|
|
Jongeren in de actualiteit ... artikels uit de krant
|
|
|






 |
|
|
|
|
Deze
website is een initiatief van de studentenvoorzieningen (of kortweg STUVO's)
van alle hogescholen en universiteiten in Vlaanderen en Brussel. Elk jaar
wordt door de deelnemende partners de brochure Centen voor Studenten
uitgegeven. Via deze site kunt u steeds de meest recente cijfers en
wijzigingen raadplegen.
Hoewel bij de samenstelling van deze site de grootste zorgvuldigheid wordt
nagestreefd, zijn vergissingen nooit helemaal uitgesloten. Daarom nemen de
initiatiefnemers geen enkele verantwoordelijkheid op zich voor eventuele
foutieve gegevens.
Klik
hier om de brochure 'Centen voor Studenten 2009' (versie 1 februari 2009) te
raadplegen.
Klik hier om de brochure 'Centen voor Studenten 2010' (versie 1 februari
2010) te raadplegen. Met vragen en opmerkingen kunt u terecht bij de studentenvoorzieningen van
uw hogeschool of universiteit.
|
|
|
Onze
collega's hebben een fijn idee gehad. Met enkele jongeren maakten ze een
online radio programma waarin prangende vragen door ene Peggy beantwoord
worden. Je kan de uitzendingen alvast ook
herbeluisteren.
|
|
|
|
|
|

|
|
|
|
|
|
Wat gebeurt er in je
hersenen als je koffie of alcohol drinkt? Heel wat, zo
blijkt uit schokkende hersenscans, verschenen in een
opmerkelijk boek 'Change Your Brain, Change Your Life'?
De gevolgen van alcohol, koffie en sigaretten zijn na
langdurig en intensief gebruik vaak net zo schadelijk
als het gebruik van drugs als cannabis of cocaïne. Op de
scans zijn schadelijke hersengaten te zien,
vergelijkbaar met de ziekte van Alzheimer.
Hersenscans
In de afgelopen 15 jaar kan de hersenactiviteit steeds
beter worden afgelezen door scannings. Deze worden
gebruikt bij mensen met 'psychische problemen'. Gedrag
wordt immers gerelateerd aan de manier waarop bepaalde
gebieden in de hersenen werken. Neuropsychiator Daniel
G. Amen vertelt erover in zijn boek, dat intussen een
bestseller is geworden in de VS.
Schadelijke stoffen
Wat deze scans hebben aangetoond, is dat deze problemen
vaak geen psychologische, maar eerder een biologische
oorsprong kennen. Soms kan deze 'storing' worden
toegeschreven aan stoffen die daadwerkelijk de
bloedtoevoer naar bepaalde delen van de hersenen,
afsluiten.
Cafeïne
Cafeïne wordt gezien als relatief onschuldig, maar de
beelden tonen duidelijk het tegenovergestelde. In
vergelijking met de gezonde scan, met glad
hersenoppervlak, zijn er duidelijke kuilen en
verstoringen te zien. Deze duiden op een verstoring in
de bloedstroom en die schade brengen we zelf aan.
Volgens de wetenschapper verminderen deze stoffen de
activiteit in bepaalde gebieden. Afhankelijk van het
getroffen gebied, kan ook het gedrag van de patiënt
sterk veranderen. Zo beweert de neuroloog dat cafeïne en
nicotine je energie- en concentratiepeil sterk kunnen
aantasten.
Depressie
De hersenen van de zware cafeïne en sigarettengebruiker
zien er zelfs in een nog slechtere staat uit dan de
drugsgebruikers en zware drinkers. Cafeïne en sigaretten
zijn stimulantia op korte termijn, maar op lange termijn
versmallen ze de bloedvaten in je hersenen. Dit
vermindert de hersenenactiviteit, vooral in de vitale
pre-frontale cortex en temporele kwabben. Op de scan
zijn duidelijk twee grote zwarte gaten aan de bovenkant
van de hersenen in de prefrontale cortex, net onder het
voorhoofd, te zien. Daar bevindt zich het brein van de
directiekamer. De schade hier, maakt je kwetsbaar voor
depressie. De vervormde temporele kwabben, de grote
lacunes in het midden, zijn gekoppeld aan slecht
geheugen.
Deze patiënt, die als chief executive van een bedrijf
staat, klaagde al langer over het gebrek aan energie en
moeilijke concentratie. Dr. Amen adviseerde hem niet
meer dan drie kopjes koffie per dag te drinken, thee,
frisdranken en chocolade te beperken én te stoppen met
roken.
Aanbevolen hoeveelheid
"Hoe groot de hersenbeschadiging van koffie of alcohol
wordt, is bij elk individu anders", stelt Amen. "Sommige
mensen kunnen omgaan met een heleboel van deze stoffen,
anderen zijn veel meer kwetsbaar. Eén kopje koffie per
dag of een paar glazen wijn per week, is geen probleem.
Acht kopjes of twee glazen per dag is te veel voor de
meeste mensen. "
De man zelf vermijdt het gebruik van elk stimulerend
middel. "Nu ik weet wat ik gezien heb, kom ik zelfs niet
meer aan koffie of frisdrank, omdat die ook cafeïne
bevatten".
Alcohol
" Wanneer deze patiënt zag waartoe zijn alcoholdrang
leidde, barstte hij in tranen uit", vertelt dr. Amen.
"Tot dan weigerde hij zijn probleem te erkennen. Grote
hoeveelheden alcohol dichtbij de bloedvaten in de
hersenen, doen de cellen afsterven. Vooral in de
prefrontale cortex, zie je alweer twee kraters. De
prefrontale cortex leidt je gedrag. Schade hieraan kan
leiden tot slechte beslissingen, zwakke beheersing van
impulsen en een verhoogd risico op depressie. Alcohol
heeft schrikwekkend snel invloed op de temporele kwabben
in de hersenen. Dit middenstuk kan taal, muziek,
herinneringen en stemmingen aantasten. Te veel of te
weinig activiteit in deze gebieden, maakt je
onvoorspelbaar en humeurig, net het gedrag dat vaak
terugkeert bij alcoholisten".
Jongeren en drugs
Dr. Amen trekt met de scans naar scholen om al van
jonsaf kinderen bewust te maken op wat recreatieve drugs
met hen kan doen. "Vaak geloven ze de gevolgen niet, tot
ze de beelden zien. Meestal is dat genoeg reden om te
stoppen".
Stoppen helpt
Wanhopen is echter niet de boodschap, er valt nog iets
te veranderen. Als het gaat om cafeïne, nicotine en
alcohol, herstellen de hersenen zich zodra gestopt wordt
met deze stoffen. (lvl)
|
|
|
De angst voor het
volwassen worden zorgt ervoor dat zelfverminking bij
jongeren steeds ernstigere vormen aanneemt. Meer tieners
rammen nu paperclips, nietjes, potloden en andere
objecten in de huid. Dat melden verschillende
Amerikaanse artsen.
Stress uiten
"De stress van de adolescentie is zo groot dat jongeren
naar nieuwe manieren zoeken om stress te uiten, waardoor
het probleem van zelfverminking steeds groter wordt.
Achter deze stoornis schuilen duidelijk nog tal van
anderen problemen, 90 procent van de zelfverminkers
kampt met zelfmoordgedachten", aldus arts William E.
Shiels
Voorwerpen
Vaak voorkomende vormen van zelfverminking
zijn: snijden in de huid in, brandwonden aanbrengen,
kneuzingen of breuken veroorzaken, haar uittrekken en
giftige stoffen inslikken. Maar steeds meer ontdekken
artsen nog ernstigere vormen. Een stijgend aantal
jongeren duwt voorwerpen in de huid, soms laten ze deze
erin zitten zodat ze zwellingen en ontstekingen
veroorzaken. De artsen bestudeerden 9 tienermeisjes van
15 tot 18 jaar. Samen hadden ze 50 voorwerpen in hun
lichaam aangebracht, sommigen deden het in hun enkels en
voeten, eentje in haar handen. Ze verstopten naalden,
nietjes, paperclips, glas, hout, plastic, loodjes van
een potlood, waskrijt en stenen.
Hoeveel?
Er zijn geen cijfers bekend van hoeveel
tieners er aan zelfverminking doen. Maar volgens de
artsen is het wel duidelijk dat het vaak gedaan wordt,
zeker bij tienermeisjes. Recent onderzoek bij studenten
van het middelbare onderwijs in Amerika en Canada toont
aan dat 13 tot 24 procent zichzelf opzettelijk pijnigde.
Andere stoornissen
Zelfverminkers kampen vaak ook met andere psychologische
stoornissen. De tieners in de studie kregen ook de
diagnose van een depressie, een bipolaire stoornis, een
dwangstoornis, ADHD en posttraumatische stress. Als
ouder is het belangrijk de vicieuze cirkel van
zelfverminking te doorbreken. Volwassenen onderschatten
vaak de emotionele problemen waarmee jongeren kampen,
zeker bij meisjes. Het is aan de opvoeders om de
problemen te herkennen en hun kind zo snel mogelijk
professionele hulp te bezorgen. (ep)
|
|
|
Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat internetverslaafden eenzamer
zijn, meer depressieve klachten hebben en minder zelfvertrouwen hebben.
Jongeren
Uit het onderzoek blijkt ook dat ruim dertienduizend Nederlandse
jongeren van 13 tot 14 jaar verslaafd zijn aan het internet. Het totale
percentage internetverslaafde jongeren blijft wel dalen. In 2006 ging
4,2 procent van de jongeren dwangmatig om met het internet, nu is dat
nog maar 3,2 procent.
Gemiddeld zijn jongeren van 13 of 14 jaar zo'n veertien uur per week
online. Ze gebruiken het internet vooral als communicatiemiddel. Vooral
e-mailprogramma's, MSN en netwerksites zijn populair. Nagenoeg alle
ondervraagde jongeren hebben thuis toegang tot het internet en maken er
dagelijks gebruik van.
Gamen
Hoewel dwangmatig internetgebruik betrekking kan hebben op verschillende
toepassingen van het internet, blijkt een duidelijke relatie met het
spelen van online games. 5,4 procent van de jonge spelers zou dwangmatig
gamen. Zij besteden bijna veertig uur per week aan een online game.
Ook blijkt dat online gamen voor veruit de meeste spelers geen negatieve
psychologische gevolgen heeft. Met jongeren die dagelijks gamen, maar
dat niet dwangmatig doen, gaat het psychosociaal beter dan hun
leeftijdsgenoten.
Onderzoek
Het wetenschappelijk bureau IVO voert het onderzoek Internet en Jongeren
jaarlijks uit. Het onderzoek volgt het internetgebruik van jongeren van
11 tot 16 jaar. Ruim 4.500 jongeren vulden de vragenlijst in. (novum/sam)
25/11/08 20u37
Bron : Het Laatste Nieuws
|
|
|
Bijna
helft jongeren slachtoffer van cyberpesten
Heel wat jongeren minimaliseren het fenomeen van cyberpesten. Een op de
tien jongeren gaf zelf aan dat hij of zij op het internet gepest werd,
maar uit impliciete vragen leidden de onderzoekers af dat zowat de helft
slachtoffer was. Dat blijkt vandaag uit een onderzoek van de Vrije
Universiteit Brussel (VUB).
Ermee omgaan
Volgens de onderzoekers minimaliseren de slachtoffers
het cyberpesten mogelijk als strategie om ermee te kunnen omgaan, als 'copingstrategie'.
Getuigen zouden de hardheid van het cyberpesten een stuk zwaarder
inschatten. "Ze grijpen vaak in, maar toch blijft een groot aantal
jongeren die getuige zijn van cyberpesten, ook passief aan de zijlijn
staan", zegt de VUB.
Vier op tien zondigt
Ook de daders zouden niet altijd bewust zijn van hun
pestgedrag. Een op twintig gaf aan zelf dader te zijn, terwijl uit
impliciete vragen bleek dat vier op tien zich eraan bezondigden. "Hun
motief is in het gros van de gevallen wraak, wat uiteindelijk kan leiden
tot een negatieve spiraal zonder einde."
Gedragsproblemen
De onderzoekers vinden dat jongeren moeten leren inzien
dat anderen viseren met negatieve berichten via internet of gsm, wel
degelijk een vorm van pesten is. Ze stelden vast dat slachtoffers van
cyberpesten opvallend vaker emotionele symptomen, gedragsproblemen,
hyperactiviteit, aandachtsproblemen en problemen met leeftijdsgenoten
vertoonden. Maar ook de andere betrokkenen, daders en getuigen van
cyberpesten, vertoonden meer gedragsproblemen. Een kwart van de jongeren
gaf aan dat hij of zij al met cyberpesten in aanraking was gekomen,
hetzij als getuige, hetzij als dader of slachtoffer.
Herhaaldelijk
Het onderzoek werd uitgevoerd bij 1022 jongeren uit de
eerste graad van het secundair onderwijs, verspreid over vijf Vlaamse
scholen. Er wordt gesproken van cyberpesten als iemand gedurende een
periode herhaaldelijk via elektronische media gepest wordt. Dat kan
zowel verbaal als fysiek het geval zijn. In dat laatste geval worden
computers beschadigd door programma's te hacken of virussen te
versturen. (belga/ep)
02/12/08 13u38 Bron : Het
Laatste Nieuws
|
|
|
Games maken sommige jongeren wel degelijk agressiever
Videospelletjes maken sommige jongeren wel degelijk agressiever,
beweert een nieuw onderzoek van communicatiewetenschappers van de
Amsterdamse Vrije Universiteit. Vooral laagopgeleide jongens die
graag met gewelddadige helden spelen en in het echte leven ook graag
de held zijn, gedragen zich aanzienlijk agressiever na het spelen
van videogames dan andere jongens, meldt de Telegraaf.
lees meer
Jongeren willen meer seksuele voorlichting op school
Jongeren willen meer en betere relationele en
seksuele voorlichting op school. Dat blijkt uit een onderzoek van de
Universiteit Gent bij meer dan duizend leerlingen uit het vierde,
vijfde en zesde jaar van het secundair onderwijs. De resultaten van
het onderzoek staan in het aprilnummer van het jongerenblad 'Maks!',
dat deze week verschijnt.
