "Het is een korte termijnoplossing. Bij het snijden komen endorfines vrij. Dit is een chemische stof in de hersenen die een gevoel van geluk opwekt," legt een van de onderzoekers, Robert Young, uit.

Voor en na
De meeste jongeren starten met zelfverminking rond de overgang van kind naar tiener, rond het twaalde of 13de levensjaar dus. Gemiddeld worden ze enkele jaren later pas goth. Tot nog toe werd aangenomen dat de zelfverminking een maier was om de iconen van hun subcultuur of generatiegenoten te imiteren. Maar volgens de studie klopt dat niet: jongeren zullen eerder voor ze een deel worden van de gothicsubcultuur aan zelfverminking doen, in plaats van erna.

Aantrekkingskracht
Deze bevinding suggereert dan weer wel dat jongeren die een neiging hebben zichzelf te verminken, aangetrokken worden door de gothic subcultuur. In plaats van een risico te vormen, zou het lidmaatschap zorgen voor waardevolle sociale en emotionele steun van hun lotgenoten. Kinderpsycholoog Michael van Beinum sluit zich aan bij deze conclusie. "Voor sommige jongeren met mentale problemen is een gothic subcultuur echt aantrekkelijk. Behoren tot een bepaalde groep vergroot wel de kans dat ze begrip vinden voor hun problemen."

Te klein
Young waarschuwt echter voor te snelle conclusies: "Deze studie is gebaseerd op een klein aantal jongeren. Om zeker te zijn, zou het onderzoek herhaald moeten worden." In het onderzoek waren maar 25 jongeren (2 procent) die zich sterk associeerden met de gothicbeweging. Acht procent heeft er zich op een bepaald punt in hun leven mee geassocieerd.

Cultuur
Gothic is een cultuur die ontstond in de jaren '80 en is gegroeid op de punkbeweging. In het midden van de jaren '90 kende de gothiccultuur een heropleving. Centraal in de gothiccultuur staat de zwarte kleur die overheerst en de iconen, die door de rest van de samenleving meestal als 'des duivels' wordt aanzien, zoals bijvoorbeeld een schedel.

bron : het laatste nieuws