Uit het onderzoek blijkt dat een meerderheid van de jongeren al ooit
les heeft gekregen over anticonceptie (69 procent) en soa (67
procent) op school. Toch geeft nog een tiende van de jongeren aan
nog nooit les te hebben gehad over deze onderwerpen. Zo'n 62 procent
van de jongeren wil dat de school meer tijd vrijmaakt om over
anticonceptie te praten in de klas, vooral dan in het tso en bso.
Ook zijn ze vragende partij voor meer info op school rond
tienerzwangerschap, seksuele activiteit, zwangerschapsbeëindiging en
gevoelens rond seksualiteit.
Biologieleerkracht
Voor heel wat scholieren blijkt de biologieleerkracht overigens de
belangrijkste informatiebron voor vragen over anticonceptie (45
procent) en seksueel overdraagbare aandoeningen (51 procent).
Jongeren gaan ook te rade bij vrienden van hetzelfde geslacht (35
procent voor vragen over anticonceptie, 20 procent voor vragen over
soa) en hun moeder (33 procent en 20 procent).
Internet is eveneens erg belangrijk. Ongeveer een vierde van de
jongeren geeft aan dat dit een van de belangrijkste
informatiebronnen is voor anticonceptie (24 procent) en soa (22
procent). Jongens geven daarnaast meer de voorkeur aan anonieme
informatiebronnen, terwijl meisjes iets meer persoonlijke
informatiebronnen (face-to-face contact) prefereren.
Huisarts en moeder
De huisarts en de moeder zijn de belangrijkste adviesbronnen voor
seksuele problemen, vragen of onzekerheden. Toch kent bijna de helft
van de jongeren geen dienst of persoon waar ze terecht kunnen voor
hulp in verband met voorbehoedmiddelen, soa's of zwangerschap. Bij
medische hulp verkiezen de meeste jongeren om een eigen huisarts te
raadplegen voor anticonceptie (38 procent) of bij vermoeden van een
soa (40 procent). Toch zou 8 procent geen enkele arts raadplegen als
ze anticonceptie willen bekomen en durft 12 tot 13 procent niet naar
de dokter bij vermoeden van een soa, aldus de onderzoekers. (belga/mvdb)
|
|
|
Bijzondere jeugdzorg staakt tegen lange wachtlijsten
De hulpverleners en consulenten uit de Vlaamse bijzondere jeugdzorg
leggen op dinsdag 29 januari twee uur het werk neer uit protest
tegen de crisis in de sector. Zo zijn er volgens de vakbonden ACV en
ACOD te lange wachtlijsten en kampt het personeel met hoge werkdruk.
"Op die manier creëert de overheid bijna een voedingsbodem voor
criminaliteit en armoede", luidt het.
"Schrijnende situaties"
Volgens de vakbonden neemt de crisis in de sector hallucinante
vormen aan. "De lange wachtlijsten en de te hoge werklast leiden tot
schrijnende situaties. De werkelijkheid tart alle verbeelding. Meer
dan duizend jongeren in problematische situaties moeten veel te lang
wachten op geschikte hulpverlening. Sommigen vallen gewoon uit de
boot."
Voedingsbron voor armoede
ACV en ACOD stellen dat de overheid zo bijna een voedingsbodem maakt
voor criminaliteit en armoede. "Naast onnoemelijk menselijk leed is
de meerkost voor de samenleving op termijn niet in cijfers uit te
drukken. Dubbel jammer, want de kwaliteit van de hulpverlening is de
laatste jaren sterk gestegen."
"Problemen onderschat"
De Vlaamse overheid luistert volgens de bonden onvoldoende naar
hulpverleners die al jaren in het veld staan. "De ernst van de
aangemelde problemen wordt ook nog eens zwaar onderschat. De
situatie van de jeugdhulpverlening in Vlaanderen is een schandvlek
voor de Vlaamse overheid."
"Plan ontoereikend"
Volgens de vakbonden is een uitbreiding van alle vormen van hulp
nodig. "De toezeggingen en het globaal plan van de minister zijn
totaal ontoereikend. Het gemeenschappelijk vakbondsfront wil op
korte termijn een ingrijpend plan zien en niet enkel aanpassingen of
aanvullingen in de marge", aldus nog de bonden. (belga/svm)
|
|
|
Seks op vakantie: |
|
|
Onderhandelen met een vakantielief over condoomgebruik, inschatten
of soa op de reisbestemming vaak voorkomt en je eigen grenzen
duidelijk stellen. Dat zijn 3 belangrijke thema’s die
jongvolwassenen moeten nagaan alvorens op vakantie seks te hebben.
“Men vertrekt vaak niet met de intentie om seks te hebben op reis”,
aldus Boris Cruyssaert van Sensoa. “Nochtans heeft 25% tot 50% seks
met een nieuwe partner op vakantie.”
Jongvolwassenen en seks. Cruyssaert kan enigszins begrijpen waarom
jongeren vaker onbezonnen met seks omspringen. En dit is onterecht.
Aan de ene kant verwacht de
maatschappij van deze groep jonge mensen niet onmiddellijk een
engagement zoals dat voor volwassenen het geval is. Dit laat heel
wat ruimte om te experimenteren met leefgewoonten (appartement
sharing, apart wonen), stijlen (wisselende looks in wonen,
uiterlijk), jobs en relatievormen… en ook met seks.
“Eigen aan jongvolwassenen is hun heel eigen risico-inschatting: zij
erkennen dat heel wat van hun leeftijdsgenoten risico’s lopen,
behalve zijzelf”, aldus Cruyssaert. Bij de vakantiesfeer horen vaak
ook drugs en alcohol waardoor mensen het niet meer zo nauw nemen met
veilig vrijen.
De cijfers liegen er nochtans niet om:
De zon, de zee, muziek tot in de vroege uurtjes, gespierde lichamen
en korte topjes doen bij meer dan één vakantieganger de hormonen
trillen. In het heetst van de strijd gooien jongvolwassenen een
aantal principes op vakantie overboord.
Zo laat 50% en meer het gebruik van een condoom bij een nieuwe
partner achterwege. Vooral vrouwen vinden het moeilijk om daarover
te onderhandelen.
Mannen die seks zonder condoom hebben lopen vooral besmettingen op
met syfilis, genitale wratten of chlamydia. Opvallend is dat 2 op de
3 mannen dacht geen risico te lopen toen hij aan zijn avontuur
begon. Vrouwen lopen dan weer een groter gevaar voor besmetting met
chlamydia, genitale wratten en herpes.
Het zijn vooral heteroseksuele volwassenen (69%) die een
soa-besmetting oplopen. Slechts zestien procent van de mannen had
die vermoedelijk opgelopen door seksuele contacten met een
prostituee.
Tips voor wie op vakantie vertrekt.
1. Ga op voorhand na of op je vakantiebestemming veelvuldig soa’s
voorkomen. In sommige tropische streken komen een aantal soa’s
(zoals syfilis) meer voor dan bij ons. Volgens Sensoa lopen
vakantiegangers beduidend meer risico in landen met een hoog aantal
besmettingen bij de lokale bevolking.
2. Neem condooms mee en gebruik ze ook: vrouwen verkiezen in 40% van
de gevallen een partner met andere nationaliteit, bij mannen is dit
20%. Hou er rekening mee dat mensen met een andere culturele
achtergrond anders over condoomgebruik kunnen denken.
3. Stel je grenzen. Maak van in het begin duidelijk wat je leuk en
niet leuk vindt.
Meer info:
Sensoa, Vlaamse service- en expertisecentrum voor seksuele
gezondheid en hiv - Kipdorpvest 48a - 2000 Antwerpen – tel: 03-238
68 68.
http://www.sensoa.be
|
|
|
Zelfdoding bij studenten: een teveel aan stress
De
examentijd is vaak een moeilijke periode. Uit cijfers van het Vlaams
Agentschap Zorg en Gezondheid blijkt dat bij scholieren en studenten
meer zelfdodingen gebeuren tijdens de 'stressmomenten' in het
schooljaar zoals de rapportmomenten, de bloktijd en de
examenperiode. In de meer rustige maanden (juli en bij scholieren
ook augustus en september) zijn er juist minder zelfmoorden dan
verwacht.
Toch hebben de zelfmoordgedachten
of het zelfmoordgedrag niet louter te maken met een slecht examen of
rapport, of een te hoge studiedruk. Het blijkt vooral af te hangen
van hoe iemand deze gebeurtenissen of periode ervaart.
Grieke Forceville van het Centrum ter Preventie van Zelfmoord:
“Sommige mensen zijn kwetsbaarder omdat ze een laag zelfbeeld hebben
en perfectionistisch zijn. Anderen hebben een grote faalangst of
hebben op hun jonge leeftijd al te veel negatieve levenservaringen
gehad. Vandaar dat ook jongeren met prima schoolresultaten maar met
bijvoorbeeld veel faalangst, in zo’n periode van stress de pedalen
kunnen verliezen”. Niet zelden is er sprake van een onderliggende
depressie, waardoor er een groter risico is op suïcidaal gedrag.
Ook jongeren die een beroep doen op de Zelfmoordlijn brengen in deze
periode studiedruk of studieproblemen meer ter sprake dan doorheen
het jaar. Forceville: “Voor suïcidale jongeren is doodgaan een
oplossing voor de onhoudbare stress. Jongeren zijn impulsiever en
zullen in periodes van zware druk sneller grijpen naar slechte
probleemoplossers zoals zelfdoding. Ze staan onder een hoge druk en
slagen er niet in om op hun eentje de zaak te relativeren”. Door
vrij over hun zelfmoordgedachten te praten, kunnen de jonge
oproepers alles eens rustig op een rijtje zetten. Eens de jongere
rustiger is geworden, kan de beantwoorder van de Zelfmoordlijn samen
met hem op zoek gaan naar andere oplossingen.
Meermaals wordt aan het eind van een gesprek de jongere
doorverwezen, maar dit is geen evidentie. Forceville:
“Onderwijsinstellingen beschikken vaak over een eigen netwerk aan
opvang, maar de drempel om hulp te zoeken is hoog. Jongeren zien een
doorverwijzing al gauw als een afwijzing en staan vaak wantrouwig
tegenover de aangereikte hulpverlening. Daarom proberen we aan de
Zelfmoordlijn de jongere niet te vroeg in het gesprek door te
verwijzen en geven we heel concrete info over wat ze er wel en wat
ze niet van kunnen verwachten. Op die manier is de kans op opvolging
door de jongere groter.”
Meer info: De Zelfmoordlijn: 02 649 95 55 (gratis, 24/24) of chat
www.zelfmoordlijn.be (di- en do-avond van 19.00 – 21.30 uur).
http://www.zelfmoordlijn.be
|
|
|
De
helft van de meisjes in België gebruikt geen anticonceptie bij hun
eerste seksuele ervaring. Ons land is hiermee net niet de slechtste
van de klas in Europa. Dat blijkt uit een onderzoek van Bayer naar
aanleiding van de lancering van hun nieuwe anticonceptiepil
Yasminelle.
Gemiddeld worden meisjes in België seksueel actief op 17 jaar. Maar
wanneer ze de eerste keer seks hebben, gebruikt de helft van hen
geen enkele bescherming. In de andere veertien onderzochte landen in
Europa vrijen de meisjes heel wat veiliger. Slechts 30% van de
meisjes uit het Europese onderzoek gebruikt geen anticonceptie, met
als beste leerling Duitsland. Daar hebben 'maar' 21% van de meisjes
onbeschermde seks tijdens hun eerste keer. Behalve in België wordt
ook in Rusland (63%) en Tsjechië (55%) onveilig gevrijd.
De redenen waarom meisjes voor hun eerste keer zonder bescherming in
bed duiken, zijn niet duidelijk. Ann Verhoeven van het Centrum voor
Relatievorming en Zwangerschapsproblemen (CRZ): 'De preventie is
goed want we hebben op dat vlak in ons land een goede traditie. Het
heeft vooral te maken met het moment van die eerste keer. Jongeren
leven minder gestructureerd en zo'n ontmaagding wordt niet vaak
gepland. Het overrompelt hen een beetje.'
Pil is eerste keuze
De pil blijft het populairste anticonceptiemiddel. 25 miljoen
vrouwen in Europa gebruiken de pil, van wie een miljoen Belgische
vrouwen. In ons land hebben bijna alle vrouwen (91%) ooit de pil
gebruikt. In bijna alle landen is de pil de eerste keuze. Toen de
anticonceptiepil op de markt kwam, verwachtte de vrouw alleen een
betrouwbare pil. Later kwamen daar eisen bij zoals: geen
bijwerkingen, geen gewichtstoename en een lage dosering. De jongste
jaren willen vrouwen dat een pil ook geen acne of vettige huid
oplevert en makkelijk is in gebruik. Producenten komen hen daar ook
steeds meer in tegemoet.
Toch zijn er nog steeds vrouwen die besluiten om een andere of geen
anticonceptiemethode te gebruiken. Een op de drie vrouwen neemt geen
enkele veiligheidsmaatregel en 14% gebruikt enkel een condoom,
hoewel dat nog steeds wordt beschouwd als een onbetrouwbaar
anticonceptiemiddel. Specialisten raden daarom aan om het condoom
altijd te gebruiken in combinatie met andere betrouwbare middelen,
zoals de pil, een hormonenspiraal of een hormonenimplantaat.
Angst voor bijwerkingen
Waarom kiest één op de drie vrouwen dan niet voor de pil? De
hoofdreden is nog steeds de angst voor bijwerkingen. Vooral de
premenstruele pijn maar ook esthetische redenen spelen een
belangrijke rol. Pilgbruik veroorzaakt immers nog vaak
gewichtstoename, ongewenste haargroei, acne en vettig haar.
Volgens Bayer, een belangrijke producent van anticonceptiepillen,
schakelt haar nieuwe pil Yasminelle die bijwerkingen uit dankzij het
bestanddeel drospirenone (DRSP). De pil bestaat altijd uit twee
componenten: een vaste dosis oestrogeen en een variabele dosis
progesteron. DRSP bootst het natuurlijke vrouwelijke hormoon
progesteron beter na en verhindert extra vocht- en zoutopname. DRSP
wordt nu voor de eerste keer gebruikt in een laag gedoseerde pil.
Buiten Yasminelle bestaat er maar één andere pil met drospirenone en
dat is het hoger gedoseerde Yasmine. Bayer beweert dat Yasminelle
ook als een feel good-pil kan worden omschreven omdat ze minder op
het humeur inwerkt.
bron : artikel Tessa Coeckelberghs; mei 2007
De
DrugLijn (078 15 10 20) heeft net de analyse afgerond van de vragen
die in 2004 door de lijn beantwoord werden.
Het aantal vragen dat de lijn beantwoordde (5.749) bleef stabiel ten
opzichte van 2003. Toch deed zich voor het tweede jaar op rij een
duidelijke stijging voor in het aantal vragen over cocaïne. In
tegenstelling tot wat velen zouden vermoeden is, na cannabis en
alcohol, niet XTC maar cocaïne uitgegroeid tot de derde meest
vermelde drug bij de lijn. Bovendien valt op dat -in vergelijking
tot andere drugs - die vragen vaker afkomstig zijn van mensen tussen
25 tot 35 jaar oud en dat ze vaker van partners en vrienden komen.
Via een nieuwe folder wil de DrugLijn tegemoetkomen aan de vragen
die over cocaïnegebruik leven.
Lees meer via
www.druglijn.be |
|
|
Negen op tien studenten kampen met stress.
Ouders
"Zo geschokt over het hoge aantal studenten die medicatie nemen om
de examens te doorworstelen, ben ik niet", verklaart Galle. "Wat me
vooral verbaast, is dat de ouders dergelijk aandeel hebben in het
medicatiegebruik van hun kinderen." Dat is onrustwekkend", reageert
Guido Galle, directeur onderwijs en studentenbeleid van de
Arteveldehogeschool. Hij roept op om een integraal gezondheidsbeleid
door te voeren.
Geen huisartss
Volgens de studie komt meer dan de helft van de studenten in
aanraking met de middelen via de ouders. Zestig procent blokt
tijdens de examenperiode overigens thuis. Drie op de tien studenten
lopen langs de apotheek en 15 procent bevoorraadt zich bij vrienden.
De huisarts komt er vrijwel nooit aan te pas.
"Het is een algemene trend dat deze generatie studenten steeds vaker
naar medicatie grijpt. Ouders leiden een heel druk leven en
medicatie is een gemakkelijk hulpmiddel", aldus Galle. "Bovendien
kopiëren veel studenten ook het gedrag van de peergroup."
Verschillende redenenn
Studenten nemen om verschillende redenen medicijnen: om de stress te
verminderen, hun prestaties te verhogen of om hun zenuwen de baas te
kunnen. Opvallend is dat vrouwen meer naar slaap- en kalmeermiddelen
grijpen en de mannelijke studenten meer hun toevlucht zoeken tot
stimulerende of pepmiddelen. Alarmerend is nog dat 17 procent van de
ondervraagden ook buiten de examenperiode heil zoekt bij medicatie.
Momenteel biedt het studieadviescentrum trainingen aan voor
studenten die kampen met faalangst. "Er wordt al veel gebruik
gemaakt van het adviescentrum. We richten er trainingen in rond
bijvoorbeeld examenstress, planning en het spreken voor een groep.
Dergelijke trainingen zijn al een onderdeel van de preventie en zijn
beter dan medicatie", aldus Galle.
Verschillende factoren
Volgens Galle liggen er verschillende factoren aan de basis van het
hoge medicatiegebruik. "Studenten nemen niet enkel het gedrag van
hun ouders en studiegenoten over, maar ook het nieuwe
semestersysteem zorgt voor een extra druk. De jongeren ervaren een
meer constante studiedruk waarbij ze meer geëvalueerd worden."
Daarnaast is het aantal jongeren dat het studeren met werken
combineert ontzettend gestegen. "Jongeren houden er nu een bepaalde
levensstijl op na die bekostigd moet worden. Een studentenjob brengt
het studeren in de verdrukking, waardoor de stressfactor opnieuw
stijgt", besluit Galle.
(BRON : belga/tdb/edp : DECEMBER 2007)
|
|
|
"Meisjes die vaak surfen zijn depressiever"
Meisjes die vaak surfen vertonen meer symptomen van depressie dan
jongens.
Meisjes die vaak surfen zijn depressiever dan andere.
Internetgebruik op zich maakt echter niet depressief. Er gaat zelfs
een positieve invloed van uit op het psychosociale welzijn. Dat
stelt Eef Vervecken in haar eindverhandeling aan de studierichting
communicatiewetenschappen van de K.U.Leuven. Ze ondervroeg hierbij
329 leerlingen uit de twee laatste jaren uit het Algemeen Secundair
Onderwijs (ASO).
Meisjes depressief
Uit sommige studies blijkt dat internetgebruik meer depressief
maakt. Mensen die internetten kunnen immers geen tijd besteden aan
sociale interacties met vrienden of familie. Zwakke online contacten
zouden hierdoor duurzame en sterke offline relaties vervangen. In
haar onderzoek stelde Vervecken enkel een verband met depressie vast
voor meisjes. 30,1 procent van de regelmatige vrouwelijke
internetters zou depressieve symptomen vertonen, tegenover slechts
16,7 procent bij de jongens.
Laag zelfbeeld
Dat de depressieve gevoelens het internetgebruik voorafgaan en niet
omgekeerd leidt Vervecken af uit het feit dat enkel voor het
opzoeken van online informatie een verband kan vastgesteld worden.
De betrokkenen hadden een laag zelfbeeld en/of veel levensstress.
"Het lijkt aannemelijker dat deze meisjes deze info opzoeken om hun
negatieve gevoelens te verzachten, dan dat ze hierdoor neurotisch en
depressief worden". Vervecken wijst hierbij ook op het feit dat er
geen relatie werd vastgesteld tussen internetgebruik en depressie
voor mannelijke respondenten.
Internet hulpmiddel
De ondervraagden stelden bovendien dat het internet hen geholpen
heeft om socialer te worden en meer nieuwe mensen te ontmoeten omdat
ze in de virtuele wereld makkelijker kunnen converseren en hun ware
zelf kunnen uiten. "Het digitale netwerk helpt dus eenzame en
introverte meisjes om de muren van hun sociaal isolement te slopen.
We vonden geen bewijzen voor de stelling dat duurzame offline
relaties worden vervangen door oppervakkige online contacten vermits
er vooral gecommuniceerd wordt met bestaande vrienden", aldus
Vervecken.
Virtuele steun
"De vrees voor sociale isolatie en negatieve gevoelens voor het
psychosociale welzijn van internetgebruikers kan hierdoor
voorzichtig worden opgeborgen. Via sociale interacties en online
informatie kunnen mensen zoals introverten, eenzamen, depressieven,
neuroten, mensen met een laag zelfbeeld, gestressten... de nodige
raad en sociale steun terugvinden in de virtuele wereld. Deze studie
geeft dat dit vooral bij meisjes het geval is. Toch denken we dat
ook jongens wel eens naar het internet grijpen om zich van negatieve
gevoelens te verlossen", aldus Vervecken. (bron : belga/hln)
Vragenlijsten zijn tegenwoordig alomtegenwoordig. Het
is daardoor ook moeilijk geworden om als initiatiefnemer een goede
respons te krijgen op deze enquëtes. Toch konden we rekenen op een
een grote medewerking vanwege de scholen in ons werkingsgebied van
Roeselare – Izegem – Tielt.
Dit is iets waarvoor we de scholen en hun medewerkers
hartelijk willen danken!
De
vraag is nu…. Wat hebben we er uit geleerd en wat gaan we ermee doen
? Wel, vanaf nu kan je het allemaal nalezen via
deze link
|
|
|
Kind uit echtscheiding scheidt later vaker zelf
Volwassenen die als kind de scheiding van hun ouders
meemaakten, lopen dubbel zoveel kans zelf te scheiden. Ze zijn ook
vaker depressief. Dat blijkt uit een studie van de universiteit
Gent. Kinderen ondervinden de zware negatieve gevolgen van een
scheiding van hun ouders dus tot in de volwassen leeftijd.
Socioloog Piet Bracke van de Universiteit Gent ondervroeg bijna
5.000 mannen en vrouwen van rond de veertig jaar, van wie de ouders
gemiddeld zo'n twintig jaar geleden uit elkaar gingen. Of ze nu
gehuwd zijn of samenwonend, de kinderen hebben minder stabiele
relaties en riskeren twee keer zoveel als anderen dat de relatie
afbreekt.
Andere bevinding is dat kinderen van gescheiden ouders 25 tot 35
procent meer kans lopen een depressie te krijgen. De onstabiele
relatie en/of de eigen scheiding maken ongelukkig. Daarnaast blijft
ook de pijn van de ouderlijke scheiding nazinderen. Daarenboven
hebben kinderen uit gebroken gezinnen later een lager inkomen, wat
ook invloed heeft op hun gemoedstoestand. (belga)
Kwart van hulpzoekende druggebruikers verslaafd aan weed
Problemen doen zich vaak voor bij jongeren die op heel jonge
leeftijd cannabis zijn beginnen gebruiken.
Bijna een op de vier jonge drugsgebruikers die professionele hulp
zoeken, doet dat voor een problematisch cannabisgebruik. Zeven jaar
geleden was dat nog maar een op de tien. De cijfers komen van de
Vlaamse Vereniging van Behandelingscentra Verslaafdenzorg (VVBV),
die 21 centra overkoepelt waar drugsverslaafden worden opgevangen.
Jonge gebruikers
"De grootste groep van problematische cannabisgebruikers zijn 20-
tot 30-jarigen, die al op (zeer) jonge leeftijd met cannabis
begonnen zijn", zegt Dirk Vandevelde van de VVBV.
Problemen in relatie, op school of werk
"De gebruikers die bij ons komen, geven aan dat ze niet meer normaal
kunnen functioneren in hun relatie, op school of op hun werk. Ze
hebben elke dag verschillende joints nodig om zich goed te voelen.
Een jointje is voor hen niet langer een pretsigaret, maar een
noodzaak."
Aantal gebruikers stijgt niet
Het aantal jongeren dat cannabis gebruikt, is volgens recent
onderzoek niet gestegen. Verontrustend is dat steeds meer jonge
gebruikers er problematischer lijken mee om te gaan.
Gedoogbeleid hypocriet
Het gedoogbeleid is volgens Vandevelde hypocriet en vol
ongerijmdheden. "Het resultaat is dat veel jongeren denken dat
cannabis ongevaarlijk is en daardoor misschien sneller in de
problemen komen". Een deel van de verklaring van de toenemende
problemen met cannabisverslaving schuilt in het gestegen THC-gehalte
van de aangeboden weed. THC is het werkzame bestanddeel van de
cannabisplant.
(bron: belga/hln; mei 2007)
Minder zuippartijen voor wie gematigd leert drinken thuis
Tieners die onder toezicht van hun ouders gematigd
leren drinken, hebben minder kans om zich over te geven aan echte
zuippartijen. Ouders die niet willen dat kinderen achter hun rug
drinken, zouden het zakgeld moeten beperken tot 15 euro per week.
Dat blijkt uit een studie, georganiseerd door de universiteit van
Liverpool, bij tienduizend 15- en 16-jarigen.
Zelf kopen
Negentig procent van deze tieners drinkt alcohol, waarvan 38 procent
zich regelmatig overgaven aan zuippartijen. Nog eens 24 procent zegt
regelmatig te drinken, de helft doet dat ook in het openbaar. Eén op
de drie respondenten koopt zelf alcohol. Deze groep heeft zes keer
meer kans op drinken in het openbaar en twee keer meer kans op
zuippartijen dan de groep waarvoor alcohol gekocht werd.
Stiekem of thuis?
Driekwart van de veertienjarigen gaf aan al alcohol geprobeerd te
hebben. Volgens onderzoeksleider Mark Bellis hoeft dit niet
noodzakelijk een probleem te zijn: “De vraag is: leren ze drinken in
een sociaal verantwoorde omgeving of doen ze het stiekem, in het
park, zonder dat ze er met hun ouders over kunnen praten? Dat tweede
geval leidt meer tot problematisch drinkgedrag dan het eerste. Het
is belangrijk dat kinderen leren drinken en dat ze dat met mate
doen.”
Frank Soodeen, die de campagne over alcohol leidt, volgt die
redenering maar gedeeltelijk. “Ouders hebben een belangrijke rol te
spelen in het aanleren van sociaal drinkgedrag maar we blijven erbij
dat te jonge kinderen niet zouden moeten worden aangemoedigd om
alcohol te consumeren.”
Hersenen aangetast
De discussie is ook in ons land actueel. Nederland besliste eerder
deze week dat jongeren onder de 18 jaar geen alcohol meer mogen
kopen. In België is dat 16 jaar, in Groot-Brittannië 15 jaar.
Experten waren het er over eens dat de leeftijdsgrens verhogen geen
optie is, maar ook zij wezen er op dat de leeftijd waarop Belgische
kinderen hun eerste drankje werden aangeboden (bij de plechtige
communie) te laag is. “Bij kinderen worden de hersenen nog volop
gevormd. Alcohol verstoort dat proces, dus is het belangrijk
kinderen niet té vroeg te leren drinken,” luidde het toen.
(bron : Het Laatste Nieuws; mei 2007 )
Nederlandse jongeren mogen geen alcohol meer kopen
Ook de populaire alcopops zoals Bacardi Breezer mogen
niet meer aan Nederlandse jongeren verkocht worden.
Nederlandse jongeren onder de 18 jaar mogen geen drank meer kopen.
Dat heeft de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter
Horst gezegd in Zwolle. Daar begon een proef om drinkende jongeren
harder aan te pakken. Verder wil Ter Horst dat supermarkten geen
drank meer verkopen. Ze overlegt woensdag met haar collega van
Volksgezondheid Ab Klink, die later dit jaar nog komt met nieuwe
maatregelen om drankgebruik onder jongeren terug te dringen.
Breezers
Klinks voorganger Hans Hoogervorst had al een wetsvoorstel gemaakt
waarin staat dat ook te jeugdige kopers van drank strafbaar zijn. Nu
geldt dat alleen voor verkopers die bier slijten aan klanten jonger
dan zestien jaar en verkopers van sterke drank aan jongeren die nog
geen achttien zijn. In de wet die onderweg is naar de Kamer staat
ook dat supermarkten geen breezers meer mogen verkopen. Verder
zouden niet alleen inspecteurs van de Voedsel- en Warenautoriteit
maar ook gemeentelijke opsporingsambtenaren eventueel op overtreding
van de drankregels mogen controleren.
(bron : Het Laatste Nieuws; mei 2007 )
Acht op de tien jongeren voelen zich onveilig
Bijna zes op de tien jongeren kregen al te maken met
geweld. Dat blijkt uit een enquête van deze Jongerenkrant. Meer dan
acht op de tien voelen zich soms of geregeld onveilig. Tieners
'wapenen' zich dan ook steeds vaker, figuurlijk maar soms ook
letterlijk. Bijna twintig procent van de jongeren geeft toe soms met
een wapen op zak te lopen.
De dood van leeftijdsgenoten als Annick, Joe en Bart raakt jongeren
meer dan we soms denken. Vaak beleven ze het geweld zelfs aan den
lijve: een enquête bij 550 scholieren leert dat 57procent ooit zelf
slachtoffer was of op z'n minst iemand kent die het mikpunt van
brutaliteiten was. 81,7 procent van de ondervraagden voelt zich soms
of geregeld onveilig. Jongeren grijpen dan ook steeds vaker naar
verdedigingstechnieken. Zo heeft 17,8procent soms of bijna altijd
een wapen (zoals een zakmes of pepperspray) op zak en leert één op
de tien jongeren een gevechtssport om zich te kunnen verdedigen.
Jeugdcriminoloog Jan Deklerck verklaart het onveiligheidsgevoel door
een sterk doorgedreven mediatisering. 'Terwijl je vroeger in
West-Vlaanderen niets hoorde over een moord in Turnhout, lees je nu
zelfs over moorden die 5.000 kilometer verder plaatsvinden.' Dat
69,6procent van de ondervraagde jongeren zwaardere straffen voor
criminelen wil, gelooft professor Deklerck niet. 'Ze hebben
geantwoord vanuit een inhumaan beeld, puur gebaseerd op angst: ik
ben bang dus ik roep dat de criminelen zo streng mogelijk gestraft
moeten worden.
Bron : Het Nieuwsblad; mei 2007
Alcohol stimuleert groei tumoren
Als je weet dat je kanker hebt, drink je best geen
alcohol meer. Dat doet de tumoren namelijk sneller groeien, zo
ontdekten Amerikaanse wetenschappers. Dat alcohol een rol speelt in
het ontwikkelen van kankers was al langer bekend, maar het effect
van alcohol eens je met kanker gediagnosticeerd bent, is minder
bestudeerd.
Bloedtoevoer
Een team onderzoekers aan de Universiteit van Mississippi boog zich
over de vraag. Ze gaven een stel muizen het equivalent van twee tot
vier alcoholische drankjes per dag. Na vier weken bleken de tumoren
dubbel zo groot, dan de controlegroep. Die kreeg dezelfde
kankergenen ingespoten maar die muizen werd geen alcohol
voorgeschoteld. De reden zou zijn dat alcohol de aders van de tumor
doet groeien, waardoor de tumor meer bloed krijgt en dus sneller
groeit.
Proteïne
Deze studie ondersteunt eerdere bevindingen die aantoonden dat
alcohol het proteïne VEGF stimuleert. VEGF zorgt voor de
ontwikkeling van bloedbanen in kankercellen, zodat deze blijven
bestaan. Onderzoeksleider Jian-Wei Gu kon toen aantonen dat een
grote meerderheid van de tumoren ontstaat door dit eiwit.
Het immuunsysteem kan kleine tumoren nog kapot maken, maar eens ze
te groot zijn lukt dit niet meer. Het lichaam bevecht trouwens
dagelijks kankercellen. (hln)
Bron : Het Laatste Nieuws; mei 2007
|
|
|
Steeds minder kandidaat-chauffeurs slagen
voor rijexamen |
|
|
BRUSSEL - Steeds meer kandidaat-bestuurders
zakken voor het praktische rijexamen. Van de kandidaten die
leren rijden via vrije begeleiding (60 procent van alle
kandidaten), slaagt zelfs minder dan vier op de tien
kandidaten bij hun eerste praktische rijproef. Dat stelt
automobilistenorganisatie VAB. De organisatie noemt de
cijfers alarmerend en legt de schuld bij de vernieuwde
rijopleiding.
Voor de hervorming van het rijexamen lag het
gemiddelde slaagpercentage op 56 procent (BIVV-studie uit
2000). In december 2006 was dat cijfer al gezakt tot 43
procent. Dat ging toen samen met de start van het vernieuwde
rijexamen. Sinds 1 december wordt het rijexamen - ook de
maneuvers die werden uitgevoerd op privé-terrein - volledig
uitgevoerd op de openbare weg. Daardoor duurt het
praktijkexamen ook 40 minuten langer dan vroeger.
In maart zou het slaagpercentage voor een grote groep
kandidaten tot 38 procent gezakt zijn, meent VAB. Het gaat
met name om de kandidaten die enkel het systeem van de vrije
begeleiding hebben gevolgd, zeg maar de groep bestuurders
die enkel met de ouders heeft geoefend. ,,Het gaat om een
groeiende groep kandidaten die steeds slechter presteren op
het examen'', aldus Maarten Matienko van VAB. Kandidaten die
de vrije begeleiding combineren met een professionele
begeleiding, scoren met een slaagpercentage van 47 procent
opmerkelijk beter. Het slaagpercentage van de kandidaten die
20 uur rijschool hebben gevolgd, ligt weer wat lager, tussen
de 38 en 47 procent.
Nieuwe opleiding
Volgens de VAB ligt het probleem bij de vernieuwde
rijopleiding die werd ingevoerd in september 2006. Die
opleiding mikt te weinig op rijervaring. ,,Onze nieuwe
rijopleiding behaalt op dit moment niet het verhoopte
resultaat: jongeren opleiden tot betere chauffeurs'', luidt
het.
VAB meent dat de slaagkansen kunnen verhoogd worden door het
volgen van een gecombineerde rijopleiding. Daarbij worden de
basistechnieken aangeleerd door een rij-instructeur en wordt
nadien rijervaring opgedaan onder begeleiding van een vrije
begeleider. Ook het invoeren van een proefexamen tijdens de
opleiding zou de slaagpercentages kunnen opkrikken, meent
VAB nog. (bron: Het Volk; april 2007)
|
|
|
|
|
|
Jongeren leren niet uit negatieve
drankervaring |
|
|
Vijfenzestig procent van de jongeren gaat
niet minder drinken als ze door alcohol in het ziekenhuis
zijn beland. Sterker nog, ze vinden de meeste negatieve
ervaringen met alcohol 'grappig' of 'cool'. Ouders onthouden
zich vaak van commentaar als hun kind een negatieve ervaring
heeft gehad. Dat staat in een onderzoek dat de Universiteit
Twente uitvoerde voor de Stichting Alcoholpreventie.
Volgens de onderzoeker is ruzie ten gevolge van overmatig
alcoholgebruik voor jongeren nooit een reden om te stoppen
met drinken. Een ongeluk of letsel zou in 88 procent van de
gevallen ook geen reden zijn om minder diep in het glas te
kijken. Ziek worden 'helpt' dan weer wel. Van de jongeren
die ziek werden door alcohol, zegt 29 procent minder te zijn
gaan drinken. Nog eens 29 procent heeft een poging daartoe
gedaan.
Dat jongeren door vervelende ervaringen met drank niet
minder drinken, komt volgens de onderzoeker doordat ze de
ervaringen niet als vervelend beschouwen. Zo vertelt een
meisje in het rapport over haar vriend die in een dronken
bui na een weddenschap van een rijdende auto viel en naar
het ziekenhuis moest om een wonde te laten hechten. ,,Het
was een hele grappige avond. Misschien is het dom dat hij
van die auto is gevallen enzo, maar het was gewoon heel
leuk.''
De meeste scholieren leren dus niet uit een kritieke
ervaring. Het benadrukken van zulke ervaringen in
voorlichting voor jongeren zou volgens de onderzoeker dan
ook weinig effect hebben. ,,Zeker niet omdat deze ervaringen
door jongeren vaak als positief worden ervaren.''
Bijna de helft van de jongeren beweert dat zijn of haar
ouders niets of verdraaide versies te horen krijgen over hun
ervaringen met alcohol. Van de ouders die wel wat te horen
krijgen, zou zestig procent het gedrag goedkeuren of er
niets van zeggen. (bron: Het volk, april 2007)
|
|
|
|
|
|
Een derde chattende meisjes heeft last van
seksvragen |
|
|
35 procent van de meisjes wordt tijdens het
chatten op het internet lastiggevallen met seksueel getinte
vragen. 12 procent heeft het voorbije jaar zelfs de vraag
gekregen zich uit te kleden voor de webcam.
Dat alles blijkt uit een enquête van het onderzoeksbureau
TNS Media in opdracht van Het Nieuwsblad en het
VRT-programma Koppen. 547 jongeren tussen 12 en 18jaar
werden daarbij telefonisch bevraagd over wat ze tijdens het
chatten op het internet allemaal meemaken.
26 procent van de chattende tieners geeft toe dat ze het
voorbije jaar seksueel getinte vragen hebben gekregen . Bij
meisjes loopt dat aantal op tot 35 procent. 83 procent van
de meisjes voegt daaraan toe dat ze helemaal niet blij waren
met die vragen. Slechts 2procent vond de vraag 'tof'.
Sommige vragen gingen nog veel verder. 12 procent van de
chattende meisjes -en 5 procent van de jongens- kreeg het
voorbije jaar de vraag zich uit te kleden of om zichzelf te
bevredigen voor de webcam. In de overgrote meerderheid van
de gevallen kwam die vraag van een onbekende. Uit de enquête
blijkt ook dat jongeren tijdens chatsessies opvallend
openhartig zijn en snel vertrouwen hebben in hun
chatpartners.
|
|
|
|
|
|
Roken op speelplaats verboden vanaf volgend
schooljaar |
|
|
|
Vanaf 1 september 2008 komt er een algemeen
rookverbod in alle Vlaamse scholen. Dat delen de Vlaams
ministers van Onderwijs Frank Vandenbroucke en
Volksgezondheid Inge Vervotte mee. Er zal niet langer
gerookt kunnen worden op de speelplaats en ook de
rokerslokalen voor leerkrachten moeten weg.
Volgend schooljaar komen er middelen voor rookpreventie en
rookstopbegeleiding in scholen. Roken in de schoolgebouwen
is al langer verboden. Of er op de speelplaats gerookt mag
worden, hangt van de scholen zelf af. Een algemeen
rookverbod daar is er nu nog niet.
De discussie over een algemeen rookverbod op de speelplaats
laaide begin dit jaar op nadat een vader uit Oostende er
over klaagde dat er op de speelplaats van de school van zijn
dochter gerookt mocht worden. Minister Vandenbroucke pleitte
toen voor een rookverbod op de speelplaats.
De Vlaamse Onderwijsraad, waarin de onderwijsnetten en
vakbonden zitten, adviseert nu om een rookverbod in te
voeren vanaf september 2008. Minister Vandenbroucke volgt
dit advies en zal het verbod in een decreet gieten. Naast
een rookverbod op de speelplaats zal een rokerslokaal voor
leerkrachten niet meer mogelijk zijn.
Minister van Welzijn Inge Vervotte trekt vanaf volgend
schooljaar 150.000 euro uit voor rookpreventie in het
onderwijs. (bron : belga/hln; maart 2007)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De meerderheid van de Vlaamse jongeren heeft een
positief zelfbeeld, een goede relatie met hun ouders en neemt
uitgebreid deel aan het verenigingsleven. Dat is de belangrijkste
conclusie van de Vlaamse Jeugdmonitor, die door het Steunpunt
Beleidsrelevant Onderzoek en het Jeugdonderzoeksplatform (JOP) werd
voorgesteld aan Vlaams minister van Jeugd Bert Anciaux.
Vierjaarlijkse bevraging
Het onderzoek in opdracht van minister Anciaux belicht de Vlaamse
jeugd aan de hand van een bevraging van 2.503 jongeren. De bevraging
zal elke vier jaar worden herhaald en heeft betrekking op de 14- tot
25-jarigen. Zij maken 14 procent van de bevolking van het Vlaamse
Gewest uit.
Positieve ouderrelatie
De grote meerderheid van de 14- tot 25-jarigen woont nog thuis. De
relatie met de ouders wordt als positief ervaren. Een groot deel van
de respondenten verlaat het ouderlijke huis tussen de leeftijd van
22 en 25 jaar.
Vertrouwensrelaties
Van de groep die niet studeert, is het grootste deel aan het werk,
overwegend in voltijdse betrekkingen. Meer dan de helft heeft een
contract van onbepaalde duur. De 14- tot 25-jarigen volgen in hun
vrije tijd vaak nog bijkomende lessen en cursussen. Bijna de helft
van de ondervraagden heeft geen vaste relatie. De jongeren hebben
gemiddeld 3,85 "beste vrienden of vriendinnen". Jongeren zien
vriendschap vooral als een vertrouwensrelatie.
Weinig politieke interesse
Uit de studie blijkt ook dat jongeren weinig geïnteresseerd zijn in
politiek. De politieke betrokkenheid neemt toe met de leeftijd.
Verenigingsleven
De overgrote meerderheid van de respondenten neemt deel aan het
verenigingsleven, waarbij vooral sportverenigingen populair zijn.
Ook jeugdbewegingen doen het nog altijd goed. Vanaf 16 jaar kiezen
jongeren vaker voor verenigingen waarin een eigen inbreng een grote
rol speelt.
Minderheid
De verantwoordelijken voor de Jeugdmonitor wijzen er wel op dat het
beschreven beeld de meerderheid van de jongeren betreft. "Er is dus
een minderheid voor wie al deze aspecten er minder goed uitzien. Een
kleine groep jongeren leeft in conflict met zijn ouders, gaat niet
graag naar school, is werkloos en voelt zich niet goed in zijn vel",
luidt het in een mededeling. (belga/hln; april 2007)
|
|
|
Jongeren roken en drinken minder en gebruiken minder
drugs
I n
het schooljaar 2005-2006 is het aantal Vlaamse leerlingen dat rookt,
drinkt of cannabis gebruikt, gedaald tegenover de voorgaande zes
schooljaren. Er zijn vooral minder heel jonge gebruikers, zo blijkt
uit een studie van de Vereniging voor Alcohol- en andere
Drugsproblemen vzw (VAD). Vlaams minister van Welzijn en
Volksgezondheid Inge Vervotte wil nog meer middelen vrijmaken voor
preventie.
In het schooljaar 2000-2001 dronk 79 procent van de 12- tot
14-jarigen ooit alcohol, in 2005-2006 daalde dit tot 71 procent. Het
recente alcoholgebruik, in het jaar voor de peiling, daalde in
diezelfde leeftijdsgroep van 54 procent naar 47 procent.
Het roken van tabak is de afgelopen zes jaar gedaald van 34 procent
naar 21 procent. Vooral bij de -16-jarigen daalde het
laatstejaarsgebruik van 25 procent tot 13 procent. Het gebruik van
cannabis nam eveneens af in de laatste zes jaar. Vooral in de
leeftijdscategorie 15-16 jaar is de daling significant. In het
schooljaar 2005-2006 rookten ongeveer 24 procent van de Vlaamse
leerlingen regelmatig, terwijl 12,4 procent regelmatig alcohol
drinkt en 2,7 procent regelmatig cannabis nuttigt.
Jonge drinkers
Zowat 63 procent van de Vlaamse jongeren nipte al eens van een
alcoholisch drankje voor ze in het secundair onderwijs terecht
kwamen. "Dat is ontzettend veel, aangezien de wettelijke leeftijd
waarop alcohol geschonken mag worden aan jongeren 16 jaar is", zo
luidt het bij VAD. Tussen de leeftijd van 13 en 14 jaar stijgt het
alcoholgebruik met meer dan 25 procent.
Verband tussen roken en cannabis
Ongeveer 4 op de 10 leerlingen hebben ooit tabak gerookt. Van de
18-jarigen is dat 71 procentt, waarbij 43 procent het voorbije jaar
ook rookte. Er bestaat ook een verband tussen roken en
cannabisgebruik. Ongeveer 35 procent van de rokers gebruikt ook
cannabis, terwijl slechts 1,5 procent van de niet-rokers dat doet.
Tussen de leeftijd van 14 en 18 jaar stijgt het percentage van
leerlingen dat ooit cannabis gebruikte van 1 op 9 naar bijna 1 op 2.
De scharnierleeftijd is hierbij 16 jaar.
Jongens en meisjes
Het regelmatige alcoholgebruik ligt bij jongens dubbel zo hoog als
bij meisjes. Ook opvallend meer jongens dan meisjes gebruiken
cannabis: het regelmatig gebruik ligt bij jongens driemaal hoger,
terwijl het gewoon gebruik dubbel zo hoog is. Op het vlak van roken
zijn er nauwelijks geslachtsverschillen.
Scharnierleeftijden
De VAD wijst er op dat voor alle psychoactieve middelen geldt dat
hoe vroeger iemand ze gebruikt, hoe groter de kans is dat dat
gebruik problematisch wordt. "Om latere problemen te voorkomen, is
het daarom voor alle middelen, alcohol, tabak en cannabis,
essentieel om niet-gebruik aan te moedigen en de beginleeftijd uit
te stellen", aldus VAD. Preventie moet dan ook afgestemd worden op
de scharnierleeftijden waarop jongeren met verschillende middelen
beginnen te experimenteren.
Actieplan
Vlaams minister van Welzijn en Volksgezondheid Inge Vervotte werkt
op dit moment een actieplan inzake verslavende middelen uit. "Ik ga
daar ook extra middelen voor vrijmaken, want gestructureerde
preventie loont. Vanuit het gezondheidsstandpunt spreekt het
bovendien voor zich dat een deel van de geheven accijnzen en taksen
worden geïnvesteerd in preventie", aldus Vervotte. Toch betreurt de
minister dat de gemeenschappen de huidige heffingen niet
rechtstreeks kunnen ontvangen. (bron: belga/hln; 27 februari 2007)
|
|
|
Jongeren en alcohol: reclamemakers
weten waarom!
Het
gedrag van de jongeren op het gebied van de alcoholconsumptie is al
enkele jaren aan het veranderen. Jongeren drinken alcohol op alsmaar
jongere leeftijd en de alcoholconsumptie vervrouwelijkt. Het
'bingedrinking' (trend om te drinken tot men dronken is) neemt sterk
toe. De marketingstrategieën van de alcoholproducenten, onder andere
die welke op de jongeren gericht zijn, dragen ruimschoots bij aan
die evoluties. Het Oivo ging na hoe reclamemakers jongeren proberen
te overtuigen om te drinken en bracht er een nieuwe brochure over
uit
Het eerste contact van het kind met alcohol vindt over het algemeen
plaats in familiekring. Een vinger dopen in het glas van papa of
mama, een eerste glas drinken ter gelegenheid van een
familiefeest... De groep van kameraden op school, de
jeugdbewegingen, de sportclub, het hoger onderwijs nemen het daarna
over. De jongeren drinken om te doen zoals de anderen, een feestje
te bouwen en plezier te maken, hun gedachten te verzetten, zich te
ontspannen, minder verlegen te zijn, en voor sommigen om hun grenzen
te verleggen.
Als we dat fenomeen van dichterbij bekijken, zien we twee nieuwe
trends: de verjonging van de alcoholconsumptie en de toename van het
'bingedrinking' (d.i. drinken louter om dronken te worden).
De marketingstrategieën van de alcoholproducenten die specifiek op
de jongeren mikken, dragen ruimschoots bij aan deze evoluties.
Alcopops met aantrekkelijke kleuren en met limonadesmaken, de
voetbalcompetitie die naar een bier genoemd wordt, agressieve
marketing in studentenmilieus, alsmaar meer reclame op het internet
en in de bioscoop... Voeg daar nog een vorm van banaliseren bij, van
het normaal vinden door de maatschappij en door de jongeren zelf en
de omvang van het fenomeen wordt pas echt goed duidelijk. Kijk maar
eens naar het indrukwekkende aantal blogs waarin jongeren zichzelf
en anderen - blijkbaar met enige trots - in dronken toestand
afbeelden.
De opvoedingssector probeert om een verantwoordelijke en minder
risicovolle consumptie te promoten, zonder het alcoholgebruik te
demoniseren of te banaliseren. Echter, om deze evoluties te
begrijpen en te proberen afremmen, blijkt het ook noodzakelijk om de
schijnwerpers even te richten op de producenten en niet alleen op de
jonge consumenten. De sector van de alcoholproducenten heeft een
verantwoordelijkheid op te nemen.
Het is duidelijk dat de sector van de alcoholproducenten op het
gebied van reclame en marketing nieuwe commerciële praktijken
ontwikkelt die meer agressief en meer gericht zijn. De draaggroep
'Les jeunes et l'alcool' heeft daarom een Observatorium voor de
commerciële praktijken in het leven geroepen, om deze praktijken
objectief te bekijken, de kritische kijk te verscherpen en de
politieke wereld te interpelleren.
De sector heeft immers binnen zijn eigen gebied een overeenkomst
afgesloten die de reclame reglementeert, maar we moeten vaststellen
dat dit mechanisme ontoereikend is om de jonge consument te
beschermen. Nieuwe producten 'op maat van de jongeren' (met
aantrekkelijke kleuren, gesuikerd, met cool imago) overspoelen de
markt. De alcoholproducenten zijn talrijk en opvallend aanwezig op
het internet. De filmzalen blijven niet gevrijwaard met enkel hun
'No kids'-aanpak die de minderjarige niet efficiënt beschermt. Ook
de sportwereld wordt fel begeerd door de alcoholproducenten.
Dat draagt allemaal bij aan het banaliseren van de excessieve
consumptie van alcohol. De persoonlijke blogs van de jongeren zijn
daarvan de weerspiegeling. We vinden er duidelijke tekenen van het
banaliseren van ongepast gedrag en een massale aanwezigheid van de
'alcoholcultuur'.
Kortom, de uitspattingen zijn talrijk en velerlei. Het is tijd om te
reageren, om de jongeren op te voeden en deze praktijken beter te
reguleren. De overheid alsook de consumenten moeten in deze
regulering betrokken partij zijn en wel voor alle handelspraktijken.
De jonge consument moet beschermd worden.
Média Animation geeft, in partnerschap met negen verenigingen die
lid zijn van de Groep 'Les jeunes et l'alcool' en het OIVO, de
brochure 'Reclamemakers weten waarom' uit, een instrument voor
sensibilisatie aangaande de commerciële praktijken van de
alcoholproducenten.
De preventie moet op de jongere geconcentreerd worden, maar ze moet
ook structureel zijn. De brochure 'Reclamemakers weten waarom' werkt
mee aan de realisatie van die twee doelstellingen. Ze is een
educatief instrument dat op de jongere is afgestemd via de
educatieve tussenpersonen en een instrument voor politieke
bewustmaking aangaande een betere en transparante
overheidsregulering van deze soms twijfelachtige praktijken.
bron en meer info: OIVO, Paapsemlaan 20 - 1070 Brussel - 19 maart
2007
|
|
|
Twee op drie leerlingen zien gevaar
in internet
Drie
kwart van de Vlaamse leerlingen gebruikt minstens een keer per week
het internet. Eén op de zes voelt zich daarbij soms onveilig of
bedreigd. Vier op de tien ondervraagden werden al gechoqueerd door
wat op het scherm verscheen en volgens twee op drie kan internet
gevaarlijk zijn.
Dat
blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Gent en Action
Innocence bij 1.700 9 tot 14-jarigen uit 79 Vlaamse scholen. De
resultaten van het onderzoek verschijnen deze week in het
onderwijsblad Klasse en zijn vandaag te lezen op de website van het
blad. In totaal gebruikt 40 procent van de Vlaamse leerlingen tussen
9 en 14 jaar elke dag het internet, slechts 4 procent nooit. Ruim de
helft van de leerlingen surft voor schoolwerk, om informatie op te
zoeken en te downloaden en om te e-mailen. Ongeveer 60 procent
speelt spelletjes of chat.
|
|
|
Special Abnormal :“ Je bent vlugger ZOT dan NORMAAL”:
een krantje over pesten
Hoe onschuldig pesten voor de pestkoppen ook lijkt,
voor hun slachtoffers heeft de dolle pret ernstige gevolgen.
Treiteren, kleineren en ander pestgedrag maken wonden die zelden
helemaal helen. 3 slachtoffers van pesten zeggen het volgende:
Linne: “ Ik denkt dat de aanleiding gewoon verveling
was, en misschien ook wel angst voor het onbekende, omdat ik een
klein, onbekend, mager meisje was “
Koen: “ Ik zou sneller hulp inroepen. Ik denk dat
dat de enige manier is om het te doen stoppen ”
Silvy: “ Het verschil tussen plagen en pesten is dat
plagen ophoudt maar pesten blijft duren!”
Anti-pest TIPS voor als je zelf gepest wordt:
·
Praat erover met een vertrouwenspersoon! Als jij het
aan niemand vertelt, kan ook niemand jou helpen om het pesten te
laten ophouden.
·
Negeer de pester! De pester zoekt vaak
aandacht, als je hem/haar negeert bereiken ze dus niet hun doel.
·
Vertrouw in jezelf! Leer jezelf graag zien! Als de
pester ziet dat jij niet onder het pesten lijdt, vindt hij het
waarschijnlijk niet meer zo leuk.
·
Misschien helpt het om te weten dat je niet de enige
bent, er worden heel veel jongeren gepest in Vlaanderen. Bovendien
zijn pesters meestal ook jongeren die niet goed in hun vel zitten,
of die zelf vroeger slachtoffer zijn geweest. Geef vooral nooit
jezelf de schuld!
Zoek je informatie of hulp rond pesten? Hier enkele
interessante sites en adresjes:
www.pesten.net:
een website met veel informatie over pesten
www.pestforum.nl:
is een groot forum tegen pesten in Nederland
www.inpetto-jeugddienst.be/ned/SA0.htm
: pagina van onderzoek van het krantje
De cel leerlingenbegeleiding en het CLB van je eigen
school hebben vaak een eigen strategie om het pesten tegen te gaan.
Je kan er ook zeker terecht voor een luisterend oor.
Special Abnormal: Is een interessant tijdschriftje
rond pesten en rond ‘anders’ zijn. Met heel wat getuigenissen van
jongeren die gepest worden, met een handicap leven, holebiseksueel
zijn, een ander kleurtje hebben,… Verder lees je over cyperpesten,
vooroordelen, geloofsovertuigingen, discriminatie en krijg je een
pak tips voor een anti-pestplan!! Je kan het tijdschrift gratis
afhalen op het JAC of aan de JIP-zuil in de bibliotheek.
|
|
|
Cijfers afhakende jongeren op school "zorgwekkend"
"Rampzalig en zorgwekkend". Zo noemt Vlaams minister
van Onderwijs Frank Vandenbroucke de cijfers over het aantal
jongeren dat zonder einddiploma het middelbaar onderwijs verlaat. De
sp.a-bewindsman wil hier iets aan doen door onder meer te werken op
de studiekeuze van jongeren en door scholen meer aandacht te laten
besteden aan hun problemen. Vandenbroucke wijst erop dat de cijfers
de voorbije vijf jaar schommelden tussen 10 en 11 procent. Nu ligt
het op iets meer dan 12 procent. "Dat is zeker geen daling en
misschien erger dan een stabilisatie", zei hij in de marge van het
sp.a-congres. In elk geval wil hij de strijd aanbinden tegen het
fenomeen.
Evenwicht sterk en warm
Dat kan onder meer door een betere begeleiding van de studiekeuze
van de jongeren. "Soms maken ze een foute keuze, door bijvoorbeeld
te kiezen voor het ASO, terwijl de jongeren soms meer talenten
hebben voor het TSO of BSO. We moeten hen beter begeleiden om te
vermijden dat ze ontmoedigd raken en mislukken", verklaarde de
onderwijsminister. Daarnaast wil de minister dat de scholen meer
aandacht besteden aan de begeleiding van probleemjongeren. "Wij
moeten zorgen voor een warm klimaat, door een luisterend oor aan te
bieden, de jongeren aan te moedigen. Tegelijkertijd moeten we
kordaat optreden voor wie niet van goede wil is, zoals de
spijbelaars. We moeten dus een evenwicht vinden tussen sterk zijn én
warm zijn", dixit Vandenbroucke.
Jojo-projecten
Het sp.a-regeringslid heeft de Centra voor Leerlingenbegeleid
gevraagd om samen met de scholen de afspraken rond spijbelen op punt
te zetten. "De scholen moeten weten wat hen te wachten staat", klonk
het. Tot slot is Vandenbroucke van plan om 200 extra plaatsen te
creëren in de zogenaamde jojo-projecten (jongeren voor jongeren).
Het gaat om jongeren die geen diploma behaalden en die op een school
een contract krijgen om probleemjongeren weer mee op het goede pad
te helpen. Daarvoor bestaan nu 180 plaatsen, maar het initiatief
heeft zoveel succes dat het dringend dient te worden uitgebreid.
bron : HLN
|
|
|
Cyberpesten neemt toe in Vlaanderen
Cyberpesten neemt hand over hand toe in Vlaanderen.
Meer dan 60 procent van de jongeren zegt ooit gepest te zijn via
sms, mail, of op het internet. Dat blijkt uit onderzoek van de
Universiteit van Antwerpen in opdracht van de Vlaamse overheid.
Pesters komen vaak uit het technisch of beroepssecundair onderwijs
en zijn gemiddeld 15 jaar oud. Jongens maken zich er vaker aan
schuldig dan meisjes. Niet minder dan 62 procent zegt ooit
slachtoffer van pesterijen geweest te zijn.
bron : HLN
|
|
|
Twee op drie leerlingen zien gevaar
in internet
Drie kwart van de Vlaamse leerlingen
gebruikt minstens een keer per week het internet. Eén op de zes
voelt zich daarbij soms onveilig of bedreigd. Vier op de tien
ondervraagden werden al gechoqueerd door wat op het scherm verscheen
en volgens twee op drie kan internet gevaarlijk zijn.
Dat blijkt uit een onderzoek van de
Universiteit Gent en Action Innocence bij 1.700 9 tot 14-jarigen uit
79 Vlaamse scholen. De resultaten van het onderzoek verschijnen deze
week in het onderwijsblad Klasse en zijn vandaag te lezen op de
website van het blad. In totaal gebruikt 40 procent van de Vlaamse
leerlingen tussen 9 en 14 jaar elke dag het internet, slechts 4
procent nooit. Ruim de helft van de leerlingen surft voor
schoolwerk, om informatie op te zoeken en te downloaden en om te
e-mailen. Ongeveer 60 procent speelt spelletjes of chat. |
|
|
Jonge verkeersdeelnemer
kent wegcode amper
(op naar de verkeersschool)
jonge,
actieve verkeersdeelnemers kennen de wegcode nauwelijks en kunnen
het risico van hun verkeersgedrag onvoldoende
inschatten. Dat concludeert de VAB
uit een analyse van vragen, opmerkingen en suggesties die de
vereniging ontving omtrent het verkeersgedrag van jonge
verkeersdeelnemers. Van die jonge verkeersdeelnemers fietst 38
procent, gaat 8 procent te voet en gebruikt 3 procent de bromfiets.
,,De verkeerscode is complex en
daarom niet altijd gemakkelijk begrijpbaar voor jonge
verkeersdeelnemers'', stelt Maarten Matienko van de VAB. Zo rijden
heel wat jonge fietsers zowel binnen als buiten de bebouwde kom met
twee of meer naast elkaar, terwijl dat enkel binnen de bebouwde kom
is toegelaten, behalve wanneer het kruisen niet mogelijk is.
Uit de praktijk blijkt ook dat
racefietsen of mountainbikes systematisch niet voorzien zijn van de
verplichte reflectoren en/of verlichting. Het licht vooraan en
achteraan, de reflectoren vooraan en achteraan, op de pedalen en
zijdelings zijn niet verplicht voor kinderfietsen, koersfietsen en
mountainbikes. Maar fietsers 'vergeten' dat die vrijstelling enkel
geldt onder bepaalde voorwaarden.
Verkeersopvoeding
Ook de betekenis en signalisatie van het opstelvak en de
afslagstrook voor fietsers zijn onvoldoende gekend. Daarom vindt de
VAB dat een minimumpakket met elementaire bepalingen uit de wegcode
verplichte leerstof moet worden voor leerlingen uit het lager en
secundair onderwijs. Dit pakket kan dan in functie van de behoefte
van de leerling (bijvoorbeeld afhankelijk van het gebruikte
vervoermiddel) worden uitgebreid.
Voorts is de VAB van mening dat de huidige verkeerscode geëvalueerd
en bijgestuurd moet worden in functie van de begrijpbaarheid door
jongeren. ,,Bovendien mag verkeersopvoeding niet beperkt blijven tot
het theoretisch aanleren van de wegcode. Begeleiding van jongeren in
het verkeer onder meer voor het aanscherpen van hun
verkeersinzichten, het leren herkennen en omgaan met gevaarlijke
verkeerssituaties zijn allemaal wezenlijke onderdelen van een
totaalpakket verkeersopvoeding'', luidt het.
,,De scholen zijn niet in staat volledig zelfstandig dergelijke
kennis op te bouwen en moeten daarom bijgestaan worden door
deskundigen en middelen krijgen uit het Veiligheidsfonds (met daarin
de inkomsten van de verkeersboetes) om het nodige didactische
materiaal aan te schaffen'', aldus nog de VAB.
Meer lezen via
www.hetvolk.be/Article/Detail.aspx?articleID=DMF05092005_017
|
|
|
1 jongere op 6 gebruikt
geweld tegen ouders
Bijna één op zes jongeren uit het
technisch en beroeps secundair onderwijs geeft aan geweld te
gebruiken tegenover zijn ouders. Emotionele mishandeling is de meest
voorkomende vorm van geweld. Dat blijkt uit een enquête van Kim Van
Langenhove, die 479 jongeren ondervroeg voor haar thesis klinische
psychologie aan de Vrije Universiteit Brussel. In 2004 gaf een
soortgelijk onderzoek aan dat het percentage bij leerlingen uit het
ASO even hoog ligt.
Vooral emotionele mishandeling
Van Langenhove legde 479 jongeren (13-19 jaar) uit het TSO- en
BSO-onderwijs een vragenlijst voor met uitspraken over emotionele
chantage en emotioneel en fysiek geweld tegenover hun ouders.
Ongeveer vijftien procent gaf aan geweld te gebruiken tegenover zijn
ouders, waarbij emotionele mishandeling de meest voorkomende vorm
van geweld is (ongeveer dertien procent). Aan fysieke mishandeling
of emotionele chantage maakt iets minder dan vier procent van de
jongeren zich schuldig.
Verwijten of scheldpartijen
"Bij emotionele mishandeling gaat het bijvoorbeeld om verwijten of
scheldpartijen om de ouders doelbewust te kwetsen", aldus Van
Langenhove. "Emotionele chantage houdt bijvoorbeeld in dat de
jongere gaat dreigen om iets te verkrijgen. Zo gebeurt het
bijvoorbeeld dat zoon of dochter dreigt naar de politie te stappen
met de melding mishandeld te worden als hij of zij niet naar een
fuif mag."
Mishandeling wordt manier van communiceren
"Oudermishandeling wijst er meestal op dat er een probleem is binnen
het gezin als samenlevingsvorm en dat het niet enkel gaat om een
individueel probleem van de jongere", zegt de pas afgestudeerde
klinisch psychologe. "Zo kan het gebeuren dat er te weinig gepraat
wordt in het gezin en de mishandeling een manier van communiceren
wordt. Een ander voorbeeld is een situatie waarin de vader vaak
afwezig is en de moeder teveel steun bij haar kinderen gaat zoeken
waardoor die overbevraagd worden."
Alle lagen van de bevolking
Oudermishandeling blijkt voor te komen in alle lagen van de
bevolking en alle soorten gezinnen, vooral intacte gezinnen. Al
geeft Van Langenhove toe dat daar zeker nog verder onderzoek moet
naar gebeuren. Ook is het fenomeen verspreid over de
leeftijdscategorieën en maken meisjes er zich evenzeer schuldig aan
als jongens. Wel zijn moeders vaker het slachtoffer. Het lijkt
minder voor te komen bij islamitische gezinnen.
Doodgezwegen uit schaamte
Mishandelde ouders durven er meestal niet mee naar buiten te komen
uit schaamte. En wanneer ze er over praten, stuiten ze vaak op
onbegrip en wordt de verantwoordelijkheid aan henzelf toegewezen.
"Het is dus belangrijk dat het taboe over deze vorm van geweld wordt
doorbroken. Dat is een eerste stap. Ouders zullen dan vlugger
geneigd zijn hulp te zoeken", besluit Van Langenhove. (belga)
lees meer via :
www.hln.be/hln/cch/det/art_113047.html |
|
|
Ouders slechts op zesde plaats als infobron over
seksualiteit :
Telidja Klaï promoveerde aan de Vrije Universiteit Brussel met haar
doctoraal proefschrift “Intergenerationeel onderzoek naar de
communicatie over seksualiteit: een studie bij ouders en jongeren
tussen 15 en 21 jaar.”
Belangrijkste conclusie is dat relationele en seksuele vorming
binnen gezinscontext niet evident is, jongeren halen in de eerste
plaats informatie buiten het gezin. Binnen het gezin nemen moeders
voornamelijk deze rol op zich, al blijken de vaders vandaag toch aan
een inhaalbeweging bezig in vergelijking met hun vader. Nog
opmerkelijk is dat dochters meer dan zonen de ouders, en dan vooral
de moeder, als informatiebron gebruiken. In de communicatie blijken
technisch-biologische thema's en relationele onderwerpen het meest
voor de hand te liggen. Communicatie over aids, seksueel
overdraagbare aandoeningen, seksueel geweld en perversiteiten ligt
een pak moeilijker. Daarnaast zijn er rechtstreekse verbanden tussen
de communicatie en de kwaliteit van de ouder-kind relatie, de
seksuele activiteit van de ouders en het seksueel leven van het
kind.
Enkele cijfers
4339 jongeren namen deel aan het onderzoek, waarvan 1900 mannelijke
(43.8%) en 2435 vrouwelijke respondenten (56.2%), waarvan de
meerderheid tussen de 17 en 19 jaar was. De ouders waren tussen de
37 en 64 jaar en er was een overwicht van de moeders (64,6%) op de
vaders (34,7%).
Uit de cijfers blijkt dat jongeren voornamelijk informatie halen bij
hun vrienden (95,6%), gevolgd door klasgenoten (91,7%), al
beschouwen zij elkaar niet als experts. Op de derde plaats staan de
media (89,6%), gevolgd door het al doende leren (85,9%) in een ex
aequo met de les biologie (85,9%). Net voor de moeder (84,2%) komt
nog de film (85,8%). Dit wijst er op dat seksualiteit binnen het
gezin nog steeds een taboegehalte heeft. Jongeren voelen zich
blijkbaar niet comfortabel genoeg en/of ouders zijn niet open genoeg
om met elkaar over seksualiteit te praten. Meisjes consulteren
daarbij meer informatiebronnen en ook meer persoonlijke
informatiebronnen (moeder, andere familieleden, leerkrachten…) dan
jongens, die onpersoonlijke informatiebronnen (media, films,
computer) verkiezen.
Met
hun moeder praten jongeren over relaties (88.2%), verliefd zijn
(84.6%), lichamelijke veranderingen (84.3%) en voorbehoedsmiddelen
(78.6%). Twee derden van de jongeren praat met hun moeder over aids
(71.8%), vrijen (69.2%), ongeplande zwangerschap (66.4%),
samenlevingsvormen (65.9%) en man/vrouw taakverdeling (65%). Iets
meer dan de helft heeft met moeder gesprekken over andere seksueel
overdraagbare aandoeningen (54%) en homoseksualiteit (53.5%). De
onderwerpen die het minst aan bod komen binnen de gesprekken tussen
moeder en kind zijn seksueel geweld (49.4%), perversiteiten (45.5%),
genot (39.5%), masturberen (24.1%) en orale en anale seks (22.7%).
Ook
de resultaten met betrekking tot de communicatie met vader liggen in
dezelfde lijn. Wel valt op te merken dat vaders het, met
uitzondering van homoseksualiteit (53.5%), voornamelijk houden bij
de relationele aspecten van seksualiteit en anticonceptie. De vraag
stelt zich of ouders met hun stilzwijgen over de andere onderwerpen
hun kinderen willen behoeden voor gevaren. Een andere verklaring is
dat ouders zelf omtrent deze topics niet de nodige bagage hebben om
hun kinderen er over in te lichten. Zelf werden ze over deze
onderwerpen nauwelijks tot nooit ingelicht. Er was ook zeer weinig
informatie beschikbaar, slechts een tien- tot vijftiental jaar
geleden maakte men werk van gedegen en toegankelijk
voorlichtingsmateriaal omtrent deze onderwerpen. Mogelijk komt dit
materiaal niet tot bij de ouders, waardoor ze zelf niet genoeg
achtergrondkennis hebben om hun kinderen in te lichten.
Praten over seks
Of ouders nu wel of niet met hun kinderen over seksualiteit praten,
houdt verband met de kwaliteit van de ouder-kindrelatie. Wanneer
ouders en kinderen goed met elkaar kunnen praten, stimuleert dit het
praten over een gevoelig onderwerp als seksualiteit. Niet enkel de
gezinsrelaties, maar ook de individuele kenmerken van de ouders
hebben invloed op de communicatie met de dochter(s) over
seksualiteit.
Ouders die een seksueel actief leven hebben, staan duidelijk meer
open om over seksualiteit te praten. Dr. Telidja Klaï merkt op dat
een hoge frequentie van communicatie gepaard gaat met meer seksuele
ervaring. Een mogelijke verklaring is dat, ongeacht het soort gezin
waarin men vertoeft, de frequentie van de communicatie opgedreven
wordt eens ouders merken dat hun adolescente kinderen seksuele
ervaring opdoen.
Over
het algemeen zijn ouders en kinderen tevreden over de gesprekken die
ze met elkaar hebben. Daarenboven hebben ze beiden behoefte om meer
met elkaar over seksualiteit te praten. Toch blijken er grote
verschillen te zijn in de perceptie van de frequentie van
communicatie. Ouders geven een frequentere communicatie weer,
jongeren rapporteren dit minder. Dr. Telidja Klaï vermoedt dat
ouders de indruk hebben dat ze heel wat naar hun kinderen toe
communiceren terwijl jongeren deze boodschappen niet ontvangen.
Daarnaast is het wellicht moeilijk voor jongeren om over dit domein
van hun ontwikkeling te praten, en dan voornamelijk met hun ouders.
Jongeren voelen zich onbehaaglijk wanneer ze met hen over
seksualiteit praten. We vermoeden dat de inspanningen die ouders, of
meer specifiek moeders, leveren om met hun kinderen een gesprek aan
te gaan, letterlijk ‘ondergaan' worden. Ten slotte zijn ouders zeer
betrokken bij het adolescente leven van hun kinderen, terwijl
diezelfde kinderen tijdens hun adolescentie andere horizonten
verkennen. Op het moment dat de seksuele ontwikkeling haar
hoogtepunt kent, start voor adolescenten het losmakingsproces
tegenover de ouders. Uit dit alles kan men concluderen dat het voor
ouders geen gemakkelijke opdracht lijkt om hun kinderen te
begeleiden in hun seksuele ontwikkeling.
Conclusies
Dit onderzoek maakt het mogelijk via achtergrondkenmerken en
gezinsdynamieken die gezinnen te identificeren waar jongeren niet
terechtkunnen voor de begeleiding van hun seksuele ontwikkeling.
Vanuit preventief oogpunt is dit een belangrijk gegeven. Niet alleen
preventie-organisaties maar ook de overheid dient via de
verscheidene sectoren, zoals het jeugdwerk, het onderwijs en de
sociaal-culturele sector, relationele en seksuele vorming op maat te
organiseren. In plaats van één vormingspakket voor alle jongeren
samen te stellen, bewijst het onderzoek dat een gedifferentieerde
aanpak onontbeerlijk is. Het toegankelijk maken van
preventie-activiteiten voor alle jongeren, rekeninghoudend met hun
gezinscontext en achtergrond, wordt dankzij dit onderzoek mogelijk.
Als
ouders en kinderen goed met elkaar kunnen praten, zullen zij dit ook
gemakkelijker over seksualiteit doen. Oog voor het aanleren van
algemene communicatieve vaardigheden voor zowel jongeren als ouders
kan dus een uitdaging zijn voor het preventiewerk.
Ook
de media kunnen hun rol waar maken. Jongeren geven zelf aan dat zij
in de eerste plaats een beroep doen op de media om informatie
omtrent seksualiteit op te zoeken. Vermits de media vele jongeren,
onafhankelijk van hun achtergrond bereiken, pleit Dr. Telidja Klaï
dan ook voor een gerichtere aanpak binnen deze media. Het uitbouwen
van media als informatiekanaal voor jongeren (en hun ouders) is een
belangrijke uitdaging. In de eerste plaats kunnen televisie en film
hieraan meewerken. Via deze informatiekanalen kunnen educatieve
boodschappen op grote schaal verspreid worden. De productie van een
educatief kinder- of jongerenprogramma over seksualiteit
toegankelijk voor alle kinderen of jongeren en hun ouders,
uitgezonden op een kindvriendelijke of jongerenvriendelijke zender,
zou een stap in de goede richting zijn. Daarnaast kunnen de
bestaande mediakanalen, die zich reeds richten naar de seksuele en
relationele vorming van jongeren, zoals bestaande jongerenwebsites,
rondreizende tentoonstellingen en jongerenmagazines meer promotie
gebruiken.
on: sensoa: lees hier
meer |
|
|
kinderen in scheidingssituaties: dossier opgesteld
door KRC.
In
haar uniek dossier ‘kinderen en scheiding’ brengt het
Kinderrechtencommissariaat de problemen van minderjarigen in de
verschillende momenten van het scheidingsproces in beeld. Dat proces
start soms lang voor de gerechtelijke procedure en heeft brede
uitlopers daarna.Zo hebben kinderen moeilijk toegang tot duidelijke
informatie over hun positie als hun ouders uit elkaar gaan. Er is
geen laagdrempelige dienst beschikbaar die zich expliciet profileert
als laagdrempelig informatiepunt.Kinderen hebben er belang bij dat
het conflict tussen hun ouders niet escaleert. Niet de fysieke
scheiding, maar conflicten tussen ouders vormt een risico voor
problemen bij kinderen. Bemiddeling als conflictpreventie tussen hun
ouders kan voor kinderen daarom een belangrijk gegeven zijn.
Bemiddelaars richten zich echter hoofdzakelijk tot ouders. Kinderen
willen ook gehoord worden door bemiddelaars. Kinderen willen ook
meepraten over een verblijfs- en omgangsregeling, liefst zonder
daarom keuzes te moeten maken. Dat lukt vaak niet. Kinderen moeten
de opgelegde omgangsregeling volgen ook als hun sociale leven
verandert. Het kind heeft hier geen enkel initiatiefrecht. In 2003
leefden ongeveer 150.000 minderjarigen in Vlaanderen in een nieuw
samengesteld gezin. Vorig jaar leefde ongeveer eenzelfde aantal in
een eenoudergezin. Kinderen hebben vooral in de overgangsperiode van
het kerngezin naar deze nieuwe situatie behoefte aan steun. Een
scheiding veroorzaakt economische verarming. In veel
scheidingssituaties ontstaan vroeg of laat perikelen rond de
betaling van de alimentatie, wat vaak rechtstreeks de
levensstandaard raakt, en dus ook de ontwikkelingskansen van het
kind. De gerechtelijke scheidingsprocedure heeft een grote impact op
het verdere leven van kinderen. In die procedure hebben kinderen nog
steeds een zwakke positie. Veel klachten van kinderen gaan over het
spreekrecht. Kinderen beklagen zich bijvoorbeeld over de vorm van de
gesprekken of voelen de dwang om zich uit te spreken over iets
waarover ze zich niet willen uitspreken. Heel wat kinderen worden
ook direct geconfronteerd met de onmogelijkheid om zelfstandig via
een gerechtelijke procedure de wijziging van de omgangsregeling aan
de rechter te kunnen voorleggen.
BRON: persartikel
Kindercommissariaat: lees het dossier
|
|
|
DrugLijn in 2004: aantal vragen over cocaïne blijft
toenemen
De
DrugLijn (078 15 10 20) heeft net de analyse afgerond van de vragen
die in 2004 door de lijn beantwoord werden.
Het aantal vragen dat de lijn beantwoordde (5.749) bleef stabiel ten
opzichte van 2003. Toch deed zich voor het tweede jaar op rij een
duidelijke stijging voor in het aantal vragen over cocaïne. In
tegenstelling tot wat velen zouden vermoeden is, na cannabis en
alcohol, niet XTC maar cocaïne uitgegroeid tot de derde meest
vermelde drug bij de lijn. Bovendien valt op dat -in vergelijking
tot andere drugs - die vragen vaker afkomstig zijn van mensen tussen
25 tot 35 jaar oud en dat ze vaker van partners en vrienden komen.
Via een nieuwe folder wil de DrugLijn tegemoetkomen aan de vragen
die over cocaïnegebruik leven.
Lees meer via
www.druglijn.be |
|
|
Belgische jongeren geven jaarlijks 14 miljard euro
uit
De
Vlaamse en Waalse jongeren tussen twaalf en dertig jaar verwerven
samen negentien miljard euro per jaar, waarvan veertien miljard euro
aan lopende uitgaven zoals het dagelijkse leven en ontspanning wordt
besteed. Dat blijkt uit 'Time for Youth 2005', een studie van
TNS-media in opdracht van RMB Marketing en in samenwerking met de
Waalse radio- en televisie-omroepen NRJ, mcm en RTBF. De twee
belangrijkste inkomstenbronnen voor jongeren zijn loon en zakgeld.
Dan volgen de tijdelijke en de regelmatige studentenjob.
BRON: LAATSTE NIEUWS... lees hier
meer
|
|
|
Zelfverminking
bij jongeren mag niet onderschat worden
,,'s
Avonds nam ik het breekmes en kerfde mijn arm vol. Tot het bloedde,
dan werd ik rustig." Lies (18) verwondde zichzelf zes maanden aan
een stuk. Ook Kaat (19) sneed in haar lichaam: ,,Jarenlang, met
alles wat scherp was". In een klas van twintig zitten gemiddeld twee
leerlingen die zichzelf opzettelijk verminken, leert Brits
onderzoek. Maar ook bij ons zijn Lies en Kaat geen uitzondering.
Kaat was dertien toen ze
de eerste keer een mes in haar arm zette. Ze had ruzie met haar
ouders en kon 's nachts niet slapen. ,,In een vlaag van waanzin nam
ik een breekmes en sneed mezelf in de arm. Zes kerven van zes
centimeter," glimlacht Kaat. Ook Lies deed het 's avonds, het werd
een avondritueel: vlak voor het slapen gaan nam ze haar breekmes en
kraste ze minimum tien keer in haar arm. De eerste keer op haar
veertiende.
Lies had een manisch-depressieve vader: ,,Leven met zo'n pa was niet
gemakkelijk. Ik sneed mezelf een paar keer per jaar. Pas na de dood
van mijn opa, zo'n acht maanden geleden, deed ik het elke dag. De
problemen met mijn vader en dat er nog eens bovenop werden me te
veel. Als je aan het kerven bent, denk je aan niets. Dat was het
enige echt rustige moment van de dag. Dan viel alle druk van mijn
schouders en vergat ik alles. Pas daarna kon ik goed slapen, anders
niet. De volgende morgen was ik er niet meer mee bezig. Maar als het
dan weer avond werd, kwam de drang weer op. Het is een verslaving,
net als drugs of alcohol. Ik kon er niet mee stoppen."
Kaat werd geslagen en had heel vaak hevige ruzies thuis. ,,Door te
kerven werd ik gevoelloos, ik leefde als een robot. Ik deed het ook
af en toe overdag, in de schooltoiletten, in de tuin of op mijn
kamer. Alle spanningen verdwenen dan uit mijn lichaam. Soms wilde ik
mijn polsen oversnijden, maar dat durfde ik niet."
Alles wat scherp is
Lies kerfde met een breekmes of een schaar. ,,Soms prikte ik met
speldenkopjes in mijn wonden", zegt ze. ,,Ik had altijd iets bij om
te krassen, er zat zelfs een stukje van mijn breekmes tussen mijn
gsm." Kaat sloeg dan weer toe met alles wat ze vond: ,, Een
passerpunt is heel handig, daarmee kon je je hele bovenhuid kapot
maken. Maar een mes of een glasscherf waren ook goed." Ze had altijd
een zakmes bij zich, maar vreemd genoeg gebruikte ze dat niet:
,,Nee, ik gebruikte mijn zakmes om een takje scherp te maken en me
daarmee te verwonden, maar het zakmes zelf was me veel te dierbaar
om daarmee in mijn lichaam te kerven." Haar lichaam was minder
belangrijk dan haar zakmes.
De meisjes hebben nu een hoge pijndrempel gekregen. Tenzij ze zich
per ongeluk verwonden, door in een stukje glas te trappen
bijvoorbeeld. Kaat: ,,Dat doet wél pijn, maar als je het zelf doet
niet. Gek hé".
Viel dat dan niet op? Had niemand dat dan door? En wat met die
littekens?
Kaat: ,, Ik droeg altijd lange mouwen, in de turnles was dat
gemakkelijk: de sportzaal werd niet genoeg verwarmd en ik was dus
niet de enige met lange mouwen. Als het te veel begon op te vallen,
sneed ik in mijn bekken, dat kon niemand zien. Ik was ook redelijk
stil in de klas, men vond mij maar een 'rare'. Echte vriendinnen had
ik niet. Uiteindelijk zag een lerares Frans dat er iets scheelde. Ik
heb het haar langzaamaan opgebiecht."
Je ben een freak
Ook Lies zorgde ervoor dat haar wonden niet opvielen: ,,Als het te
erg werd in mijn arm deed ik het op mijn bovenbeen, dat valt minder
op. Ik had vaak een uitvlucht klaar: de kat heeft me meerdere malen
gekrabd... (glimlacht) Je vertelt dit ook niet zomaar aan een
vriendin hoor, het is en blijft een groot taboe. Je bent een freak
hé. Uiteindelijk ben ik zelf naar een leerlingenbegeleider gestapt
en zo zijn mijn ouders ook op de hoogte gebracht."
Kaat is nu een jaar gestopt: ,,Ik ben in therapie geweest, heb
drieënhalve maand in de psychiatrie gezeten en nog twee jaar in een
jongereninstelling gewoond. Ik voel me goed nu. Ik heb geen contact
meer met mijn ouders, de ruzies zijn weg. Ik ben weer gelukkig."
Lies is pas twee maanden gestopt: ,,Na die helse periode van zes
maanden wilde ik helemaal opnieuw beginnen. Ik ben van school af en
heb nu een interimjob. Alles gaat goed. Voorlopig toch. Maar wat als
ik weer een tegenslag heb? Weet je, ik ben nog altijd bang voor
mezelf. Heel bang. Ik wil dit nooit meer."
Wat te doen als je tiener zich verwondt
Wel
1. Vragen naar de boodschap achter het krassen: 'Gaat het niet goed
met jou?'
2. Vragen of ze willen opschrijven wat ze denken of voelen.
3. Geen geheimhouding beloven, overleggen welke stappen je kan en
gaat zetten.
4. Samen een alternatief zoeken: intens sporten, tv-kijken,
afspreken met vrienden...
5. Samen op zoek gaan naar het 'waarom' en proberen daar samen iets
aan te doen.
Niet
1. Niet onmiddellijk beginnen preken.
2. Niet te veel focussen op de wonden, wat kan aanzetten tot nog
meer krassen.
3. De tiener niet als een probleem bekijken, beschuldigen maakt het
alleen maar erger.
4. Negeren. Zelfverwonding is vaak een vraag om hulp, een poging om
te communiceren.
5. Denken dat je er alleen voor staat. Het JAC, een Centrum voor
Leerlingenbegeleiding, huisarts of psychiater kunnen veel hulp
bieden.
(bron:
Het Volk, 2005)
|
|
|
Kwart tieners woont niet bij beide ouders
Een kwart van alle Vlaamse tieners woont niet meer bij beide ouders.
Meestal zijn die uit elkaar en vond de scheiding plaats voor het
kind twaalf jaar werd. Dat blijkt uit een analyse van het Centrum
voor Bevolkings- en Gezinsstudies. Het proces versnelt aan een hoog
tempo: van alle huwelijken uit de jaren negentig is al één op vijf
ontbonden. Dat is evenveel als van de dertig jaar eerder gesloten
huwelijken uit de jaren zestig.
Ruim een half miljoen Vlamingen, of 14 procent, heeft ervaring met
echtscheiding. Negen procent is op dit moment gescheiden. 280.000
Vlamingen zijn al drie of meer keer veranderd van burgerlijke staat:
ze zijn getrouwd, gescheiden en hertrouwd. Ruim 43.000 personen zijn
minstens tweemaal uit de echt gescheiden.
|
|
|
Website wil jongeren doen praten over
alcoholproblemen
De Vereniging voor Alcohol- en andere Drugsproblemen
(VAD) lanceert samen met de DrugLijn een nieuwe campagne om het
taboe over alcoholproblemen thuis te doorbreken. Vandaag werd een
website voorgesteld die de jongeren moet informeren en aanzetten tot
communiceren. "Ongeveer een op de tien kinderen heeft een ouder die
te veel alcohol drinkt. Alcoholproblemen in het gezin zijn
problematisch voor kinderen. Daarnaast vormen kinderen van ouders
die te veel alcohol drinken een risicogroep om later zelf met het
probleem te kampen te krijgen", zegt Gilles Geeraerts,
stafmedewerker van de VAD. Op de site Bekijk het eens nuchter van de
VAD en de DrugLijn is informatie te vinden over alcohol en
alcoholproblemen. "Maar we willen de jongeren ook stimuleren om over
die problemen te praten", aldus Geeraerts. "Erover praten helpt de
kinderen al een stap vooruit." (belga)
http://www.bekijkheteensnuchter.be
|
|
|
Wie kinderen mishandelt verdient er geen''
Ouders die hun kinderen mishandelen, kunnen beter
geen kinderen meer krijgen. Uit de assisenzaak over Xena, de
Mechelse baby die mishandeld werd tot de dood, worden harde lessen
getrokken. ,,Opgelegde anticonceptie is in sommige gevallen
wenselijk'', zegt VLD-senator Patrik Vankrunkelsven.
Het lot van baby Xena roept veel vragen op. De drugsverslaving van
de ouders was bekend. Verpleegkundigen van Kind&Gezin stonden
minstens tien keer voor een gesloten deur bij het gezin
Buelens-Croon, maar er gebeurde niet op tijd iets méér. Het oudere
zusje van Xena was al een keer uit het gezin gehaald vanwege
mishandeling. Waarom Xena niet?
,,Als wij jeugdrechters een zaak krijgen waarrond een zweem van
mishandeling hangt, nemen we normaal geen risico'', zegt
jeugdrechter Heleen Martens. ,,Zelfs al is het onderzoek nog niet
afgerond, toch beslissen we dan vaak om het kind te plaatsen.
Alleen: soms moeten we kinderen terug laten keren naar een thuis met
een dronken vader of een moeder die coke ligt te snuiven. Gewoon
omdat er niet genoeg opvangplaatsen zijn.''
Er zijn in België 7.000 jongeren geplaatst in instellingen en
pleeggezinnen. In 20 procent van de gevallen gaat het om jonge
criminelen die naar een instelling gaan, maar 80 procent van hen
zijn kinderen met een problematische situatie thuis.
VLD-senator Patrik Vankrunkelsven vindt in België een debat nodig
over mensen die kinderen willen, maar die zwaar verslaafd zijn, of
die hun kinderen mishandelen. ,,We mogen onze ogen niet sluiten voor
wantoestanden. Ik vind het beter dat sommige mensen géén kinderen
krijgen. Sterilisatie is geen optie, dat is verminking. Maar er zijn
andere mogelijkheden, zoals de prikpil of een spiraaltje. Rechters
moeten dat kunnen verplichten.''
CD&V vindt vruchtbaarheid echter een recht van elke mens.
|
|
|
Pubers die cannabis roken hebben meer kans om later
ook heroïne of cocaïne te gebruiken dan andere jongeren.
Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van de Vrije
Universiteit Amsterdam.
Jongeren die voor hun achttiende verjaardag al cannabis gebruikt
hebben, lopen meer kans om later verslaafd te worden aan andere
drugs dan jongeren die niet blowen. ,,De kans is zelfs zes tot zeven
keer hoger'', zegt onderzoekster Jacqueline Vink van de afdeling
Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze
selecteerde meer dan tweehonderd tweelingen waarvan de ene wel
cannabis had gebruikt voor de achttiende verjaardag en de andere
niet. Het blowende deel van de tweelingen bleek op latere leeftijd
veel hoger te scoren op allerlei vlakken van drugsgebruik. Ze grepen
vaker naar partydrugs als XTC en naar harddrugs als cocaïne en
heroïne.
Drugspreventie nodig
,,Door te werken met tweelingen zijn we er zeker van dat de
proefpersonen in dezelfde omgeving opgegroeid zijn en - bij de
eeneiïge tweelingen - zelfs hetzelfde genetisch materiaal hebben'',
zegt Vink. ,,Natuurlijk blijven ook tweelingen eigen vrienden en
eigen ervaringen hebben, en die kunnen ook een rol spelen bij later
drugsgebruik. Maar op basis van ons onderzoek is het aannemelijker
dat er een verband is tussen het vroege cannabisgebruik en het
latere drugsgebruik.''
De onderzoekers waren zelf verrast door de resultaten.
,,Gelijkaardig onderzoek met tweelingen in Australië had al
gelijkaardige resultaten opgeleverd. Maar in Australië is cannabis
illegaal. We dachten dat er in Nederland een grotere kloof zou zijn
tussen het gebruik van cannabis en het gebruik van andere drugs
omdat cannabis hier bij wet is toegelaten. Dat bleek een
vergissing.''
Op basis van hun resultaten raden de onderzoekers aan veel aandacht
te besteden aan drugspreventie bij jongeren, om zo te voorkomen dat
die blowende jongeren later naar harddrugs zouden grijpen.
Bij de Vereniging voor Alcohol en andere Drugsproblemen in
Vlaanderen ondersteunen ze die conclusie. ,,Wij zijn er al lang van
overtuigd dat jongeren die snel beginnen met cannabis vaker in de
problemen komen en ook vaker problematische gebruikers worden'',
zegt Marijs Geirnaert. ,,We moeten de jongeren aanraden om niet te
gebruiken, of om hun eerste ervaring met cannabis zo lang mogelijk
uit te stellen.''
bron : HLN
|
|
|
Sociaal leven van jongeren lijdt niet onder
mediagebruik
Zowat 13 procent van de jongeren zegt dat hun sociaal
leven zich hoofdzakelijk afspeelt op de pc en/of op de gsm. Toch
heeft het toenemende gebruik van media over het algemeen geen
negatieve gevolgen op relaties met vrienden. Dat blijkt uit een
onderzoek over de invloed van nieuwe media op de identiteitsvorming
bij jongeren door Graffiti Jeugddienst en UGent.
Conversatiestof
Media verdringen de relaties met vrienden niet, maar leveren
conversatiestof op en versterken zo de relaties door een
groepsidentiteit op te bouwen, aldus het onderzoek, dat werd
gepubliceerd door de federale overheidsdienst (FOD) Economie -
Algemene Statistiek.
Uit de resultaten blijkt dat maar liefst 67 procent van de 18- tot
20-jarigen een eigen pc heeft, tegenover 43 procent van de 12- tot
17-jarigen. Een goede 60 procent van de onderzochte jongeren
verklaart niet meer zonder hun pc te kunnen. Een kleine 20 procent
zou dit wel kunnen. Heel wat jongeren geven aan dat ze een weekje
zonder pc, gsm of internet wel zouden zien zitten.
Chatten
Daarnaast zeggen zowat alle jongeren het chatprogramma MSN te
kennen. Het fenomeen blogs - online dagboeken - doet bij 57 procent
een belletje rinkelen. Wel blijkt dat jongens meer blogs gebruiken
dan meisjes. Voice over IP of internetbellen, met bijvoorbeeld
Skype, is gekend door 54 procent. Podcasting - het aanbieden op en
verspreiden over het internet van uitzendingen, meestal in
mp3-formaat - is met 30 procent het minst gekende van de vier
onderzochte fenomenen.
Voor het onderzoek werden in totaal 721 jongeren tussen 12 en 20
jaar - waarvan 311 jongens en 410 meisjes - ondervraagd.
bron: HLN |
|
|
Gothic-zijn beschermt jongeren
Het Britse wetenschappelijke tijdschrift British
Medical Journal komt in zijn nieuwe uitgave tot een opmerkelijke
conclusie: gothic muziek bescherrmt kwetsbare tieners. De studie
toont aan dat ongeveer de helft van de tienergoths zichzelf
opzettelijk pijn doet of een zelfmoordpoging achter de rug heeft.
Deel uitmaken van de gothic-subcultuur zou de kwetsbare tieners en
kinderen eerder beschermen dan dat ze er nog gewelddadiger door
worden, zoals wel eens wordt beweerd.
Vaker
Voor de studie werden 1258 jongeren geïnterviewd op 11, 13, 15 en
19-jarige leeftijd. Van de jongeren die zichzelf als goths
beschouwen, deed ongeveer de helft aan zelfverminking (53 procent)
of had een zelfmoordpoging achter de rug (47 procent). De cijfer bij
Britse jongeren zijn respectievelijk gemiddeld 7 tot 14 procent en 6
procent. Goths verminken zichzelf dus wel significant vaker en ze
plegen ook vaker een zelfmoordpoging.
Zelfverminking
Zelfverminking is onder andere zichzelf snijden (automutilatie) en
zichzelf brandwonden toebrengen (bijvoorbeeld met een brandende
sigaret). Over het algemeen wordt aangenomen dat jongeren het
gebruiken om met hun negatieve emoties om te gaan. "Het is een korte
termijnoplossing. Bij het snijden komen endorfines vrij. Dit is een
chemische stof in de hersenen die een gevoel van geluk opwekt," legt
een van de onderzoekers, Robert Young, uit.
Voor en
na
De meeste jongeren starten met zelfverminking rond de overgang van
kind naar tiener, rond het twaalde of 13de levensjaar dus. Gemiddeld
worden ze enkele jaren later pas goth. Tot nog toe werd aangenomen
dat de zelfverminking een maier was om de iconen van hun subcultuur
of generatiegenoten te imiteren. Maar volgens de studie klopt dat
niet: jongeren zullen eerder voor ze een deel worden van de
gothicsubcultuur aan zelfverminking doen, in plaats van erna.
Aantrekkingskracht
Deze bevinding suggereert dan weer wel dat jongeren die een neiging
hebben zichzelf te verminken, aangetrokken worden door de gothic
subcultuur. In plaats van een risico te vormen, zou het lidmaatschap
zorgen voor waardevolle sociale en emotionele steun van hun
lotgenoten. Kinderpsycholoog Michael van Beinum sluit zich aan bij
deze conclusie. "Voor sommige jongeren met mentale problemen is een
gothic subcultuur echt aantrekkelijk. Behoren tot een bepaalde groep
vergroot wel de kans dat ze begrip vinden voor hun problemen."
Te
klein
Young waarschuwt echter voor te snelle conclusies: "Deze studie is
gebaseerd op een klein aantal jongeren. Om zeker te zijn, zou het
onderzoek herhaald moeten worden." In het onderzoek waren maar 25
jongeren (2 procent) die zich sterk associeerden met de
gothicbeweging. Acht procent heeft er zich op een bepaald punt in
hun leven mee geassocieerd.
Cultuur
Gothic is een cultuur die ontstond in de jaren '80 en is gegroeid op
de punkbeweging. In het midden van de jaren '90 kende de
gothiccultuur een heropleving. Centraal in de gothiccultuur staat de
zwarte kleur die overheerst en de iconen, die door de rest van de
samenleving meestal als 'des duivels' wordt aanzien, zoals
bijvoorbeeld een schedel.
bron : het laatste nieuws
|
|